Ga naar de startpagina

Het laatste nieuwsGa naar de verslagenBekijk de komende evenementen in de kalenderGa naar de uitslagenGa naar het discussie forumTrainings tipsLinks naar andere pagina'sMeest gestelde vragen

Nieuws actueel
24 sep 2018
Sri Chinmoy 6 uur zaterdag 6 oktober
24 sep 2018
Korte voorbeschouwing en spoorboekje Spartathlon
12 sep 2018
Allgau Ultra en UTMB
11 sep 2018
Wereldkampioenschap 100 km Sveti Martin
Nieuws in 2018
* September
* Augustus
* Juli
* Juni
* Mei
* April
* Maart
* Februari
* Januari
Nieuws in 2017
Nieuws in 2016
Nieuws in 2015
Nieuws in 2014
Nieuws in 2013
Nieuws in 2012
Nieuws in 2011
Nieuws in 2010
Nieuws in 2009
Nieuws in 2008
Nieuws in 2007
Nieuws in 2006
Nieuws in 2005
Nieuws in 2004
Nieuws in 2003
Nieuws in 2002
Nieuws in 2001
Nieuws in 2000
Nieuws in 1999
AltaVista
Zoek:
Discussies
Het web


 
NIEUWS van December 2003
 
De belangrijkste kanttekening die ik bij de open brief van Dirk Westerduin wil plaatsen is dat een meetlat van de marathon absoluut niet vergelijkbaar is met een meetlat voor de 100 kilometer ultramarathon. Polsstokhoogspringen voor vrouwen of beter nog, de steeple voor vrouwen, is ook niet zo uitontwikkeld als de corresponderende mannenonderdelen. Het zijn duidelijk onderdelen die in ontwikkeling zijn en waarbij de top minder breed is. Een verschil van 20 minuten op de marathon is dus niet te vergelijken met een verschil van 1 uur op de 100 kilometer. Welliswaar zullen lopers met een verschil van 1 uur op de 100 kilometer gemiddeld gezien ook een marathonbasis hebben die zo'n 20 minuten verschilt; in dat opzicht heeft Dirk dus gelijk. De 100 kilometer is echter niet zo'n uitontwikkeld nummer als de marathon en dat is juist het punt waarop de redenering mank gaat.

Laten we eerlijk zijn, als de ultramarathon Olympisch was, zouden we praten over tijden tussen de 6 uur en de 6:30' als we het zouden hebben over afvaardigingen naar internationale kampioenschappen. In 2002 liep echter geen mens onder de 6:30'! (Zie ook de referentie aan het eind van het artikel.)
Sunada, officieel wereldrecordhouder 100 kilometer, verkoos de marathon van Berlijn boven het wereldkampioenschap 100 kilometer in Winschoten destijds in 2000. Eind jaren zeventig van de vorige eeuw, hadden we in Nederland al vier potentiële sub-zeven uur lopers. In een kwart eeuw zijn we in Nederland dus eigenlijk gene ene moer opgeschoten. Toen was er hoop op erkenning. De eerste Nederlandse 100 kilometer kwam in Winschoten. Een kwart eeuw verder hebben we nog altijd alleen Winschoten; dus erg veel hoop en vooruitzicht heeft Nederland niet te bieden. Als je looptalent hebt, moet je wel erg idealistisch zijn om dat als topper in de ultramarathon te investeren. Sunada had gelijk, dat hij een positie in de kop van de marathon van Berlijn verkoos boven een wereldtitel 100 kilometer in Winschoten.

Laten we de lat daarom eens wat lager leggen, bijvoorbeeld op 7 uur. Dan tel ik 33 atleten in 2002, waaronder twee Japanners en voor de rest allemaal Europeanen. Als ploegen zitten alleen de Russen en de Fransen goed met respectievelijk 12 en 6 onder de 7 uur. Belgie en Italië halen net de drie en dan is het op. Schuiven de de lat nog verder omlaag naar de 7:30', dan tellen we 7 Europese landen plus Japan en de Verenigde Staten, dus negen in totaal, die een ploeg bij elkaar kunnen krijgen. Europa organiseert bovendien de meeste kampioenschappen. Frankrijk en Nederland lopen daarbij ruim aan kop. De Fransen hebben een rede, want die investeren ook in eigen ploegen. De Russen hebben voornamelijk lopers, maar zijn af en toe best bereid om een kampioenschap te organiseren. Santalov is daarbij een belangrijke spil in de Russische organisatiedrift. De Italianen hebben net als de Fransen ambities met zowel een sterke ploeg als sterke organisaties op te bouwen in eigen land. In Taiwan hebben we gezien dat de Italianen de Franse strategie goed opvolgen.

Wat ik mis in Nederland is een beleid waarbij startgelegenheden en topprestaties in een evenwichtig plan verweven zijn. Duidelijk is dat dit in Nederland ook niet haalbaar is; er is simpelweg geen geld voor. Als de internationale sportwereld Nederlanders aan de start wil zien op de ultramarathon zullen internationale gelden beschikbaar moeten komen. Nederland zou natuurlijk kunnen kiezen voor breedtesport in plaats van topsport, want momenteel weegt het Olympisch goud wel erg zwaar in ons land. Maar laten we eerlijk zijn, in een land waar Jan-Peter regeert, zaken als oefentherapie en fysiotherapie uit het ziekenfonds verdwijnen, mogen we toch niet verlangen dat we belastinggelden uit gaan geven aan topsport voor mensen die vrijwillig gekozen hebben voor hun sport.

Organisaties van internationale kampioenschappen zien graag veel nationaliteiten aan de start; wat Nederland betreft kan dat blijkbaar alleen maar als men de kosten daarvan als organisatie betaald. Nederland moet steeds meer primaire gezondheidszorg laten vallen voor zijn bevolking; geld voor de luxe van sport zou daarin gezien moeten worden als "de kop hoog houden naar het buitenland" zoals dat juist in dictaturen vaak is gezien.

Anton Smeets
ton.smeets@ou.nl

referentie:
IAU 100K men world 2002, UltraNED Wednesday 29 January 2003, http://www.ultraned.org/N_item/f1350.php
 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ] - [1-2-3 Uitslagen ]