Ga naar de startpagina

Het laatste nieuwsGa naar de verslagenBekijk de komende evenementen in de kalenderGa naar de uitslagenGa naar het discussie forumTrainings tipsLinks naar andere pagina'sMeest gestelde vragen

Nieuws actueel
12 sep 2018
Allgau Ultra en UTMB
11 sep 2018
Wereldkampioenschap 100 km Sveti Martin
10 sep 2018
Foto’s en berichten uit de RUN 2018
8 sep 2018
Nederlands kampioen 100 km: Cees van der Land 7.54.30 en Sameena v d Mijden 8.47.50
Nieuws in 2018
Nieuws in 2017
Nieuws in 2016
Nieuws in 2015
Nieuws in 2014
Nieuws in 2013
Nieuws in 2012
Nieuws in 2011
Nieuws in 2010
Nieuws in 2009
Nieuws in 2008
Nieuws in 2007
* December
* November
* Oktober
* September
* Augustus
* 31 aug 2007: De ultieme voorbereiding (RUN 2005)
* 31 aug 2007: Deadline kopij Ultraloper
* 30 aug 2007: DAG HARDLOPEN
* 30 aug 2007: Nederlandse overwinningen in Osnabrucker Land Marathon Bissendorf.
* 28 aug 2007: Over Frans van Camp (1945 – 2006)
* 28 aug 2007: Al voor de finish Olympisch goud
* 28 aug 2007: Bedankt voor de mooie en positieve reacties
* 28 aug 2007: Jubileummarathon Watervliet
* 27 aug 2007: De Wereldrecords, Europese records en Nederlandse records 100 km
* 26 aug 2007: Weer unieke marathon te Roelofarendsveen
* 23 aug 2007: Ultra Trail du Mont-Blanc
* 22 aug 2007: Bram van der Bijl aktief in Transe Gaule
* 21 aug 2007: Een eerste overzicht van de Nederlandse ultrakalender 2008
* 20 aug 2007: Veel animo voor de RUN 2007 Winschoten
* 19 aug 2007: Nederland neemt afscheid van ultratopper Wim Epskamp
* 17 aug 2007: Susan Maes loopt haar 100ste marathon
* 17 aug 2007: De beste Nederlandse prestaties op de 24 uur
* 15 aug 2007: Marathonweekend 22/23 september 2007 Ortho (BEL)
* 15 aug 2007: Foto's WC 24hrs te Drummondville in Canada
* 15 aug 2007: Yvan Vanpraet (B) gelukkig aan de beterende hand
* 15 aug 2007: Dubbelslag in de Franse Alpen
* 15 aug 2007: NL-teams van 3 mannen en 4 vrouwen bij WC/EK 100 km Winschoten 8/9
* 13 aug 2007: Pacers gevraagd voor Groningen Stad Marathon 16/9
* 13 aug 2007: De magie van de eindeloze cadans
* 12 aug 2007: Vincent in zijn glorietijd
* 10 aug 2007: Jubileum Marathon wordt een Nederland - Belgie onder vrienden!
* 10 aug 2007: Herinneringen aan Belgische ultralopers, opgetekend door William Verdonck
* 9 aug 2007: Bram in de 1e Wildbahnlauf van Hessen naar Beieren
* 8 aug 2007: 6 Daagse Erkrath
* 6 aug 2007: Mergelland Marathon op 9 september jubileert: 10de editie!
* 6 aug 2007: Wie volgt JPP op als uitslagenverwerker voor de Marathon- & Ultracup?
* 5 aug 2007: UITSLAGEN NEDERLANDERS IN DE 6-DAAGSE VAN ERKRATH
* 2 aug 2007: De 3 Nederlanders na 91 uur in de 144 uren van Erkrath
* Juli
* Juni
* Mei
* April
* Maart
* Februari
* Januari
Nieuws in 2006
Nieuws in 2005
Nieuws in 2004
Nieuws in 2003
Nieuws in 2002
Nieuws in 2001
Nieuws in 2000
Nieuws in 1999
AltaVista
Zoek:
Discussies
Het web


 
NIEUWS van Augustus 2007
 
Runner’s World, november 2006, pag. 66 – 70.

Tekst: Peter Klooster

30 jaar ultralopen

De magie van de eindeloze cadans

Ultralopers leiden een druk bestaan. Na een urenlange duurtraining wacht partner of gezin en er moet ook nog eens brood op de plank komen. Runner’s World sprak met drie generaties ultralopers over de drang om de grenzen van het uithoudingsvermogen tot het uiterste te rekken.

In de jaren zeventig deed het fenomeen breedtesport zijn intrede. Een overschot aan vrije tijd noopte de massa in beweging te komen. Sporten was niet langer het voorrecht van de jeugd en een selecte groep profsporters. De eerste running boom stond voor de deur, een stukje ‘joggen’ werd een populaire vrijetijdsbesteding. Marathonlopers, de duursporters bij uitstek in die dagen, hadden op menige verjaardag nog heel wat uit te leggen. De term ultraloop was nog niet uitgevonden, toen in augustus 1976 een advertentie verscheen in De Atletiekwereld, het roemruchte en inmiddels ter ziele gegane bondsblad van de Koninklijke Nederlandse Atletiek Unie. Daarin werden lopers opgeroepen om deel te nemen aan de run ’76, een hardloopwedstrijd over 100 kilometer in Winschoten. Gekkenwerk, oordeelde de goegemeente, wie zoiets doet komt later in een rolstoel terecht. Maar bij marathonlopers was de nieuwsgierigheid gewekt.

Een ultraloper van het eerste uur is Bé Lohof (65) uit Veendam. Hij kan zich de commotie destijds nog goed herinneren. 'Bedenk dat er geen kennis was over training en voeding voor een loop over 100 kilometer. Loopmaat Derk van der Laan en ik vonden het verstandig om vooraf een duurloop van zestig kilometer te doen. Als we dat kunnen, lopen we die honderd ook wel uit, redeneerden we. In alle vroegte gingen we op pad, mijn vrouw lichtte ons bij op de donkere weg van Finsterwolde naar Beerta. Verzorgingsproducten als energierepen, gels en sportdrank bestonden nog niet. We hadden gewoon een paar broodjes met kaas en worst bij ons. Na dertig kilometer besloten we tijdens het lopen wat te eten. Derk at zijn brood zonder problemen op, maar ik bleef maar kauwen en kreeg niets binnen. Bij een benzinepomp heb ik een paar slokken water genomen, pas toen lukte het om die broodjes weg te spoelen.’
Ton Peters (55) uit Schoorl: ‘We wisten al wel dat je met koolhydraatrijke dranken het prestatieniveau wat langer op een redelijk niveau kunt houden. Het probleem was alleen dat het moeilijk verkrijgbaar was. Je moest de drank, Nutrical, speciaal bij de apotheek bestellen. Het was walgelijk spul, alleen verkrijgbaar in kleine flesjes. Je moest er flink wat water achteraan drinken om de vieze smaak weg te spoelen.’

Op de vroege ochtend van de 25ste september 1976 hadden zich in Winschoten 77 pioniers aan de start gemeld van de eerste ultraloop op Nederlandse bodem. Peters: ‘Rond de start hing een onbestemde, wat zenuwachtige sfeer. We stonden allemaal voor een loop in het onbekende. Om drie uur werden we door de burgemeester het donker in geschoten. Er volgden enkele uren van lopen door het nachtelijke duister. Ik heb genoten van de dageraad en ik bleef de kilometers in een gelijkmatig tempo weglopen. Het deelnemersveld was enorm verspreid, zelden zag ik een andere loper. Toen ik net over de helft was kreeg ik de eerste gevoelens van onlust. Tussen zestig en zeventig kilometer verdween ik voor een massage in een verzorgingspost. Niet één loper passeerde me terwijl ik op de massagetafel lag, ik verloor slechts tijd en mijn humeur. De laatste tien kilometer was ik zó moe dat ik nauwelijks meer hardlopend tegen de wind in vooruit kwam. Plotseling zag ik, voor het eerst sinds het zestig kilometerpunt, weer een andere loper. Ik haalde hem in en passeerde de finish als elfde. Ik had honderd kilometer hardgelopen, een geweldige ervaring!'

Grenzen verleggen
De onheilsprofeten van weleer hebben geen gelijk gekregen: de pioniers van de ultralange adem zijn geen van allen in een rolstoel beland. Henk Bronswijk (63), de eerste Nederlandse ultraloper van internationale allure, oogt zelfs opmerkelijk fit. Wat bezielde hem ruim dertig jaar geleden om formidabele afstanden te gaan lopen? ‘Ik had al achttien jaar gevoetbald, maar was dat gezuip na een wedstrijd gewoon zat. In 1972 zag ik als toeschouwer Geert Jansen Nederlands marathonkampioen worden. Dat maakte veel indruk op me, er waren in die tijd niet veel marathonlopers. Op dat moment besloot ik lange afstanden te gaan lopen. Al snel vond ik een marathon niet genoeg. Ik wilde verder lopen, mijn grenzen verleggen, kijken tot hoever ik gaan kon. Ik vond het gewoon leuk om lang en langzaam te lopen. Volgens mij komt het allemaal voort uit een soort overlevingsdrang. Ik voelde mijn lichaam perfect aan, wist exact tot hoever ik gaan kon. Als ik geen zin meer had om verder te lopen wist ik dat mijn grenzen waren bereikt. Dan stopte ik direct.’

Halve zool
Bronswijk: ‘Ik werkte in de nachtdienst, maakte terreinen schoon. Overdag had ik dus tijd genoeg om te trainen. Ik stuitte voornamelijk op onbegrip. Hé, halve zool, moet je niet werken?, riepen de tuinders als ik voorbij liep. In 1983 won ik voor de eerste maal de 100 kilometer van Winschoten. Er reed een cameraploeg van de NOS achter me, met Mart Smeets. Om drie uur ’s nachts hoorde ik hem zeggen: wat moet ik in dit godvergeten land met al die imbecielen om me heen? Toen dacht ik bij mezelf: wat een lul ben jij. Dat is overigens de laatste keer geweest dat hij bij een ultraloop aanwezig was.’
Tine Bronswijk (59) zag hoe haar man verslaafd was geraakt aan de eindeloze cadans. ‘Ik dacht: waar is hij nou toch mee bezig? Een mens gaat toch niet de halve dag hardlopen? In die tijd werd je voor gek verklaard als je aan marathonlopen deed. Dan kwam Henk bezweet thuis en dan vroeg ik: ben je nou niet moe? En dan zei hij: nee, ik ben voldaan. Op een gegeven moment kwam Henk thuis met de mededeling dat hij me had opgegeven voor een training. Het gevolg was dat ook ik na een tijdje aan ultralopen ben gaan doen. In 1979 liep ik mijn eerste 100 kilometer. Ik had me voorgenomen elke vijf kilometer wat te rusten en te eten of drinken. Zo kwam ik uit op een eindtijd van 9.46, twee jaar later liep ik zelfs 9.07. Ik bleek dus net als mijn man over talent voor het superlange werk te beschikken.’

Ook Rika van der Laan (62) raakte nauw betrokken bij de loopmanie van haar man. Van der Laan: ‘Ik ging altijd met Derk mee op de fiets, lichtte hem bij op donkere winteravonden. Hij heeft 23 jaar in de bouw gewerkt, in Delfzijl. Daar ging hij ’s ochtends heen met een busje met collega’s. Na z’n werk liep hij dan terug naar Oude Pekela, zo’n 35 kilometer. Als hij thuis kwam kon-ie gelijk aan tafel. Ook tijdens wedstrijden fietste ik met Derk mee: Ulrum - Lauwersoog, de Zestig van Texel, de Schipholloop. Vooraf kookte ik speciaal voor hem, macaroni of rijst met tuttifrutti. Dat was licht te verteren, dan hoefde Derk niet zo vaak naar de wc. Door het ultralopen zijn we overal geweest: drie keer in Athene, in Berlijn, Parijs, Malta, Rhodos. Daar moesten we uiteraard voor sparen, maar het gezin ging altijd voor.’

Egoïsme
Ultraloopster Janneke Cazemier (42) is chemisch analist en getrouwd met Klaas Goossen, een niet-loper. Cazemier: ‘Dat is niet altijd makkelijk. Ik probeer ‘s ochtends vroeg te trainen, zodat ik de rest van de dag beschikbaar ben voor ons sociale leven. Zo ben ik de afgelopen zomer iedere dag om kwart over vier opgestaan voor een duurloop. Klaas doet hoofdzakelijk het huishouden. Ik train nu voor de 24 uur van Italië, de laatste acht weken heb ik vrijwel niets in huis gedaan. Daar hebben we wel goede afspraken over gemaakt, als ik terug ben neem ik de stofzuiger weer ter hand. We hebben geen kinderen, dat zou ook niet kunnen op deze manier. Als er familiebezoek op het programma staat, ga ik daar ’s ochtends om vijf uur hardlopend naartoe. Klaas arriveert dan om een uur of tien met de auto. Toch heb ik geen last van schuldgevoelens, anders zou ik deze sport niet kunnen beoefenen. Er speelt een zekere mate van egoïsme mee.’

Jan Vandendriessche (45) is inmiddels gestopt met ultralopen, maar heeft zich in zijn actieve periode altijd gesteund geweten door het thuisfront. Fysiotherapeut Vandendriessche: ‘Ik heb een eigen praktijk en kon mijn tijd zelf indelen. Op doordeweekse avonden liep ik niet meer dan 25 kilometer, de langere trainingen werkte ik af in het weekend. Sommige partners zie je nooit op wedstrijden, dat maakt het voor de atleet in kwestie een stuk moeilijker. Mijn vrouw ging altijd mee naar wedstrijden en kende de buitenlandse lopers vaak beter dan ikzelf. Ultralopen is een uiterst tijdrovende bezigheid, maar mag niet ten koste gaan van je relatie. Er moet sprake zijn van een balans. Toen we in 1995 tien jaar getrouwd waren, maakten we plannen om samen een reis te maken. Is er ergens nog een wedstrijd die je zou willen lopen, vroeg mijn vrouw. Zozeer hoorde het ultralopen bij ons leven. Toen de kinderen groter werden zijn ze meerdere malen thuisgebleven als ik op reis ging, maar ze stonden wel achter me.’

Jodi Kremer (40) en Lydia Doornbos (28) verkeren in de gelukkige omstandigheid dat ze allebei aan ultralopen doen. Toch trainen ze niet zo vaak samen. Kremer: ‘Daarvoor verschilt ons looptempo te veel, bovendien hebben we verschillende werktijden.’
Doornbos: ‘Ik ben zwanger en heb nog twee maanden te gaan. Ik slaap slecht en voel me onrustig omdat ik niet kan trainen. Ik hou ontzettend veel energie over en sta ‘s nachts soms op om de was op te hangen.’
Kremer: ‘Omdat we allebei lopen hebben we veel begrip voor elkaars behoeften. Ultralopen is voor ons een way of life. We lopen heel erg veel en vaak. Als ik een maand niet zou kunnen lopen zou ik knap chagrijnig worden. De grens van de marathon is puur arbitrair. Waarom zou je geen vijftig of zestig kilometer lopen als je daar plezier in hebt?’
Doornbos: ‘Ik had al een paar marathons gelopen en merkte dat ik nog verder kon. Dat is niets bijzonders, volgens mij kan iedereen een ultraloop volbrengen. Je moet alleen het lef hebben je grenzen te overschrijden. Het is heerlijk om een training van zes uur te doen in de voorbereiding op een ultraloop. Mijn familie begrijpt er niets van, maar heeft inmiddels geaccepteerd dat we een nogal veeleisende hobby hebben. We zullen even moeten kijken hoe we onze tijd indelen als de baby er is, maar de babyjogger staat al klaar.’

Familiereünie
De wereld van het ultralopen is klein. Het gevolg is dat wedstrijden het karakter hebben van een familiereünie, of een bijeenkomst van een hechte vriendenclub.
Rika van der Laan: ‘We vonden het altijd gezellig om naar wedstrijden te gaan. De kinderen zaten met een tas met broodjes op de achterbank van de auto. Je kwam kennissen tegen uit het loopwereldje die ook hun kinderen bij zich hadden. Die gingen dan met onze kinderen naar de speeltuin.’
Vandendriessche: ‘Het onderlinge respect is groot, omdat iedereen beseft wat er voor nodig is om de finish te halen. Bij elke wedstrijd ken je zestig procent van het hele deelnemersveld. Het samen afzien schept óók een band, meer dan bij andere loopevenementen.’
Jan-Paul Praet (51) heeft een andere ervaring. Daar gaat een verhaal aan vooraf. Praet: ‘In 1986 verkeerde ik in de vorm van mijn leven. De hele wereldtop was naar Torhout gekomen voor de Nacht van Vlaanderen, de meest roemruchte 100 kilometerloop hier te lande. Er waaide een forse tegenwind toen we in de richting van de kust liepen. Toen er na vijftig kilometer werd gekeerd heb ik de kop genomen en met de wind in de rug mijn voorsprong stelselmatig uitgebouwd. Er hing sensatie in de lucht toen bleek dat ik op een schema van minder dan zes uur liep. Na 75 kilometer moest ik helaas een sanitaire stop maken, mijn eindtijd werd 6.03.51. Dat was meer dan tien minuten sneller dan het wereldrecord! De tijd was zó scherp dat ze ongeloofwaardig werd geacht. De Internationale Associatie van Ultralopers (IAU) wil mijn tijd tot op de dag van vandaag niet erkennen, omdat ze de parkoersmeting niet zelf hebben uitgevoerd. Toen ik begon met ultralopen was er inderdaad sprake van een grote vriendenkring, maar toen ik die 6.03 had gelopen ontmoette ik veel jaloezie. Er werd over me geroddeld. Zo verspreidde de Fransman Bruno Scelsi, die tweede was geworden in Torhout, het gerucht dat ik afgesneden zou hebben. Gelul, er zijn zat getuigen die met me zijn meegefietst. Aan de top is de kinnesinne groter dan ik ooit elders in mijn leven heb meegemaakt.’

Mentaliteit
Het relaas van Praet illustreert op treffende wijze het mentaliteitsverschil tussen Nederlandse en Belgische ultralopers. Terwijl de Nederlanders een meer spirituele benadering van het ultralopen hebben, zijn de Belgen sterk gericht op de competitie. In Nederland heeft het ultralopen folkloristische trekken, met deelnemers op klompen, terwijl in België het atletische presteren telt. Henk Bronswijk en Jan Vandendriessche hebben een vergelijkbaar persoonlijk record op de 100 kilometer, hun visie op het ultralopen verschilt als dag en nacht.
Bronswijk: ‘Mijn voorkeur voor ultralopen heeft niets te maken met masochisme. Ik vind het gewoon leuk om lang en langzaam te lopen. Daar voel ik me prettig bij.’
Vandendriessche: ‘Je moet absoluut een masochistische inslag hebben, bereid zijn om verschrikkelijk veel pijn te lijden en af te zien. Tot vijftig kilometer moet het vlot lopen, daarna komt onherroepelijk de pijn. Ik heb in Boston eens veertig kilometer lang lopen afzien. Ik ben zo ellendig aan de finish gekomen dat mijn eigen kinderen zeiden dat ze me zo niet meer wilden zien. Ik wilde ergens het beste in worden, en op kortere afstanden was dat niet voor mij weggelegd. Dat is bij het ultralopen wel gelukt, ik ben in totaal vijf keer Belgisch kampioen 100 km geworden.’
Derk Van der Laan (65): ‘Ik was in mijn jonge jaren echt verslaafd aan ultralopen, genoot van het nachtelijke duister, de ochtendstilte, de weidsheid van de polder. Ik was in mijn element als ik een mooie brede weg voor me had, die kon me gewoon niet lang en recht genoeg zijn. De eentonigheid maakte dat ik op een gegeven moment ging zweven, het leven werd probleemloos en overzichtelijk.’
Jean-Paul Praet: ‘Ultralopen is een vak apart, je moet over een kei- en keiharde mentaliteit beschikken om honderd kilometer lang het vuur uit je sloffen te lopen. Me laten kloppen door een tegenstander? Over m’n lijk! Ik hield van afzien en veel, lang en hard trainen. Het kon twee kanten op: of ik zou neervallen of ik werd de beste. Ik zou geen goede trainer zijn, omdat ik dezelfde instelling zou eisen van mijn atleten. Die zijn vrijwel niet te vinden.’
Thijs Roest (40): ‘De 100 kilometer fascineert me. Elke wedstrijd vraag ik me opnieuw af of ik het wel kan, ik sta versteld als het is gelukt. Ultralopen doet enorm zeer, de momenten dat dat niet zo is zijn uitzonderlijk. Toch ben ik nog nooit over m’n grenzen gegaan. Erkenning levert het me niet op, onbegrip wel. Ik praat dan ook niet graag over m’n hobby, mensen zullen het toch nooit begrijpen. Ik ben een loper van de leegte, zoek wedstrijden op in Scandinavië, op de flanken van de Mont Blanc. Ik hoef geen applaus.’

Blessures
Ultralopers krijgen vroeger of later last van gewrichtsslijtage en zullen in een rolstoel belanden, luidt een onuitroeibaar vooroordeel. Klopt het dat ultralopers lichamelijk sneller opbranden dan andere sporters?
Masseur Thijs Roest: ‘Ik weet uit verschillende onderzoeken dat ultralopers niet meer of minder slijtage oplopen dan niet-sporters. Het lichaam past zich aan en herstelt de schade. Het is wel zo dat ultralopers uitzonderlijk stijf zijn, een gevolg van de extreem eenzijdige belasting. Ze doen weinig aan snelheid, lenigheid, kracht, maar dat bevordert niet de slijtage.’
Fysiotherapeut Vandendriessche: ‘Ik denk dat ultralopers net zoveel kans lopen op een blessure als baanatleten. Alleen joggers en recreanten kunnen uit de gevarenzone blijven. Kwetsuren zijn inherent aan prestatiesport. Mijn knie is kapot, het gevolg van een combinatie van factoren. Ik had al een instabiele knie voor ik begon te lopen en ben geopereerd aan mijn meniscus. Als je dan 180 kilometer per week gaat lopen is dat niet ideaal. Ik heb zelfs een jaar lang doorgelopen met een versleten knie. Maar wat ik ervoor heb teruggekregen had ik op geen andere manier kunnen bereiken. Je lichaam is je tempel, zeker, maar ik heb wel het zoet van de overwinning mogen smaken. Ik heb geen spijt van mijn ultracarrière, het was een welbewuste keuze. Ik ben gestopt op de dag dat ik niet meer kon winnen.’

© Runner’s World / WP Sport Media

Dankwoord Martien Baars. Hoofdredacteur Ysbrand Visser en auteur Peter Klooster van Runner’s World verleenden toestemming om het artikel uit RW november 2006 (pag. 66 t/m 70) hier eenmalig op UltraNed te mogen reproduceren in de aanloop naar de 32e editie van de RUN Winschoten op zaterdag 8 september 2007.

Het idee voor, en ook de realisatie van, het artikel vorig jaar in Runner’s World is sterk gekoppeld aan de RUN Winschoten. Vorig jaar was het 30 jaar geleden dat de allereerste RUN werd georganiseerd en Runner’s World vond het een goede gedachte om aandacht aan het ultralopen van verschillende ‘generaties’ te besteden. De interviews van de Nederlandse ultralopers vonden op een heel speciale wijze plaats: tijdens een fietstocht over het oude RUN-parcours van 50 km. Van 1980 t/m 1988 werd de RUN gehouden op een parcours van 50 km en die ronde diende dan dus twee keer te worden afgelegd. Er zijn in die jaren diverse varianten geweest van dat parcours van 50 km. De route die de groep ultralopers fietste was die van de 50 km ronde met de klok mee uit de jaren 1986-87-88: Winschoten – Beerta – Finsterwolde – Drieborg – Nieuweschans – Oudeschans - (lus naar) Bellingwolde - Oudeschans – Ulsda - Beerta – Winschoten.

De fietstocht vond plaats op zondag 17 september en dat was een stralende dag, wat ook af te lezen valt uit de mooie foto’s van Harry Tielman bij het originele artikel in Runner’s World. De fietstocht ging van start vanaf camping De Burcht aan de Bovenburen (onderdeel van het parcours van de huidige RUN), waar de betrokken personen uit het westen waren blijven kamperen na afloop van de RUN de dag ervoor. Tijdens het fietsen kwam Peter Klooster bij deze en gene langszij met een klein recordertje. Er stond zo weinig wind dat vragen en antwoorden onvervormd opgeslagen konden worden ;-). Bij de koffiestop en de lunchstop gingen zijn ondervragingen onder vier ogen in verhevigde intensiteit door, en wisselden de anderen ondertussen allerlei ervaringen uit over heden en verleden in de ultrawereld. Na afloop terug op het terras van de camping kwamen bij Bé Lohof en Derk van der Laan ook plakboeken te voorschijn, en vooral de krantenknipsels in die boeken intrigeerden mij in hoge mate. Zonder bezwaar mocht ik die plakboeken lenen, en eind januari dit jaar heb ik al eens zo’n oud krantenartikel mogen herpubliceren (Aquilo 1971, zie bij de links hieronder of http://www.ultraned.org/n_item/f3623_2007_01.php ). Binnenkort wil ik wat over de (sponsorperikelen van de) RUN 1985 publiceren. Waaruit zal blijken dat toen de hoofdsponsor wel heel nadrukkelijk een stempel op de wedstrijd drukte. 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ] - [1-2-3 Uitslagen ]