Ga naar de startpagina

Het laatste nieuwsGa naar de verslagenBekijk de komende evenementen in de kalenderGa naar de uitslagenGa naar het discussie forumTrainings tipsLinks naar andere pagina'sMeest gestelde vragen

Nieuws actueel
17 dec 2017
Uitslagen weekend 16-17 december
10 dec 2017
Uitslagen weekend 8-10 december
8 dec 2017
Spannende ontknoping van de M&U Cup 2017 en voorbereiding editie 2018
5 dec 2017
Vriendenloop van De Panne naar Knokke op 24-02-2018
Nieuws in 2017
Nieuws in 2016
Nieuws in 2015
Nieuws in 2014
Nieuws in 2013
Nieuws in 2012
Nieuws in 2011
Nieuws in 2010
Nieuws in 2009
Nieuws in 2008
Nieuws in 2007
Nieuws in 2006
Nieuws in 2005
Nieuws in 2004
* December
* November
* 30 nov 2004: Olne - Spa - Olne 63,9 km
* 30 nov 2004: Over Gerrit van Rotterdam, de KNAU en, natuurlijk: Peter Stein
* 29 nov 2004: Bondscoach geen fulltime betaalde job
* 29 nov 2004: Record aantal finishers in Olne (28/11)
* 29 nov 2004: Van Urk naar Zwolle (27/11)
* 28 nov 2004: Zolder wordt Soerendonk
* 28 nov 2004: Tom Hendriks wint Marathon- & Ultracup 2004
* 27 nov 2004: E314 Border Bridge Marathon (23/1)
* 26 nov 2004: Jambo 42,6 km Kenia
* 25 nov 2004: De rol van de IAU
* 25 nov 2004: Ultralopen op de glijbaan der verval
* 25 nov 2004: “Standortbestimmung” van het Nederlandse Ultralopen anno 2004
* 25 nov 2004: Silvester Marathon Meerssen (31/12)
* 23 nov 2004: Uewersauer trail Luxemburg (21/11)
* 22 nov 2004: Avila 2004: “geweldig, fantastisch, super”
* 22 nov 2004: Bericht uit zee
* 19 nov 2004: Persbericht Zuiderzee Marathon
* 17 nov 2004: Uewersuaer (21/11)
* 17 nov 2004: Berenloop Terschelling
* 16 nov 2004: De top 5 van Guus zijn favoriete lopen door de ogen van zijn zielsmaatje
* 15 nov 2004: Athens Classic Marathon (7/11)
* 15 nov 2004: Kasterlee marathon
* 15 nov 2004: Monaco marathon (14/11)
* 14 nov 2004: Rondje Guus (2)
* 14 nov 2004: Een geslaagd tweede Rondje Guus
* 14 nov 2004: Luxemburgse ultramarathonners 2004
* 14 nov 2004: Belgische ultramarathonners 2004
* 14 nov 2004: Tussenbericht inschrijving Texel
* 12 nov 2004: IAU fixture list 2005
* 12 nov 2004: Ultra-bijeenkomst Apeldoorn 29 jan ‘05
* 10 nov 2004: Monaco marathon (14/11)
* 10 nov 2004: Rursee Marathon 2004
* 9 nov 2004: Een beregoeie marathon
* 9 nov 2004: Uewersauer (LUX) 21 november
* 7 nov 2004: NYCM 2004
* 7 nov 2004: Bottrop 50 km Waldlauf
* 7 nov 2004: 246 km lopen in Griekenland
* 6 nov 2004: Misverstand over "Rondje Guus"
* 4 nov 2004: Een dubbele ronde van Texel, nu neemt de filosoof wat rust (1997)
* 4 nov 2004: Splits 120 km Texel
* 3 nov 2004: Ultra Calendar The Netherlands 2005
* 2 nov 2004: Luxemburgse trail 21 november
* 2 nov 2004: Eén heuveltje te ver
* 1 nov 2004: Kiek'n woar het schip strandt!
* Oktober
* September
* Augustus
* Juli
* Juni
* Mei
* April
* Maart
* Februari
* Januari
Nieuws in 2003
Nieuws in 2002
Nieuws in 2001
Nieuws in 2000
Nieuws in 1999
AltaVista
Zoek:
Discussies
Het web


 
NIEUWS van November 2004
 
Athene, vrijdag 1 oktober 2004, 07.00 uur
In de ochtendschemering aan de voet van de Acropolis, voor het theater van Dionysos tellen we af. We zijn met 183 man & vrouw. Een bont internationaal gezelschap, een kwart is Japans. Camera’s flitsen. TV ploegen filmen ons. Ik sta helemaal vooraan, ik wil er bij zijn en niets missen. Maar tevens voorkomen dat ik me straks verstap in het gedrang de trappen af. Vier…, drie…, twee..., één!
Een ingetogen gejuich klinkt op, van deelnemers en het handjevol toeschouwers. Iedere loper is blij dat het begint, maar weet tevens dat er twee uitzonderlijk zware dagen zullen volgen. Minimaal een dag en een nacht achtereen hardlopen, over de steile Sangas pas, richting Sparta, 246 km. De legendarische tocht van Pheidippides, zoals beschreven door geschiedschrijver Herodotus, over historische grond. Op school had ik Grieks. Vaak moesten we stukken van Herodotus vertalen, maar ik weet niet of ik toen ooit die passage heb gelezen. Ik had toen absoluut nog geen interesse voor ultralopen, wist ook niet van het bestaan. Met lopen verder dan de marathon ben ik pas 10 jaar geleden gestart.

Enkelen kiezen meteen een vlot tempo, maar de meerderheid loopt relaxed met elkaar keuvelend de heuvel af, alsof we een stukje gaan trainen. In de ochtendkoelte is het heerlijk lopen. Ik geniet van alles om mij heen. Gek gevoel eindelijk hier te lopen, zo lang naar uitgekeken. Voel me bevoorrecht, niet iedereen kan deze prachtige ervaring meemaken. Inmiddels heb ik al bijna een kilometer afgelegd en daar loop ik dan tussen de ultra- wereldtop met m’n grijze hoofd en witte pet. Mijn vrouw heeft er een katoenen flap aangenaaid, ter bescherming van de nek tegen de zon. Ik kijk op m’n hartslagmeter en zie frequentie 129. Dat moet rond de 124 zijn, dus ik hou nog wat in. Jammer eigenlijk, want het lopen kost geen enkele moeite. Mijn energievoorraden lijken eindeloos.
Even later komen we in het stadscentrum van Athene, vol verkeerslawaai. Op een vijfsprong houden posten en agenten met moeite het nerveuze verkeer tegen. Dat hebben die Grieken toch maar mooi voor ons geregeld. Heerlijk dat wij hardlopers nadrukkelijk voorrang hebben. Voor me uit lopen slechts zo’n 20 lopers, de voorsten zijn al uit zicht. Vreemd even tijdelijk zo voorin te lopen. Of zou het mijn dag worden? Opeens hoor ik geschreeuw achter me. Een vrijwilliger roept in het Engels dat we verkeerd lopen. Ik kijk om en zie het hele peloton een andere straat in verdwijnen. Hoe is dat nu mogelijk? Ik draai om, steek over en wurm mij tussen de nu in beweging komende auto’s. Na 300 meter sluit ik weer aan bij de overige lopers. Shit, wat een begin. Ik herinner me een Spartathlon-artikel van Ron Teunisse, die gevat opmerkte dat chaos een woord van Griekse origine is. Aan Ron moet ik trouwens ooit nog eens van velen de groeten doen. Hij lijkt bij iedereen bekend en staat in hoog aanzien.
Langzaam komen de snelle lopers me weer voorbij. Zo hoort het ook. Laat ze maar gaan, ik hou mijn hartslag aan. Maak praatjes met de overige Nederlanders en Belgen, en met mijn Duitse kamergenoten. De Belg Joseph Buteneers is er al voor de negende keer. Hij heeft ons de avond voor de wedstrijd angst ingeboezemd door met z’n basstem en melancholische expressie te verhalen van de gevaren onderweg waar zo velen aan ten prooi zijn gevallen, alsmede het streven van de organisatie met zo weinig mogelijk lopers in Sparta te arriveren! Als ik hem vertel dat de voorsten net verkeerd zijn gelopen zegt hij dat hij daardoor voor het eerst in de Spartathlon het genoegen mocht smaken helemaal vooraan te lopen!

De warmte neemt nu de stad in bezit. Ondanks het rustige tempo wordt er al gezweet. Ik loop zo tussen de 10 a 11 km per uur. Honden, soms in groepjes opererend, blaffen vervaarlijk of lopen een stukje mee. Ik negeer ze altijd of sla een zelfverzekerde toon aan, en heb gelukkig nooit last van ze. Bij de eerste verzorgingspost drink ik snel wat water. Drinken moet, permanent. Er zijn in totaal 75 posten. Bij iedere 5e post heb ik een nylon zak laten neerleggen, voorzien van mijn startnummer. Zo heb ik de beschikking over extra drinken, eten, kleding, hoofdlamp, reserveschoenen e.d. en heb geen begeleider nodig.
Na 15 km zuidwaarts gaan we de stad uit, lopen door een stadje waar een school ons toejuicht en komen in een industriegebied met raffinaderijen. Af en toe moet al aardig worden geklommen. De zee komt in zicht en een kronkelige weg voert ons westelijk. Ik loop korte tijd samen met stevige, gedrongen mannen met Polska op hun singlet. Zelf draag ik het oranje-blanje-bleu shirt, dat wij zelf hebben ontwikkeld, met voorop “Holland” en achterop “the Netherlands”. M’n Duitse kamergenoten Paul en Wolfgang zouden ook wel iets dergelijks met hun nationale kleding willen hebben. Na de loop besluit ik Anneke te bellen en geef op hoe het atelier de “Germany”- Bekleidung moet gaan maken. Werk gaat altijd door, maar gelukkig is het ook mijn hobby.
Het lopen gaat onvoorstelbaar goed. Het lijkt wel of ik alleen mijn armen maar hoef te heffen, de benen volgen zonder enige moeite. Het is nu ca. 25 graden, ik hou van warmte, heb er althans zelden last van. We passeren militaire bases, visstalletjes, taveernes en hotels. Paul loopt vlak voor me en staat af en toe stil om een foto met zijn wegwerpcamera te nemen. Ria Buiten loopt me voorbij en dat lijkt me niet slim want zij eindigt normaliter achter me. Wolfgang betwijfelt sterk of hij het zal redden, want hij heeft de laatste tijd last van zijn benen, ze knisperen zegt hij. Nu eens loopt hij achter me, dan snelt hij weer naar voren en zie ik hem niet meer. Een hoogblonde Oostenrijkse draagt een te kleine maat atletiekbroekje met ruime zijsplit. Ze gaat harder dan ik, maar komt steeds weer voor me lopen omdat ze allerlei omwegen neemt. Griekse wegwerkers kijken haar geïnteresseerd na. Later zie ik dat ze toiletpapier in de hand heeft en op zoek is naar een rustig plekje.

Na pakweg 35 km voel ik met verbazing dat mijn bovenbenen zwaar beginnen te worden. Sterker nog: er lijken binnenin aan de voorzijde verticale messen te prikken. Het gevoel dat je wel eens hebt aan het eind van een fanatiek gelopen marathon. Hoe kan dat nou? Het mag niet erger worden, want dan kan ik het wel vergeten. Onlangs liep ik nog moeiteloos 70 km. Opeens schiet me te binnen dat ik bij die 70 km ook even dat zelfde gevoel had. Toen liep ik op dezelfde lichtgewicht schoentjes. Maar toen wisselde ik als test van schoenen en had ik er geen last meer van. Beter dempende en steviger schoenen staan nu echter pas bij 120 km op me te wachten. Dat is nog een heel eind….

Het exacte marathonpunt zie ik niet aangeduid, maar nacalculatie bij de volgende post toont aan dat het in 3:58 gaat. Prima, niet al te hard. De limiet is 4:15, dus ik heb ruim een kwartier speling. De eerste uren zijn de limieten strak (volgens Buteneers om zoveel mogelijk zwakke lopers snel te lozen!), naderhand zo ruim dat je best stukken kan wandelen.
Een post verder zit Wolfgang op een stoel. Hij wijst op zijn benen en schudt zijn hoofd: het is over. Ik probeer hem van gedachten te veranderen (“ probeer het nog even, het is nog zo vroeg in de wedstrijd”) en loop weer door. Verderop haal ik een Engelsman in. Hij draagt een Union Jack short, broekjes die wij in Engeland verkopen. Dus vraag ik hem waar hij dat heeft gekocht. Vervolgens praten we wat en hij belooft de groeten te doen aan onze klant Birmingham Runner. Door dat soort afleiding vergeet je even het in de zon trillende asfalt. Mensen denken dat ultralopen saai is. Maar er gebeurt altijd wat. Zo komt opeens Wolfgang weer langszij. Hij probeert toch nog zo ver mogelijk te komen. Kilometers trekken we samen door de heuvels, de zee aan onze linkerhand. Heel in de verte Korinthië, ons eerste doel.
Op een stille weg staat John Foden ons aan te moedigen, naast een gehuurde cabriolet. De ex-RAF officier liep in 1982 met twee vrienden voor het eerst deze afstand. Hij is erg betrokken bij het evenement. Ik bezocht hem onlangs in zijn woonplaats Nottingham, als onderdeel van mijn psychologische voorbereiding. Wat heeft die man veel te vertellen. Ik bood het blad Runners World aan een kort verhaal of reportage over de Spartathlon te maken, maar daar was geen belangstelling voor. Er was de laatste jaren namelijk al twee maal aandacht aan de Spartathlon besteed. Maar als ik na afloop wat anekdotes of quotes wilde opsturen konden er mogelijk enkele regels aan worden gewijd. Jammer die houding om ’s werelds top evenement op ultragebied niet serieus te nemen, m.i. ingegeven door een comfortabele monopoliepositie. Wat zou concurrentie zou nuttig zijn in de Benelux! In Duitsland bijv. verschijnen vier running/duursportbladen, in Engeland drie. De actieradius van RW stopt feitelijk bij de marathon, daarmee de mening van het grote onwetende publiek volgend. Niets geleerd van Jan Knippenberg. Dezelfde geborneerdheid herinner ik me van pakweg 20 - 30 jaar geleden bij de atletiekunie, toen het ging om de positie van wegatletiek. Baanatletiek was natuurlijk superieur, dat lopen op de weg door “trimmers” een leuk bijverschijnsel dat men tolereerde zolang er niet teveel eisen werden gesteld.
Bij 60 km staat Ria Buiten bij een drinkpost: misselijk en hoofdpijn. Ik praat even met haar en loop verder. Je wilt niet al te lang stil blijven staan. Ik heb het al zwaar genoeg met mijzelf. Mijn benen verlangen naar wandelen in plaats van hardlopen met een tempo van 10 per uur, en af en toe geef ik daar even aan toe. Maar vanaf 70 km neemt het wandelen noodgedwongen toe. Dan begin ik er ernstig mee rekening te houden dat het vandaag niet gaat lukken. Ik haal alle trucjes uit de kast. Bijvoorbeeld denken aan eerdere successen. Op Texel bij de 120 km. moest ik ook wandelen, maar kwam toch aan de finish. Of aan de drie marathons die ik deze zomer in één weekend liep. Eigenlijk vrij gemakkelijk, een tweede plaats van de 40 deelnemers. En dan die nacht dat ik van Scheveningen naar Zeist liep. Dus waarom zou het nu al slecht gaan? Of ik denk aan een overleden clubgenoot die iedereen met z’n enthousiasme kon opzwepen tot extra prestaties. In gedachten hoor ik hem mij toeschreeuwen en inderdaad ga ik harder. Maar even later is de betovering weer over.
De warmte - ca. 32 graden - kan ik gelukkig wel aan, bij iedere post haal ik mijn pet met Sahara-aanhangsel door een bak met water, zo blijf ik redelijk koel op m’n hoofd. Een tip van Jeffrey Oonk, de 33 jarige Utrechter die twee jaar geleden vriend en vijand verbaasde door hier bij zijn debuut derde te worden. We hadden een lang telefoongesprek, ik kon merken dat hij dolgraag mee had gewild. Tja, soms gaat werk voor. Zijn tijd komt nog wel.

Wat ben ik blij als ik over de brug bij het kanaal van Korinthië loop. Daar sta ik even stil, wat een indrukwekkend gezicht, dat diep uitgegraven kanaal. Ik beschouw het als een eerste mijlpaal die ik dan toch maar heb gehaald. Een Amerikaan haalt mij over niet te wandelen. Over 2 km. weet ik de eerste grote centrale post. Een Griek, die even met me meeloopt, zegt dat ze daar mijn bovenbenen goed kunnen masseren. Hij zal zijn vriendin instrueren mij van speciale pleisters te voorzien, die halen de pijn weg. En na de post is het zo heet niet meer zegt hij, en minder heuvelachtig. Bij de post is het een drukte van belang. Veel auto’s, mensen en tafels vol eten en drinken. Ik neem Cola en kip met rijst. Twee meisjes van de massage stropen mijn lycra short omhoog en behandelen in sneltreinvaart mijn quadriceps. Als een omelet keren ze me om en dan zijn de hamstrings aan de beurt. Daarna plakken ze grote pleisters op mijn bovenbenen. Kan nooit kwaad lijkt me, ook al zien de minipleisters van de Japanners er interessanter uit. Ik hoor dat ik tweede Nederlander ben en zie dat ik nog 40 minuten over heb voordat de post wordt gesloten. De toekomst ziet er even iets rooskleuriger uit. Maar ja, nog 165 km. te gaan………

Het lijkt even beter te gaan, maar weldra verval ik weer in de afwisseling wandelen/lopen. Het gekke is dat ik me conditioneel en psychisch heel goed voel. Ik geniet ook van de omgeving, zwaai naar de Duitse TV ploeg en verbaas me over dribbelpasjes van de Japanse vrouwen: ze gaan niet echt hard, maar blijven in dat tempo doorgaan en verdwijnen aldus uit zicht. Maar die vervelende benen willen niet wat ik wil. Zou mijn gestel misschien niet geschikt zijn voor dit lange werk? Die gedachte verwerp ik meteen, want bijvoorbeeld de 100km. van Winschoten liep ik vier jaar geleden toch permanent door, gemiddeld 11 km. per uur. Terwijl ik me nu aanzienlijk beter heb voorbereid. Wellicht zijn mijn werkweken van 60 uur niet ideaal voor deze hobby? Of toch te weinig kilometers getraind? Zo piekert de eenzame loper wat af.
De weg kronkelt nu door wijngaarden en dorpjes. Boeren vervoeren druiven in plastic kratten, meisjes bieden me een bloempje aan, jongens vragen om een handtekening. In zeker tien schriftjes op de Peloponnesus staat nu mijn handtekening met naam, leeftijd en land van herkomst. Bij elke post zie ik dat mijn tijdspeling geringer wordt, maar ik wil toch door, in geen geval wil ik al voor de 100 km. stoppen. Daar ben ik niet voor gekomen. Dat ik met al dat wandelen Sparta niet zal halen is me nu wel duidelijk. Tot mijn verbazing accepteer ik dat onvermijdelijke gegeven zonder moeite. Ik kan niets aan de situatie veranderen, zelfs niet met mijn snelwandelpas. Er zijn grotere rampen in het leven denkbaar.
Ik vind het vervelender voor mijn vrouw, voor de kennissen die “ in mij geloofden” en voor mijn masseur……..
De derde Nederlander, Ronald, loopt langzaam op me in, zo hoor ik van zijn vier man sterke begeleidingsteam dat zich in een camper verplaatst. Het begint nu te schemeren en het wordt steeds stiller om me heen. Gelukkig kun je nauwelijks verkeerd lopen, bij splitsingen hangen kleine staafjes licht in takken.
Krekels aan weerszijden van de weg verzorgen een luidruchtig concert. Ik betrap me er op dat ik loop te genieten, terwijl ik toch weet dat mijn missie niet bij het standbeeld van koning Leonidas in Sparta zal eindigen. Regelmatig loop ik dit deel samen op met een Hongaarse man en vrouw. Zij loopt krom en scheef en spreekt Frans, hij doet geen mond open. Ze hebben een lampje op hun hoofd. Dat heb ik ook nodig, maar het ligt pas bij 120 km. op me te wachten. Tevoren had ik niet verwacht hier nog zo laat te lopen. Ik ben nu echt in de achterhoede verzeild geraakt. Dan haalt Ronald me in. Zijn tempo is vrij laag, maar hij blijft doorlopen. Ik probeer weer hard te lopen, het lukt niet. Ronald verdwijnt in de duisternis.
Bij 109 km wil ik eigenlijk wel stoppen, maar zie nog 5 minuten speling te hebben. Dan kan ik net zo goed nog iets verder lopen. De route voert door zwak verlichte kleine dorpjes, waar mannen op het terras zitten te drinken en te praten. Muziek klinkt uit huizen en cafés. De sfeer die wij alleen in hoogzomer kennen. Dan na 113 km geloof ik het wel, ik heb nog enkele minuten over, maar het is 100 % zeker dat ik zo de finish niet haal. Ik kan me niet voorstellen dat ik ooit nog aan zo’n lange race zal deelnemen. Ik lever mijn startnummers in bij een drinkpost en moet ondertekenen dat ik vrijwillig ben uitgestapt. Even wil ik protesteren: niks vrijwillig, tegen mijn zin! Maar dan begrijp ik dat ik mezelf de schuld moet geven. Niet de organisatie haalt mij uit de strijd. Het blijft een raar gevoel: niet uitgeput, maar er is onvoldoende medewerking van mijn benen, waardoor ik steeds terugval naar wandelen. Uitstappen is me niet vaak overkomen. Nu toch te hoog gegrepen?

Epiloog
Is er nog iemand geïnteresseerd in wat er verder met een uitvaller gebeurt? De gereedstaande touringcar blijft wachten tot er niemand meer passeert. Bij 120 km, een grote centrale post, staat een touringcar met wel 40 uitvallers, waaronder Wolfgang en Ria. En ook Robert Wimmer, de winnaar van een eenmalige loop van Lissabon naar Moskou. Hij zegt dat 55 dagen dagelijks 70 km. lopen hem beter afgaat dan zo’n lange tocht aaneen. Ik had droefenis alom verwacht, maar er heerst een vrolijke stemming: iedereen heeft sterke verhalen te vertellen wat hem/haar is overkomen. Pas om 2 uur ’s nachts arriveert de bus bij ons hotel in Sparta. De volgende ochtend gaan we allen de finish bekijken bij het indrukwekkende standbeeld van Leonidas. De winnaar, Jens Lucas uit Duitsland, is dan al binnen, in 25 uur 49. Paarden met ruiters vergezellen de eerst aankomenden, daarna zijn het voornamelijk jongetjes op mountain bikes die voor begeleiding zorgen. Ik zie de kleine Japanse vrouwen arriveren, de jongen met de Union Jack short en de kromlopende Hongaarse vrouw. Zij wel. Ik voel geen afgunst, meer bewondering. Ook een 64 jarige (!) loper krijgt de lauwerkrans en water uit de Evrotas rivier aangeboden door Griekse schonen in originele gewaden. Een paar minuten voor de limiet van 36 uur komt Herman Krijnen als eerste en enige Nederlander uitgeput bij de finish. Emotionele momenten. In totaal komen 70 atleten aan, én drie die te laat waren, maar er is coulance omdat een atletenbus laat bij de start was gearriveerd: de chauffeur was de weg in Athene kwijt. We verbazen ons nergens meer over. Neem afspraken en aangekondigde tijdstippen niet zo nauw in Griekenland, en je vermaakt je prima.
’s Avonds op het grote marktplein van Sparta is de officiële huldiging en groots vuurwerk. Kamergenoot Paul maakt dat niet mee: hij is na 34 uur gefinisht, en blijft 12 uur uitgeteld op bed liggen.
Een dag later, zondag, biedt de burgemeester ons allen een lunch in de openlucht aan. Het is net of iedereen gewonnen heeft. Onder het genot van een drankje worden plannen gemaakt voor deelname aan andere ultralopen. De algemene mening is dat je toch wel 150 km. per week moet trainen voor een evenement als dit. En als je niet minstens 180 km. kan lopen bij een 24 uur-loop heb je hier niets te zoeken. Ik spreek ook met een Duitse deelneemster, die bij 180 km. moest uitstappen. Ze is 61 jaar. Ik begin me steeds serieuzer af te vragen of ik toch niet nog eens - beter getraind - terug zal komen op dit ultrafeest.
Daarna gaat het gezelschap in twee bussen terug naar het atletenhotel in Athene. Ik zie het parcours in omgekeerde richting aan me passeren. Wat zou ik daar graag nog eens willen lopen! En ik neem me voor in September 2006 weer van de partij te zijn.

Koos Rademaker

 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ] - [1-2-3 Uitslagen ]