|
Gegokt en … verloren en … gewonnen
Een gevoel van vertrouwdheid overvalt me als ik het parkeerterrein vlakbij de omloop te Steenbergen oprijdt. Hier heb ik vorig jaar voor het eerst de kaap van 78km bij een 6urenloop overschreden en als kers op de taart een podiumplaats behaald na de ongenaakbare Marc Papanikitas en Ivan Hostens. Dit jaar zou er zelfs nog meer moeten inzitten: ik ben aan een goed seizoen bezig met o.a. 2u48 op de marathon van Genk en 80km op de 6uren van Stein. De afgelopen weken heb ik me goed kunnen voorbereiden, dus ik ben vol vertrouwen dat ik ook vandaag zonder tegenslag de kaap van de 80km moet kunnen halen. Oorspronkelijk had ik zelfs even met het idee gespeeld om zowel de marathon als de 6uren te lopen, maar gelukkig had Papa Renaat (zie artikel vorig jaar) me dat uit het hoofd gepraat op dezelfde vaderlijke manier als die waarop hij me vorig jaar tijdens de eerste drie uren te Steenbergen begeleid had.
Als ik aan het parcours kom, zie ik de eerste 24urenlopers voorbijkomen. Zij hebben er ondertussen al 17 uren opzitten. Bij de ene gaat het lopen al wat vlotter dan bij de andere. In de tussenstand die buiten aan een tentje uithangt, kan ik lezen dat Geert Stijnen goed op weg is om zijn beoogde 240km te halen. Maar de weg is nog lang natuurlijk. Op 7 uur kan er heel wat gebeuren. Er waait ook een vrij stevige wind en het belooft een zeer warme dag te worden. Nu is het echter nog erg koud, dus de nacht moet moeilijk geweest zijn.
Wind en warmte zijn spijtig genoeg ook mijn twee grootste vijanden bij het lopen. Er is dus wel een beetje twijfel over de goede afloop, maar we zien wel. Ik ben klaar om de degens met hen te kruisen.
Terwijl ik mijn tafeltje met persoonlijke bevoorrading (de ondertussen waarschijnlijk al welbekende genummerde flesjes) klaarzet, komt Rudy Van Daele net voorbij. Hij is bezig aan de 24uren. Ik feliciteer hem onmiddellijk voor zijn mooi resultaat op de marathon van Antwerpen. Voor het eerst in zijn lopersbestaan is hij er onder de drie uur gedoken. Iedereen wist dat hij dat al lang in de benen had, maar het wilde er tot dan toe niet uitkomen. Voor zijn 24uren ziet het er minder goed uit. Hij heeft erge pijn aan beide scheenbenen. Acute beenvliesontsteking? Iets later zal hij de strijd spijtig genoeg moeten staken.
Geert Stynen en Alfons Vekemans komen een tijdje later voorbij. Ook zij hebben het lastig. Wat wil je na bijna 18 uren! Ze blijven echter doorgaan. Ongelooflijke kerels.
Nog enkele minuten voor de start. Het deelnemersveld omvat ongeveer veertig lopers. De Belgische toppers van vorig jaar zijn door allerlei blessureleed afwezig. De Nederlandse toppers zoals Jan Albert Lantink en Math Roberts zijn op de 24uren gestart. Het zal dus gaan tussen de Belgen Philip Verdonck, Walter Bouwen en mijzelf. Lucien Taelman is er niet bij, want hij heeft gisteren al de marathon gelopen en gewonnen op zijn vertrouwde manier: rustig gecontroleerd starten en naar het einde toe versnellen. Sommigen leveren wel eens kritiek op die loopstijl, maar zij vergeten dat de belangrijkste vaardigheid van een ultraloper juist is om zichzelf in de eerste wedstrijdhelft te beheersen en krachten te sparen. Lucien kan dat tot in de perfectie en draagt daarom ook met recht en reden de titel ‘Mister Ultracup’ en voor mijn part ook de titel ‘Mister Ultra’.
Patrick Kloek heeft gisteren ook de marathon gelopen en start vandaag op de 6uren om extra puntjes te sprokkelen voor de marathon- en ultracup.
De start verloopt zoals altijd: geen zenuwachtig geduw en getrek, maar gezellig gebabbel en gelach. Heel anders dan bij korte stratenlopen en crossen. We starten rustig zodat ook Patrick nog even bij ons aansluit, maar al gauw laat hij ons wijselijk gaan. Een eerste rondje in 9’34” is met een marathon in de benen en een nagenoeg slapeloze nacht door de koude te snel voor hem. Ik wil rondjes net onder 9’15” lopen dus trekken we het tempo wat op. Daardoor laat ook Walter ons vrij snel gaan. Tot mijn verrassing komen we door in 8’55”. Veel te snel. Het volgende rondje moet dus trager. We nemen wat gas terug en lopen rustig te babbelen. Volgende doorkomst: 8’54”. Ik kan mijn ogen niet geloven. Terwijl ik dacht trager te lopen loop ik zelfs nog een tikje rapper. Zijn het die grote passen van Philip die mijn tempogevoel om de tuin leiden of heb ik vandaag superbenen? Wijselijk besluit ik toch om Philip succes te wensen en mijn eerste bevoorrading (ik heb ervoor gekozen om in het begin elke 3de ronde 250ml te drinken en later elke 2de ronde 200ml, een eerste belangrijke vergissing zoals later zal blijken) te gebruiken om het tempo nu echt te laten zakken en in mijn eentje een eindje achter Philip te lopen. Maar ook nu blijkt bij de doorkomst (8’56” met een bevoorrading!) dat ik me nog altijd onwillekeurig laat meezuigen door Philip. Of dan toch een superdag??? De benen voelen inderdaad goed. Het enige waar ik nagenoeg van bij het begin last van heb, zijn mijn armen. Ik heb een dag eerder namelijk nog een 25tal boomstompen afgezaagd. Zwaar en voor mij niet alledaags werk met pijnlijke armspieren tot gevolg. Ik had niet alleen de klus onderschat, maar ook het effect ervan op mijn lichaam en dus op mijn prestatie tijdens de 6urenloop (een tweede belangrijke fout).
Philip zie ik intussen enkel nog in de lange rechte stukken voor me uit lopen zodat ik nu echt mijn eigen tempo kan lopen. Omdat de benen goed voelen, besluit ik de gok te wagen: het tempo hoog houden met twee bedoelingen. Ten eerste een zo groot mogelijke afstand af te leggen (80 à 82km) en ten tweede te verhinderen dat Philip me dubbelt (loperstrots, hé). In dit laatste slaag ik alvast. Philip haalt een maximale voorsprong van vier minuten op me en begint dan te verzwakken. Na 25 ronden heb ik nog 2’15” achterstand. Binnen een ronde of vier verwacht ik Philip te zullen inhalen, maar op het einde van de 26ste ronde zie ik hem ineens voor me lopen. Hij heeft zware problemen en moet het lopen even staken. Gelukkig kan hij de wedstrijd uiteindelijk wel beëindigen en de tweede plaats vasthouden.
Zelf heb ik het ondertussen ook knap lastig door de warmte. Gelukkig is Paul Beckers in de verzorgingszone (als begeleider van Geert Stynen) en hij geeft me telkens een spons aan. Daarnaast geeft hij me ook informatie over de andere lopers en moedigt hij me aan. Nogmaals heel erg bedankt, Paul! Met nog 1u20’ te gaan zit een resultaat tussen 80 en 81km er nog altijd in. Tijdens mijn laatste uur moet ik namelijk mijn rondetijden geleidelijkaan weer wat naar beneden kunnen krijgen om dan een sterke laatste ronde te lopen. Maar dan gebeurt het in ronde 31. Ik krijg een steentje in mijn schoen en op het ogenblik dat ik mijn voet ophef om het te verwijderen, schiet er een heftige kramp in mijn rechterhamstring. Ik besef onmiddellijk dat ik door de warmte, de wind en mijn hogere snelheid te veel vocht, zout en mineralen kwijtgespeeld ben. Voorzichtig loop ik de ronde uit en drink bouillon in de hoop zo het zoutverlies te compenseren. Maar in de volgende ronde blokkeer ik volledig: tijdens het lopen verkramt mijn linker hamstring volledig. Telkens ik terug wil vertrekken, verkramp ik opnieuw. Er zit niks anders op dan een tijdje te blijven staan en te rekken. Paul Van Hiel komt bij me en besluit zijn vrouw van bij de bevoorrading in mijn richting te sturen met een tabletje magnesium. Na nog wat goeie raad van een Duitse 24urenloper begin ik zachtjes terug te stappen en na een tijdje voorzichtig te lopen. Wat verder komt de vrouw van Paul me inderdaad tegemoet met een tabletje magnesium en een energiedrank van een Duitse loopster. Bij de bevoorrading drink ik weer bouillon en cola. De volgende rondjes slaag ik erin om te blijven lopen. Ik moet me wel erg concentreren op mijn loopstijl om niet weer te verkrampen, maar ik voel de toestand geleidelijk verbeteren. De bouillon en de magnesium beginnen te werken. De 80km is al lang niet meer haalbaar, maar ik probeer er toch nog het maximum uit te halen. In mijn laatste ronde volg ik het winnende estafetteteam zodat ik toch nog een tempo van 4’30”/km haal en in de verzorgingszone vlakbij de aankomst kan finishen. Mijn resultaat: 77,728km en de eerste plaats.
Achteraf bekeken besef ik dat ik tijdens het afzagen van de boomstronken de dag voor de 6uren waarschijnlijk al veel zouten en mineralen verloren heb. Die heb ik niet aangevuld. Tijdens de 6uren zelf heb ik gegokt wat mijn startsnelheid betreft en verloren. De eerste 3 uren heb ik ook te weinig gedronken. 3 beoordelingsfouten die ertoe geleid hebben dat ik de kers op de taart wel gehaald heb (namelijk de overwinning), maar dat de taart te mager is uitgevallen.
Vooral voor de organisatoren vind ik dat erg spijtig en ik heb me daarvoor tijdens het lopen van mijn laatste rondjes al bij hen geëxcuseerd. Zij verdienen een mooier resultaat voor al de energie die ze in de organisatie van zo’n loop stoppen. Gelukkig hebben Geert Stijnen en Lucien Taelman in de andere wedstrijden wel op niveau gepresteerd.
Ik troost me met de overwinning en met het feit dat ik weeral wat bijgeleerd heb over hoe mijn lichaam in bepaalde omstandigheden reageert. Maar wat me vooral van deze wedstrijd zal bijblijven is de steun en vriendschap die ik van de collega-lopers en het publiek mocht ervaren. Dus nogmaals bedankt Paul, Patrick en Gerald, Alfons, Eric, Geert, William, Philip, Walter, Math en zijn entourage, Paul en zijn echtgenote, de broers Suijkerbuijk, de speaker en alle anderen die me op de een of andere manier geholpen en aangemoedigd hebben.
Nog een apart woordje van dank ook voor de organisatoren én voor de vele vrijwilligers die achter de schermen en de dagen of zelfs weken voordien hun steentje bijgedragen hebben tot het succes van dit mooie loopweekend.
Gert Mertens
|
|
TRAIL DES CARACOLES
Eerste pinksterdag, zondag 11 mei, stond voor mij dit jaar in het teken van mijn deelname aan de “trail des caracoles” , een trailrun die elk jaar wordt georganiseerd door de RC Namur. Dit jaar werd deze trail gecombineerd met de Trail de Celestes, de jaarlijkse grote trailrun door de Ardennen over 100 km of 100 mijl, maar dit jaar over 100 km. Voor mij was het dus de trail des caracoles, over een afstand van 56 km, met in totaal ruim 1500 hoogtemeters.
De deelnemers aan de trail des caracoles verzamelen bij de provinciale hotelschool, op de Citadel van Namen. Om 5 uur in de ochtend zijn hier de deelnemers van de 100 km al van start gegaan. Wij worden met een touringcar weggebracht, en nadat de buschauffeur toch het voormalige treinstationnetje van Warnant heeft gevonden, gaan wij iets na 9 uur ook van start, na een kleine aanloop zitten we op het parcours van de 100 km, dat we tot aan de finish zullen volgen.
Ik heb weinig vertrouwen in een goede afloop. Vooral vanwege de verwachte warmte. Bij de start voelt het al warm aan, en de temperatuur zal in de loop van de dag oplopen tot 26 graden. Naast de verplichte camelbak (1,5 liter) en hoofdlamp (???). Heb ik ook wat gelletjes, fruitrepen, geld en een mobieltje in mijn bagage voor deze ardennendag.
De eerste helling dient zich al snel aan, en er zouden er nog vele volgen, in allerlei varianten, de meeste onverhard, een enkele met asfalt, van vals plat tot zeer steil, en soms ook op smaak gebracht met stenen, keien, en andere hindernissen, zoals het een echte trailrun betaamt. Ik start zeer behoudend, en kom eigenlijk best in een lekker ritme, op de meeste stukken een lekker rustig looptempo, en op de steile hellingen wandelend. In een lekker ritme passeer ik de eerste 2 posten (alleen water), op 5 en 12 kilometer, en geniet van de natuur en de mooie uitzichten. Na ongeveer 17 km (schat ik, loop bij dit soort wedstrijden altijd zonder horloge), in Yvoir staat een ladder tegen een muurtje, door de ladder op te klimmen komen we op een oude spoorweg, die duidelijk al vele jaren niet meer in gebruik is. Na een klein stukje over de spoorbaan komen we aan de ingang van een spoortunnel, en wordt ook duidelijk waar de hoofdlamp voor nodig is. Hoofdlamp op en de tunnel in dus. Ik probeer eerst op de bielzen te lopen, maar dat is geen goed idee, dan maar ernaast, al staan daar soms wel plassen, maar dat is dan weer goed om de voeten te koelen. In de tunnel is het echt pikdonker, in de grottenmarathon was een lamp ook verplicht, maar had het ook wel zonder hoofdlamp gekund. Hier duidelijk niet. Gelukkig gloort er licht aan het eind van de tunnel, en kan de hoofdlamp weer uit en opgeborgen worden. We gaan gelijk weer de volle zon in en steil omhoog.
Door de organisatie is ons een 3e waterpost beloofd op 21 km. Voor mijn gevoel heb ik die afstand al afgelegd. Ik zet mijn mobieltje aan om te kijken hoe laat het is; half een, ofwel 3,5 uur lopen, dus mijn gevoel klopt wel. Maar goed, niet getreurd, heb toch nog water in mijn camelbak. Ondertussen wordt ik ingehaald door de top 3 van de 100 km, eerst Wouter Hamelinck, en kort daarachter Eric Brossard en Jan-Albert Lantink. Na ongeveer 4 uur Kom ik aan op de grote bevoorrading in Crupet, op 30 km. Hier neem ik even de tijd om goed te eten en te drinken en mijn camelbak bij te vullen.
Tot mijn eigen verassing voel ik me nog opvallend fit, dus maar weer op pad. We lopen nu een paar langere stukken in het open veld, dus vol in de zon en de warmte. Toch blijft het lekker lopen, en kan ik zelfs nog genieten van de uitzichten over de gele koolzaadvelden hier. Bij een steile helling, op ongeveer 40 km, tref ik mijn clubmaat aan, zittend op een steen. Hij heeft er wel eens beter uitgezien. 30 meter verder staan ook 3 lopers vertwijfeld om zich heen te kijken, alsof ze zich afvragen wat hier nou ook weer zo leuk aan is. Ik ga door en tref verderop de helling Wouter Hamelinck aan, die een serieuze klap heeft gekregen hier. Ikzelf kan de motor gelukkig redelijk draaiend houden, al begint er ondertussen wel wat vermoeidheid mee te spelen.
Een paar kilometer verder kom ik bij de laatste waterpost in Dave, op 45 km. Even wat drinken, en weer verder, nog maar 11 kilometer. Aan de overkant mogen we weer verder, dit is het betere steile wandwerk denk ik, als ik de heuvel op kijk en bovenaan inderdaad een markering van de route, zoals ook al eerder gebleken is, is de route uitgezet door iemand met een scherp oog, want niemand die hier een pad ziet, behalve de degene die het parcours uitgezet heeft. Bovenop de helling weer verder in een looppasje.
Enkele kilometers verder kondigt de bebouwing van Jambes en Namen zich aan, en een stukje verder gaat het zowaar voor het eerst in ruim 50 kilometer echt door de bebouwde wereld. Aan de Andere kant van de Maas doemt de Citadel op, met daar boven dus ergens de finish. We steken de rivier over en lopen een stukje langs de Maas, heerlijk vlak…….. voor even, want al snel gaan we rechtsaf en een paar honderd meter verder is het tijd voor het toetje; de beklimming van de Citadel!. Gelukkig heeft de organisatie ook hier weer een vreselijk steil pad naar boven gevonden. Zelfs wandelen is hier teveel voor mij, ik moet op sommige stukken even stilstaan en me als het ware naar bovenslepen. De wetenschap dat daar boven ergens de finish wacht, geeft de laatste restjes energie vrij. Bovenop de Citadel is het gelukkig redelijk vlak, nog een luttele kilometer. Als ik de finishboog passeer en vervolgens stil blijf staan, wordt ik het Frans en in gebaren gemaand door te lopen, de finish is namelijk niet hier, maar binnen, op de 1e verdieping, in de zaal van de provinciale hotelschool. Die paar hoogtemeters kunnen er ook nog wel bij, en uiteindelijk na 7u. en 42 minuten heb ik dan toch de finish bereikt. De verleiding is groot om direct aan het bier van de brouwerij Caracoles te gaan, maar toch nog maar even niet. Eerst wat eten, dan douchen en dan toch maar een lekker biertje van de sponsor, terwijl ik beneden de lopers die de citadel nog opmoeten, de maas over zie steken.
Jean-Antoin van de Rijzen
|
|
Willibrorduswandelpad etappe 5: “Aan alles komt een einde, soms duurt het echter wat langer….”
Toevallig heb ik de afgelopen weekenden een aantal loopjes gedaan waarbij ik een startnummer mocht dragen. Om te voorkomen dat mijn favoriete shirtje, door het veelvuldige gehannes met veiligheidsspelden op een gatenkaas gaat lijken werd het weer tijd voor een loopje met veel plezier en weinig formaliteiten. Bovendien staat volgende week de zevendaagse Eifelsteig gepland. Dus de tijd was rijp om even het Willibrorduswandelpad af te maken. Na etappe 4 waren we in Baarn beland. Dus moesten we nog even van Baarn naar Utrecht. Bram had becijferd dat dit stukje circa 47 kilometer lang was. Ik telde dus op een loopje tussen de 45 en 50 kilometer. Precies de ideale voorbereiding.
Toevallig was ik dit weekend aan het logeren bij mijn schoonzus en zwager in Almere. Ondanks dat mijn vrienden van de NS (ik zit dit stukje in de trein te typen nadat ik dankzij een computerstoring ruim drieëneenhalve uur op een perron heb zitten luisteren naar een mevrouw die omriep dat de treinen niet reden maar dat nadere informatie omgeroepen zou worden. Vandaar “ vrienden”….) je via Weesp van Almere naar Baarn laten gaan was ik nu eens niet degene die bepalend was voor het starttijdstip. Sterker nog toen mijn lieftallige echtgenote zich realiseerde dat ik voor een ritje, dat met de auto een dikke 15 minuten duurde eerst naar het station gebracht moest worden (10 minuten) en vervolgens 50 minuten met de trein onderweg was bood zij spontaan aan om mij even met de auto te brengen. Ik heb het dus echt getroffen met een echtgenote die mij in mijn hobby zo ondersteunt. Voor de goede orde; ik ben die nacht drie keer opgestaan om te controleren of ik mijn creditcard inderdaad in mijn looprugzak gestopt had. Dit deed ik louter en alleen omdat wij lopers na afloop een hapje wilden gaan eten. Ik wilde voorkomen dat ik geen geld bij mij had en ik dan niet kon voorkomen dat Bram ons zou trakteren. Dus mijn onrustige slaap had niets te maken mijn avonturen in Rotterdam.
Mooi op tijd kwamen wij in een zonovergoten Baarn. Achteraf heb ik gehoord dat Baarn het enige station in Nederland is met nog een aparte eerste klasse wachtkamer. Had ik dit geweten dat had ik geheel in de traditie van Willibrammes wellicht nog een sociologisch experiment kunnen uitvoeren.
Mooi op tijd arriveerden ook de overige volgelingen van Willibrordus (Bram, Erwin en Wim) en konden wij onze tocht beginnen. Bram had uiteraard weer mooie routebeschrijvingen (zowel kaartjes als tekstuele beschrijvingen) gemaakt. Maar met onze ervaring hadden wij die niet die nodig. Wij liepen gewoon terug naar het punt waar wij de route vorige keer hadden verlaten. Meteen vonden wij ervaren spoorzoekers de inmiddels bekende blauw-gele markeringen. Om precies 9:46 stonden wij dan ook op het bordes van paleis Soestdijk. Om de een of andere reden was ik er van overtuigd dat Willem A. in een totaal afgedragen shirtje van de marathon van New York naar buiten gelopen zou komen en ons zou vragen of hij mee mocht lopen. Vervolgens zou Maxima in peignoir en pantoffels naar buiten komen en met een mededeling in de trant van “Sorry, Alex ist een beetje dom, hij wiet niet hoeverre joellie lopen”. Aan deze gedachten is denk ik wel te merken hoe warm het was…..
Vervolgens hebben we nog door een heel mooi stukje gelopen waarbij we een meertje omrond hebben en via het bedwingen van een apart toegangssysteem een heidegebied met mooie zandverstuivingen verkend hebben. Midden in het heidegebied waren de markeringen op. Een mooi moment om de verschillen in karakters tussen lopers waar te nemen. Sommige liepen alle kanten uit op zoek naar een volgende markering. Eentje ging de uitgereikte documentatie bestuderen en eentje wachtte af tot iemand het probleem opgelost had. Het verlossende woord kwam van Bram. “Ik heb een vervelende mededeling; wij zitten helemaal verkeerd. Meer specifiek: we hebben een heel andere route gelopen.” Achteraf bleek dat wij vrij snel van de route waren afgeweken en op een stuk rondwandeling waren uitgekomen. Vandaar waren wij ongemerkt overgegaan naar een andere wandeling namelijk “Rondom de Dom” Voor ons dus een heel toepasselijke naam. De verklaring was helder en de oplossing ook. Wij mochten weer terug naar het beginpunt. Dus stonden wij om 11:46 weer op Soestdijk. Willem A. was er nog steeds niet. Uiteindelijk waren we na zo’n 2,5 uur al ruim 1 kilometer van ons startpunt in Baarn verwijderd. We hadden inmiddels meer dan 20 kilometer omgelopen; omdat wij met zijn vieren waren, weet ik nog steeds niet hoe ik dit moet berekenen. Met 4 personen 20 kilometer verlopen is dit 5 kilometer per persoon of hadden we ons effectief 80 kilometer verlopen?
Ondanks dat we nu redelijk alert waren hebben we tijdens deze etappe nog regelmatig moeite gehad om de route te vinden en ook regelmatig weer een stukje terug mogen lopen. Uiteindelijk bleken we eerst naar Amersfoort te mogen. Dit was voor mij ideaal want op het station kon ik daar 1,5 liter Coca toverdrank kopen, wat gezien de zeer stevig gestegen temperatuur voor mij meer dan welkom was. Hier mochten we door de stationshal en werden de lopers voor het dilemma geplaatst: trap of roltrap. Ook geeft zo’n grote hoge stationshal heel mooie geluidseffecten aan de koolzuur die na het drinken van cola aan je mond ontsnapt.
Na Amersfoort ging het weer richting natuur. Via bossen en zandverstuivingen kwamen we weer op bekend terrein in Soest. Op dat moment belde Wilma die door een lichte blessure niet mee kon maar zich wel opgeofferd had om na afloop mee te gaan om een hapje te eten. Zij was in Utrecht gearriveerd en in de veronderstelling dat wij daar ook ongeveer zouden zijn. Wij konden heel trots vertellen dat wij na zo’n 6 uur minstens 5 kilometer van ons startpunt verwijderd waren. Wij stonden weer op het uitkijkpunt waar we een aantal uren geleden gestaan hadden en toen op een andere route uitgekomen waren. Eerlijk gezegd had ik het helemaal gehad. Mijn voorstel was om van daar via de normale weg naar Baarn te gaan en er mee te stoppen. We zouden dan zo'n 50 kilometer op de teller hebben en ik vond dat meer dan genoeg. Ik kan nu wel schrijven dat ik dat deed omdat ik mij zorgen maakte omdat Wilma helemaal alleen in de grote stad was, maar dat is niet waar. Ik draaide gewoon niet lekker. Ik had het behoorlijk warm en mijn voeten/tenen deden pijn. Uiteindelijk besloot de groep om toch de route te zoeken en de tocht af te maken. Ik wist op dat moment dat ik hier achteraf ook de meeste voldoening van zou hebben. Dus mijn laatste Cola maar genomen en doorgehobbeld.
Uiteindelijk hebben we ons in Bilthoven weer flink verlopen maar zijn daar wel bij de hockey club beland. Ik wil niet zeggen dat we daar uit de toon vielen maar ik geloof wel dat we enigszins opvielen. Hoe het ook zij, de cola was ijs- en ijskoud en ik was er aan toe. Uiteindelijk kwam het einde in zicht. Via Groenekan kwamen we in Utrecht binnen.
Voor al het moois dat we gezien heb verwijs ik naar mijn site; daar staan de ruim 120 foto’s die ik onderweg gemaakt heb. Ook staat daar de gebruikelijke animatie van de gelopen route.
Maar er was nog een kleine verrassing op het einde. In Utrecht moesten we over een brug. Alleen was de brug afgebroken. Er stonden nog een paar palen. Gelukkig stond er midden op een van die palen een markering, dus zaten we goed. Het hekwerk was uiteraard geen belemmering voor ons. Maar de burg die er oorspronkelijk was geweest was er niet voor niets geweest. Gelukkig is Wim een Rotterdammer en een ingenieur, dus lag er een oplossing in het verschiet. Wim begon te schouwen met planken en binnen een mum van tijd was er een perfecte hindernisbaan ontstaan. Dus na 60 kilometer mocht ik nog even mijn rek- en strekwerk gaan doen. Een heel aparte ervaring.
Na een ere rondje door de stad arriverende wij na 64,5 kilometer in het centrum van Utrecht. De eerlijkheid gebied mij te zeggen dat wij unaniem besloten hadden om op het eerste terras te landen. Dit was bewust omdat wij het voor de sfeer mooier vonden om de afsluitende foto bij het standbeeld van Willibrordus pas in het donker te maken. Toen ik eenmaal op het terras zat was natuurlijk alle leed geleden en was ik blij dat ik de hele tocht afgemaakt had.
De vijf etappes overziende voel ik mij een heel gelukkig mens dat ik dat weer heb mogen meemaken. Ik heb een stevig stukje gelopen, veel van Nederland gezien en mij kostelijk geamuseerd. Ik ben Bram dankbaar voor zijn initiatief en mijn medevolgelingen van Willibrodus voor hun aangename gezelschap. Voor de volgelingen staat het volgende avontuur weer gepland. Dit wordt de koninklijke weg die van paleis Noordeinde in den Haag naar het Loo in Apeldoorn zal gaan. Helaas zal ik door mijn werk niet in staat zijn om hier aan deel te nemen, wellicht is het feit dat ik er niet ben voor een aantal lopers het laatste zetje dat ze nodig hebben om de knoop door te hakken en ook mee te lopen.
Henk Geilen
Info provider Loopplezier.tk
http://www.loopplezier.tk
http://home.hccnet.nl/h.geilen/index.htm
|
The Addo Elephant 50 Mile Trail Run Zuid-Afrika 2 Mei 2008
In de afgelopen jaren heb ik bijna overal een marathon gelopen onder alle omstandigheden op de meeste vreemde plaatsen, wat nog overbleef was een ultrarun te lopen in een wildlife park tussen de olifanten, leeuwen, luipaarden, buffels en Neushoorns oftewel de Big Five
Ik kreeg al vaker van EXTREME MARATHONS ZUID AFIKA MAILS HIEROVER EN HENK HARENBERG HAD IN 2006 OOK AL DEZE MOOIE TRAIL GELOPEN
MIJN INTRESSE WAS GEWEKT, IK KEEK NAAR HUN WEBSITE http://WWW.EXTREMEMARATHONS.COM EN ZAG OOK DAT ze DE BEFAAMDE KALAHARI AUGRABIES DESERT RUN ORGANISEERDEN. Toen heb ik direct geboekt.
De voorbereidingen verliepen niet gunstig, ik had de marathon op de Duwbak goed gelopen en besliste daarna direct na de zes uren van Stein, de marathon van Kandel te lopen waar ik ooit in 1991 mijn beste tijd liep van 2.44.21 maar 2 dagen na de marathon liep een shinsplit en een ernstige kuitblessure op dus ik dacht wederom na mijn afzegging van Riad de Thai 2007 door een darmontsteking wederom geen avontuur in Zuid-Afrika.
Ik heb toen mijn vrienden Bert Hanckmann lasertherapie en John Snijders Fysiotherapeut geraadpleegd om de shinsplit en kuitblessure te laten behandelen en dus had ik in 2 maanden maar 3 maal een uur kunnen trainen.
Ben Maandag 28 april vertrokken via Schiphol-Munchen-Johannesburg-Port Elisabeth, de reis verliep vlot en goed. Ik arriveerde uitgerust op Dinsdag 29 April in PE Zuid-Afrika.
Ik had van de organisatie het adres gekregen van Yvonne van Tol van het Greater Addo Tourism. Haar man Aad kwam me ophalen op het Vliegveld van Port Elisabeth, ze hadden ook een huurauto voor mij geregeld. Toen reden we naar Kirkwood waar ze een Bed & Breakfast Magnolia hebben waar ik de komende 4 nachten kon overnachten, de weg naar Kirkwood ging door verschillende townships waar de arme zwarte bevolking in erbarmelijke omstandigheden leeft.
Aangekomen in Kirkwood ben ik direct doorgereden naar het op derde na grootste wildlife park van Zuid-Afrika namelijk het Addo Elephant Nationaal Park. De eerste dieren die ik zag waren een paar everzwijnen, verderop blokkeerde een hudoe de weg, ook heb ik nog een grote ronde gemaakt en hierbij veel Velvetaapjes, olifanten en buffels gezien, bij het verlaten van het park zag ik de schitterende ondergaande zon in het Nationaal Park.
Woensdag 30 april
Ik ging die dag naar Kenton on Sea voor een private Game drive door het Kariega Wildlife reservaat. Het is daar nu winterseizoen dus kon ik daar alleen in het park rondreizen met Ranger Juan. We gingen het wildlife park in zo groot als de Gemeente Utrecht. Ik heb apen, olifanten, leeuwen, en giraffen gezien.
Daarna zijn we weer terug gereden naar de lodge waar ik een lunch kreeg aangeboden met uitzicht over de valei. Toen we weer terug het park in gingen kwamen we direct buffels, zebra´s, neushoorns, gazellen, en nijlpaarden tegen. Na dit alles gezien reed ik weer via de kustlijn terug naar Kirkwood.
Donderdag 1 Mei
Ik ging op bezoek bij de Daniel Cheetah breeding farm waar ze cheetah’s houden, om ze weer wederom op 2 jarige leeftijd uit te zetten in de wildparken, hier komt men ook 2 cheetah’s tegen die te bewonderen zijn in de Walt Disney film: Duma.
’s Middags naar de briefing in het Addo Elephant park, hier kregen we uitleg van de organisator Estienne Arndt, hij wees erop dat iedereen een fluit, waterbelt van 1 liter, kompas, overlevingsdeken, slangenbeetset ,hoofdlampen en een Zwitsers overlevingsmes bij zich moest hebben.’s Avonds nog een body talk en Reiki massage gehad van de plaatselijke masseur Louis.
Vrijdag 2 mei
Start om 6 uur ´s morgens bij het Kirkwood hotel het is donker toen we starten en ik had mijn lamp in een dropbag laten leggen op checkpoint 11. We werden begeleid door de plaatselijke politie met zwaailichten. De eerste bergjes kwamen al in zicht en het begon gelukkig licht te worden. We bereikten het eerste checkpoint waar we moesten tekenen voor aanwezigheid zodat men kon controleren of er iemand verdwaald was. We liepen richting de stromende beekjes en riviertjes die we moesten doorkruisen. Het parcours was bezaaid met zoetdoornstruiken, deze struiken is een geliefde lekkernij voor de olifanten.
Maar de zoetdoornstruiken hebben lange doorns, wat resulteerde in wat schrammen op de bovenbenen en armen. Gelukkig had ik de kniekousen aan ter voorkoming van shinsplit. Ik voelde me goed en liep zelfs op een 13e plaats , we bereikten het checkpoint 6 op 20,3 km.
We moesten binnen vier kilometer 800 meter hoogteverschil overbruggen. Het parcours werd steeds grilliger, we bereikten gelukkig de top van de Paarde Kraal, we kregen toen een 20 kilometer lange afdaling maar het was alleen maar balanceren over dikke keien.
Hierdoor verloor ik heel veel goede plaatsen. Op 52,9 km Checkpoint 10 liepen we over het plaatselijke ruiterpad en door een vallei langs een kolkende beek richting de verschrikkelijke Suurberg die we moesten beklimmen. Op het laatste was het zelfs echt berg beklimmen.
Het begon heel zwaar te worden en ik bereikte de Suurberg eindelijk na 9 uur 14 min, ik was toen al aan het denken dat heel moeilijk zou gaan worden om nog binnen de 12 uur te finishen en zodoende te finishen met daglicht, bij de laatste beklimming van 10 km deed ik er ook al bijna anderhalf uur over. Ik heb gedurende de Trail, bij elk Checkpoint gepofte aardappels, krenten en rozijnenn gegeten.
We moesten nog 20 km afleggen en ik liep nu met Zuid Afrikaan Willem Muller, hij gaf me goede moed door te filosoferen dat we elke stap wat we deden een stap korter was om bij de finish te geraken.
We kregen nu 10 km bergaf over stoffige landwegen en het tempo begon weer te vloeien. In een haarspeldbocht werden bijna overreden maar dat gaf ons een kick waardoor we zelfs over de laatste 10 km in 50 minuten liepen en daardoor toch nog binnen de gestelde 12 uren konden finishen, uiteindelijk eindigde ik op de 23e plaats en ben daarmee eerste buitenlander, jammer dat ik in de afdaling veel plaatsen heb verloren. De Zuid-Afrikaan Michael Hendricks finishte in 8 uur 14 min, er deden 57 atleten mee aan deze trail waarvan 5 atleten niet de finish haalden.
Het was een hele zware en mooie trail die was voorzien van een schitterende natuur en landschap met een goede organisatie.
Han Frenken |
|