Ga naar de startpagina

Het laatste nieuwsGa naar de verslagenBekijk de komende evenementen in de kalenderGa naar de uitslagenGa naar het discussie forumTrainings tipsLinks naar andere pagina'sMeest gestelde vragen

Verslagen actueel
9 dec 2017
42 kilometer (en een beetje) in 42 landen (door Albert Meijer)
4 dec 2017
Bertlicher Straßenlaufe - 3 december 2017
3 dec 2017
BTS 100 Ultra 2017 (DNF, 102KM(+5936m), 23:10:53, 115KM gestopt)
26 nov 2017
Van Abcoude tot Kampen
Verslagen in 2017
Verslagen in 2016
Verslagen in 2015
Verslagen in 2014
Verslagen in 2013
Verslagen in 2012
Verslagen in 2011
Verslagen in 2010
Verslagen in 2009
Verslagen in 2008
* December
* November
* Oktober
* September
* 28 sep 2008: Een lopend praatje van zes uren in het Amsterdamse Bos
* 25 sep 2008: ULTRA TRAIL MILES MARATHON
* 23 sep 2008: Grand Raid Pyrénées 2008
* 23 sep 2008: Spartathlon 2006: één levensgroot probleem… die vervloekte Sangaspas!
* 20 sep 2008: Gezegend op pad
* 17 sep 2008: Oranje Midway Beach Marathon : een heus strandfeest!
* 17 sep 2008: Tevreden met anticlimax
* 16 sep 2008: Mergelland marathon
* 16 sep 2008: Trail Côte d’Opale (en pas de Calais) 54 km
* 15 sep 2008: Kwartier minder slecht als Voorne
* 11 sep 2008: 9e Maas en Waalse Dijkenloop: ‘Soms gaat het een beetje harder’
* 7 sep 2008: Trainen in de tuin.
* Augustus
* Juli
* Juni
* Mei
* April
* Maart
* Februari
* Januari
Verslagen in 2007
Verslagen in 2006
Verslagen in 2005
Verslagen in 2004
Verslagen in 2003
Verslagen in 2002
Verslagen in 2001
Verslagen in 2000
Verslagen in 1999
AltaVista
Zoek:
Discussies
Het web


 
VERSLAGEN van September 2008
 
Zaterdag 27 september 2008. Onderweg naar Amstelveen is het nog mistig en koud, het is dan ook nog maar 7u in de ochtend. De hemel is helemaal blauw, geen wolkje te bespeuren... het zou dus wel eens een mooie loopdag kunnen worden.
Het is weer eens heel vlot rijden en om 09u20' komen we aan in het Amsterdamse bos vlak tegen Schiphol. Overal staan wagens omdat er ook een evenement met paarden aan de gang is, maar zoals het mij nog al wel overkwam was er een leeg plaatsje net aan de inschrijving.

Al van ver komt de sfeer op me af, Willem en Gunter zwaaien al van ver, dan is er Theo, Jutta, Spartakus (zo noem ik hem toch), Chris, Wilma, Connie, Mark, ... ja we kennen ze zowat allemaal vandaag. Bij de inschrijving krijgen we al een stuk chocolade aangeboden en dat kunnen we moeilijk weigeren.

Terug naar de wagen om ons om te kleden en samen met Chris D'Hooge naar de start. Het is nog wat bibberen met ons short en korte mouwen, een geluk dat de start zelf juist onder de zon is :) Peter doet even een beschrijving van het parcours en dan houden we een minuut stilte...ik weet helaas niet echt waarom want heb het even niet verstaan. Ondertussen is het 10u en mogen we van start gaan. Iedereen wenst elkaar succes en we zijn weg, ik loop naast Chris en we raken aan de babbel. In de eerste ronde (elke ronde is 1678m) loopt het al bijna mis. Omdat we zo aan de praat raakten hadden we niet door dat we achter een groep joggers aanliepen, bijna vergaten we rechts af te slaan.

We hebben een snelheid van 10,4km/u en blijkbaar is dit voor ons de ideale babbelsnelheid want iedereen hoort ons van ver afkomen. Om de twee rondes stoppen we even aan de bevoorrading om te eten en te drinken, soms ook gewoon om wat grapjes te maken. De mensen van de bevoorrading zijn hier zoals nergens anders, met de glimlach, motiverend, van het begin tot het einde. Ook hebben ze gewoon alles alles alles, ik ben er zeker van dat ze zelfs postzegels hadden ...

Tja, en zo gaat het steeds verder en verder, we delen de wildste verhalen en de tijd vliegt.
Na 3u wedstrijd zitten we aan 30km en dan moet ik even het toilet opzoeken, niet te lang, zo kan ik snel terug aansluiten met Chris. Op het bord staan we al een hele tijd alle twee samen op de zevende plek. Iedereen lijkt het enorm naar zijn zin te hebben, hier is weer eens alles voor de loper gedaan. Af en toe is het opletten voor honden maar dat nemen we er graag bij.

Ondertussen is het warm geworden en beginnen we eindelijk te zweten, ik al wat meer dan Chris. We blijven ons tempo steeds op 10,4km/u houden, anderen beginnen na 4u wedstrijd al goed te minderen. De omgeving is prachtig, echt genieten. Ook het parcours is er eentje om de vingers van af te likken.

5u wedstrijd en 50km, wat willen we nog meer? 60km halen natuurlijk. De marathon halen was voor mij een doel maar nu we zo ver zijn zouden we toch graag aan 60km komen. Chris rekende dat hij voor 60km nog twee rondes moest doen en laat me achter waar we nog 17minuten moeten lopen. ik versnel ook nog maar het tempo van hem is net te hoog. Stipt om 6u stopt iedereen en ik sta op een 100m van de aankomst...

Achteraf blijkt dat ik toch net 60,150km haal, joehoe. Ik weet niet hoe Chris zich voelt nu, zou het bij hem ook zijn tong zijn die pijn doet in plaats van de benen. Elke loper lijkt zeer tevreden van zijn behaalde kilometers. Ook Diane die na 1u30' lopen snel bleef doorstappen haalde nog meer dan 37km !!

Even omkleden en snel terug voor de prijsuitreiking. De winnaar heeft net iets meer dan 70km, iedereen krijgt een diploma en medaille. Dan eten we allemaal samen gezellig in de zon, een goede maaltijd. We maken veel plezier maar aan alles komt een einde. Met een paar lopers maken we afspraak volgende week in Amersfoort en met een hele hoop spreken we af op het BK24u in Schaarbeek. Ik dacht dat het in Schaarbeek een saaie boel ging worden waar alleen records mogen sneuvelen maar als ik zie wie komt, zal het daar nog een gezellige boel worden.

Het was weer eens een supertoffe ervaring en dit is voor mij toch wel het echte ultralopen. Ik heb respect voor die mannen die enorm veel kilometers maken maar die lopen maar een wedstrijd of 4 per jaar. Het is eigenlijk heel jammer dat er over de veelloper niet veel verteld wordt in België ... mensen motiveren doe je door hun prestaties te vermelden. Ze willen het ultralopen promoten maar ze zien niet dat er veel meer ultra’s gelopen worden door Belgen dan ze denken. Wij doen het alleen voor het plezier natuurlijk. Van de Nederlanders kunnen we op veel vlakken nog iets leren...

Soit, zaterdag 27/09/08 hebben we geleefd, het was super! Bedankt aan heel de organisatie om het voor iedereen zo mooi te maken. Peter bedankt om me te mailen. Ik en velen anderen zullen deze dag nog lang herinneren en niet alleen morgen als we de trappen af moeten :)

Op de terugweg krijgen we nog de nodige file te verwerken en na een korte drankstop in Mechelen raken we veilig weer thuis. Snel de pc op om te zien of Luc de Spartathlon heeft uitgelopen, dat hij ging uitlopen wist ik wel. Maar op een tijd van 31u en een beetje: proficiat !!!

En nu uitkijken naar volgende week, mijn 50ste marathon komt eraan !!! Als alles goed gaat loop ik op 5/10/08 mijn 50ste marathon in Amersfoort. Het was ook in Amersfoort dat het begon te kriebelen om meer te gaan doen.

Paul van Hiel 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ] - [1-2-3 Uitslagen ]
 

 
 
 
Je verwacht het niet direct, daar in de Brusselse rand. Maar wanneer je bijna 5 ½ uur loopplezier ervaart om en bij Belgiës hoofdstad en wanneer gedurende al die tijd enkel bomen en struiken je omringen, weet je dat je in 't Zoniënwoud vertoeft.

Eminent ultraloper Marc Vanderlinden is de bedenker van de Ultra Trail Miles marathon, een organisatie die 3 wedstrijden omvat : een ½ marathon, een volledige en een 68 km-ultraloop.

Ons miezerig enggeestig landje in een diepe crisis? Niks van gemerkt hier – in het hol van de leeuw – zegge en schrijve in ons 'hoofdstedelijk gewest'. Alle gekibbel van de politici over Halle-Brussel-Vilvoorde, over de staatshervorming, over faciliteiten, over taalproblemen tussen de gemeenschappen en nog van dat fraais ,,, is hier ver zoek. De Franstalige organisatoren en de (weinige) Vlaamse deelnemers verstonden elkaar wonderwel. Geen gekrakeel, geen enkel dispuut over taal wat dan ook. Integendeel, in gebroken Nederlands en Frans, en soms met handen en voeten, wist iedereen zich verstaanbaar te maken, en die wil was duidelijk en hartverwarmend aan beide zijden aanwezig. Dus heren politici, schaam jullie: mea culpa, mea maxima culpa!

Voor Johan (Engelen) en mezelf was het vóór de start al beslist. We zouden samenblijben, kwestie van niet maandagmorgen de aankomstlijn te 'overschrijden.' Want als je in het immense Zoniënwoud de weg kwijtraakt, is dezelfde dag thuiskomen niet altijd een zekerheid.
Maat Leike (Dautzenberg) dacht er ook zo over en niettegenstaande hij ruim een uur sneller over de marathonafstand is dan wij, sukkelaars, besloot de minzame Dilsenaar ons op deze avontuurlijke tocht te vergezellen.
Met z'n drieën dus (en samen goed voor meer dan 500 marathons) doken wij om iets over negenen onvervaard het groen in.

Voorhistorische taferelen van een onwaarschijnlijke schoonheid drongen door ons netvlies. De talloze vijvers waarvan eentje met een dromende reiger op een omgevallen boom net boven de waterspiegel is zulk idyllisch beeld. De ontelbare kleurschakeringen van de bladeren waarin je de zich opdringende herfst herkent, maken het lopen tot een euforische bedoening.
En toch maken de vele hellingen en dalen van deze ultra trail miles marathon een niet te onderschatten onderneming.
Meer zelfs: het is er nooit een moment vlak, maar het wisslende landschap van varens, beekjes, zwammen en kreupelhout, eens onder statige beuken en eiken, dan weer onder schaduwrijke sparren zorgt ervoor dat je nauwelijks aandacht hebt voor je eigen pijnlijke spieren en botten.
Alleen het roeken van een bosduif of het schichtige opvliegen van een of andere gevleugelde bosbewoner doorbreekt 'the sound of silence' in dit stukje ongerept en te weinig bekend België ,,, en misschien is dit net goed!

Tot de realiteit dan.
Kilometer 30, ongeveer.
Een onverlaat heeft een pijltje (dat in een plastic A4-hoesje is gestoken en tegen een boom is geplakt) 'gedraaid'. In plaats van 'naar boven' wat rechtdoor beduidt, wijst het nu 'naar links' aan. Natuurlijk volgen wij gedwee de aangegeven richting.

Een 50-tal meter verder dwarst een geasfalteerde bosweg ons pad. Vreemd, geen wegaanduiding meer?! Rechts? Links? Rechtdoor, oversteken? Niks meer, niente, nothing, nada! Daar staan we dan met z'n drieën ,,,, maar we blijken niet alleen, daar verbouwereerd en radeloos te 'haperen'. Drie anderen komen ons hopeloos en ontmoedigd tegengelopen ,,, uit twee verschillende richtingen dan nog. Zij blijken al een half uur elke richting 'uitgeprobeerd' te hebben ,,, om ten einde raad naar de laatste 'aangetroffen' pijl terug te keren. O.K. Nu zijn we al met z'n zessen!
Omdat blijven staan geen optie is, stelt de 'langste' (en resoluutste) onder mijn kompanen (lees: Johan) voor om de weg rechtdoor te 'bewandelen'. Zo gezegd, zo gelopen.
Na een 20-tal minuten merken we dat we terug op de weg zijn gekomen die we een tijdje geleden hebben overgestoken. We joggen even in gedachten verzonken radeloos verder tot een van ons plots een 'gepijlde' boom links beneden ons waarneemt. Wij met z'n allen doorheen het kreupelhout en varens naar dat lager gelegen bospad toe. Redding nabij ,,, maar of die pijl bij de tweede ronde hoort of bij de derde, daar hadden we het raden naar! (Twee rondes voor de 42 K, en drie andere voor de 68 K).
Staat daar plots een 'gemountainbikeerde' kerel van de organisatie met een heuse stafkaart in de hand uitleg te verschaffen aan nog enkele hopeloos verdwaalde schapen! Maar als de brave, anderstalige landgenoot ons probeert diets te maken dat we terug moeten waarvan we net gekomen zijn, dan kan de goede ziel op niet veel begrip meer rekenen. Dit voorstel wordt met veel (ruchtbaar) scepticisme en ongeloof onthaald.
En dus neemt den Johan opnieuw het voortouw en wij duiken met z'n allen een paadje in dat ons logischerwijs een vervolg aan ons bosrijk avontuur zal breien.
En wonderbaarlijk, de pijlen volgen mekaar nu geloofwaardig op en we bereiken de 34 km-drankpost. Vanaf nu en hier kan het niet meer mis gaan en na 5 uur en 24 minuten joggen we het ADEPS-centre binnen, waar na 100 m over de atletiekbaan de eindstreep ligt.
De 42 K zal wel – door de onvoorziene omzwervingen - een ultra geworden zijn. Maar who cares?
C'est le plaisir de courir, n'est-ce pas? zouden onze Brusselse Franstalige landgenoten zeggen. En gelijk hebben ze! In zulk mooi kader staat genieten voorop, het feit van hier te kunnen / mogen lopen is een voorrecht. Niet meer en niet minder.
Met dank aan de organisatie! Wij weten dat die 'pijlhistorie' niet hun verantwoordelijkheid is. Zulke feiten kan je nu eenmaal verwachten en zijn oncontroleerbaar. Die onverlaten die het nodig achten om de medemens te koeieneren zullen helaas altijd bestaan.
Maar zij hebben hun doel gemist, zij hebben zelfs het tegendeel bereikt : wij hebben door hun toedoen langer kunnen genieten van dit prachtige decor, dat het Zoniënwoud is.
Alvast tot volgend jaar.
Bij leven en welzijn en met dank aan Johan en Leike voor hun gewaardeerd gezelschap.
En als dochterlief met husband je de laatste kilometer nog tegemoet komen gelopen, dan is het een perfecte dag.

Het ultraboskonijn

het.konijn provider mobistar.be




 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ] - [1-2-3 Uitslagen ]
 

 
 
 
Grand Raid Pyrénées 2008

Wat ging eraan vooraf

In het verlof van 2007 in de Alpen in Les Menuires kwamen we tijdens één van onze wandelingen een koppel tegen, dat al lopend het bergpad afliep. Ik heb altijd graag en vaak gelopen maar door het werk en een fietsongeluk bleef dit de laatste jaren beperkt tot enkele trainingen per week.
Ik was vol bewondering over hun behendigheid en de snelheid waarmee ze naar onder liepen.
Het raakte me diep in mijn lopershart.

Begin 2007 verhuisde ik van werk van Genk naar Flémalle vlakbij Luik. Daar trof ik enkele lopende collega’s aan en éénmaal per week gingen we s’middags in de bossen van Seraing lopen. Eind vorig jaar vertelde mijn collega tijdens één van deze trainingen, dat zijn club dit jaar in maart naar de ‘Trail du Petit Ballon’ in de Vogezen (48 km en 1200M +) zou gaan. Als je nog een plaats hebt dan ga ik mee : het kwam eruit voor ik het wist. En ja, 3 weken later was mijn plaats in de bus gereserveerd.

Het lopen zat al enkele jaren op een laag pitje . Nu moest er werk van gemaakt worden : regelmatig trainen en de overtollige kilo’s door aangepaste voeding laten wegsmelten. De wedstrijd zelf in de Vogezen zelf was prachtig : 24 km aan één stuk bergop en na de top van de Petit Ballon via een parallele route weer naar beneden met aan de top een ijzingwekkende wind en hagel.
Al meteen de eerste kapitale beginnersfout. Vroeger heb ik al heelwat marathons gelopen op s’werelds continenten en als geharde marathonloper was het motto „Doorbijten tot aan het einde“. Na de eerste serieuze hellingen zag ik het merendeel der lopers wandelen. Dit kan toch niet. Ik hield de eer aan mijzelf en slaagde erin de top al lopend te bereiken. De calvarie die me naderhand wachtte kon ik toen nog niet inschatten. Na een afzink over dikke onstabiele graszoden met een snijdende wind in het gezicht, en zichtbaarheid bijna nul door mijn behagelde brilleglazen, werden we eerst in een veld met rotsblokken gestuurd en vervolgens in een steil zigzaggend pad, doorgroeid met scherp uitstekende dennewortels.
Mijn bovenbenen die toch al wat vermoeid waren van de klim begonnen allerhande pijnlijke signalen te geven. Om het geheel nog een extraatje te geven was er vlak voor het einde nog een steile afdaling op keiharde beton tussen de wijnvelden. Mijn quadriceps stonden op springen.
Doseren en wandelen als het te steil bergop gaat net zoals de anderen, de eerste belangrijke les in trail. Zo zie je maar : zelfs na je vijftigste zijn er nog dingen waar je geen benul van hebt.

Zoals het altijd gaat met een loper : aan de aankomst zeg je nooit meer en na een week heb je de smaak weer te pakken en kijk je uit naar een volgende uitdaging. Alweer mijn vriendelijke collega’s van het werk die me op het juiste spoor zetten : de site van ‚Coureurs Célestes’. Blijkt er in mei een mooie trail in de Ardennen van 101 km en 3000 m + te zijn.
Alweer heelwat nieuwe uitdagingen voor de boeg : een nooit gelopen afstand en tijdsduur, het vroege vertrekuur (4 uur s’ochtends) en lopen met een lamp. De dag van de wedstrijd slaat de eerste grote hitte van de het jaar toe en zal ons allen extra op de proef stellen.
Rond km 55 is de vermoeidheid groot en wandel ik. Plots komt er een dame voorbij. Ze moedigt me aan om te lopen : dit is normaal dat je een moeilijk moment hebt, iedereen heeft dat, daarna zal het weer gaan om te lopen. En inderdaad in een afdaling begin ik weer op een drafje te lopen.
Alweer een belangrijke les : een inzinking krijgt iedereen op zulke afstand en het is maar hoe je ermee omgaat.
Een prachtige ervaring in het trailen erbij. Prachtige organisatie van de ‚Coureurs Célestes’.

In de weken erna, nog nagenietend van het avontuur, zit ik een Frans trail boekje te lezen en mijn oog valt plots op een Ultra Trail, de „Grand Raid des Pyrénées“ 150 km en 9000 m + . Als in een flits zie ik weer de trailers in de Alpen voor me lopen. Plots lijkt ook dit voor mij mogelijk.
Na overleg met mijn wederhelft krijg ik een GO en beslissen we om het jaarlijks verlof in de Pyreneen door te brengen. Voor mij een eerste kennismaking, voor haar een jeugdherinnering aan een zeer gevarieerd en prachtig berglandschap.

Inschrijven via de site, storten van het bedrag, bezoek bij de huisdokter (in 3 jaren niet gezien) voor een medisch attest en bang afwachten tot je inschrijving een OK krijgt op de site. Na 14 dagen is het eindelijk zover.

Maar nu : hoe moet iemand van een streek waar het grootste hoogteveschil 30 mM bedraagt zich voorbereiden om dergelijke variaties in hoogte aan te kunnen.
Als een gek stort ik me op de beschikbare literatuur en raadpleeg de franstalige sites van UFO en Kikourou.

Eerst het al dan niet lopen met stokken. Na het bekijken van de vele foto’s van de UTMB dan toch maar. Om te wennen werd er nu elke dag met stokken gelopen. Veel vragende blikken onderweg : wat zit die hier nu met stokken te lopen. Weer een nieuwe rage na Nordic Walking ?

Welke camelbag moet je kiezen ? Wat allemaal meenemen ? Tijdens de 100 km in de Ardennen kon je elke 25 km een zak met gerief afgeven. In de GRP slechts 2 zakken. Hoe moest je je voorzien op de verschillende mogelijke weersomstandigheden (sneeuw, koude regen, mist op de toppen, hitte met hoge temperaturen in de valleien, temperatuursdalingen s’nachts,....).
Daarnaast moest je ook voldoende voedsel meehebben want op sommige stukken moest gedurende 6 uur zelfbedruipend zijn.
Veel, veel vragen

Drie weken voor de GRP een laatste test, de trail de Val d’Heure waar Henk Geilen zulk een mooi verslag op jullie site gezet heeft. Toevallig hebben we een hele in elkaars buurt gelopen. Ik herinner me nog levendig zijn dondervloeken tijdens de spekgladde afdaling van de eerste terril. Op bepaalde ogenblikken waren je schoenen dubbel zo breed van de modder die eraan bleef plakken.

Half augustus het vertrek naar Bagnères de Luchon in de vallei naast die van Veille Aure, de startplaats van de GRP. Gedurende 2 weken elke dag wat de Fransen zo mooi noemen „Rando-Course (Lopen en Wandelen)“ in de valleien van Hospice de France, Lys, .....
Al snel werd me duidelijk dat snel afdalen niet synoniem was het een hoog uurgemiddelde. Wanneer je achter je computer alle mogelijke scenario’s van eindtijd, tussentijden, stijg- en daalritmes simuleet, heb je voor een parkoers inde bergen slechts een vage benadering van de realiteit.
Als laaglander reken je in het aantal km per uur dat je aflegt. In de bergen wordt je afgerekend op het aantal hoogtemeters dat je klimt per uur.
Uiteindelijk kwam ik erachter dat ik rond de 900 m per uur klom. Op moeilijk terrein (de stukken na een top met meestal veel rotsblokken en steile afdalingen) daalde ik in een ritme van 70% van mijn klimtijd, anders ongeveer op een ritme van 60%
Nu drong het pas echt tot me door waarom het voorziene wedstrijdgemiddelde tussen 3,5 en 5 km per uur lag.
In al mijn naïviteit dacht ik nog dat men ons toch niet de hele wedstrijd op zulke lastige paden zou sturen. Ondertussen ben ik al weer veel wijzer.

De wedstrijd

De start was voorzien om 10u00 s’avonds en de startnummers konden vanaf 16u00 afgehaald worden. Om 14u00 vertrok ik vanuit Bagnères de Luchon via de Col de Peyresourde naar Vielle Aure, want om naar een nabijgelegen vallei te rijden heb je al snel anderhalf uur nodig.
Aan de inschrijving werd ik aangeklampt voor een interview in de plaatselijke krant. Eerste vraag meteen raak : „Waarom doen jullie dit, meer dan 30 uur lopen ? Wat bezielt jullie ?“.
Rationeel kun je daar geen zinnig antwoord op geven : meer dan een etmaal je afbeulen om afgepeigerd en doodmoe, met allerhande pijnlijke spieren en gewrichten aan te komen.
De innerlijke vreugde over het verleggen van je eigen grenzen ??

Na afhalen van het nummer en de controle van je rugzak (water, voldoende voeding, fluitje, pet, overlevingsdeken,...) ga ik wat bijslapen in de auto met wat zachte achtergrondmuziek van de CD speler.

Om 18u00 uur naar de feestzaal van het dorp voor een avondmaal. Wat pasta, groenten en een appelflap. Rondom hoor je allerhande gesprekken van deelname aan ultra trails over de hele wereld : geloof in jezelf en laat je niet van de wijs brengen, pep ik me op. Ik heb niet veel te vertellen en eet zwijgzaam mijn eten op.
Om 20u00 uur in dezelfde zaal briefing van de organisatie. Een speech van de burgemeester die ons eraan herinnert dat we door de mooiste gebieden van de Pyreneen gaan lopen. Politieke uitspraken moet je dikwijls met een korrel zout nemen, maar deze keer was het de nagel op de kop.
Degenen die het parcours uitgezet hebben geven ons wat inlichtingen. Op het parcours zijn om diverse redenen (chargerende stier, privé domein,...) wat wijzigingen aangebracht : een wijziging op een parcours waar je nog nooit geweest bent is moeilijk te vatten.
Plots werd ook de GSM nr doorgegeven die kon gebeld worden bij problemen. En daar zit ik al in de problemen wat mijn GSM lag nog in de auto.

Het weer is ons gunstig gezind. De verwachting voor de volgende dagen : zonnig met temperaturen tot 30°C in de valleien overdag en rond de 10°C s’nachts op de bergtoppen. Zaterdag kans op onweer in de namiddag en de ultieme vertrektijd in de laatste post in La Mongie zou eventueel met 2 uur vervroegd worden. Twee dagen ervoor waren er in Vielle Aure nog overstromingen na een onverwacht onweer.

Dan is het bijna zover. Er heerst een drukke zenuwachtigheid op het vertrek aan het gemeentehuis. Om 22u00 een luide knal en de meute zet zich onder een regen van fotoflitsen in beweging. Na een vlak aanloopstuk van 1,5 km begint de 13 km lange beklimming 1400 m hogerop naar de Col de Portet. Met 216 starters is de groep al flink uitgerekt als we het bospad opdraaien. Het is al meteen wandelen geblazen. Hogerop volgen er wat vlakkere stukken waar weer wat gelopen kan worden. Verschillende houten trapjes over afsluitingen moeten op en af gelopen worden.
Ik ben in kniebroek vertrokken daar het nog behoorlijk warm was en werd pijnlijk geconfronteerd met mijn beslissing toen we door een netelveld gejaagd werden.
Na de parking van Espiaube, halfweg de beklimming, werd het plotseling heel steil: we zaten op een eindeloos lange skihelling. Een lint van waggelende lichten tegen de berghelling Heel wat lopers kregen het lastig. Het leek wel of er geen einde aan de klim kwam.

Aan de eerste bevoorrading was het een helse drukte : wat soep drinken, zak met water vullen, jasje aan en weg wezen. In zig zag ging het op een brede weg naar onder. Daarna versmalde de weg en zaten we op een smal bergpadje. Ik liep achteraan in een klein groepje en het kostte me veel moeite om het snelle tempo over deze paden vol met rotsblokken en smalle, vertikale ruggen van schiefers aan te houden. Aan een kruising liepen we naar links. In al mijn moeite om de groep te volgen was mijn aandacht voor de reflecterende linten volledig verdwenen. Plots stokte het tempo : we hadden al een poos geen linten meer gezien. Rechtsomkeer en terug, onderweg een hele reeks lopers oppikkend. Volle moed aan de kruising het andere pad op.
In volle vaart werd er weer naar onder gelopen : s’nachts zeker geen makkie met enkel een lamp op je voorhoofd om alle obstakels tijdig te identificeren en uit weg te gaan. Na een kwartier veranderde het pad plots in een beek : springen op de stenen om geen natte voeten te krijgen. Hogerop de berg beseften we dat we weer verkeerd zaten. Bellen naar het opgegeven noodnummer ging niet : we moesten uit het dal recht naar boven lopen om een signaal te kunnen ontvangen. Klauteren over rotsblokken, wegzinkend in hoge bosbessenstruiken, natte voeten door in het water te stappen. Na een half uur bereikten we een open vlakte bij een meer. Eindelijk konden we bellen maar de verbinding viel regelmatig uit : na heelwat gepalaver werd ons aangeraden richting noord te gaan. Gelukkig had iemand een kompas op zak. Wat verderop zat een kudde schapen in een in kraal vlakbij een berghut : honderden schitterende schapenogen in het licht van mijn koplamp. In de hut zat een hond te blaffen, maar verder ws er niemand.
Heel de vallei zat vol met lichten van verdwaalde lopers. Ik kan je vertellen dat je het op dat ogenblik niet meer goed ziet zitten. Nog maar 15 km gedaan, nog 135 km af te leggen, je weet niet waar je bent, de nachtelijk kou begint aan je te knagen, een klim die flink in de benen gekropen is. Veel had ik voorzien maar dit was nu wel het allerlaatste waar ik aan gedacht zou hebben.
Plots zagen we in noordelijke richting op een bergtop een licht flikkeren. Vooruit dan maar en Eureka we vinden zowaar een markering, we zitten terug in de wedstrijd. Na een helse klim bereiken we de top van de Hourquette Nère (2465m).
In de afdaling besluit ik in mijn eigen tempo te lopen. Het is me te gevaarlijk om als een gek naar onder te donderen. Ik vraag me af hoe deze gasten dit over een afstand van 150 km volhouden. We zullen het maar houden bij gebrekkige techniek : na een tijdje merk je dat de kunst erin bestaat om op de blokken te lopen en niet ertussen. Als je dit niet gewend bent is dit vermoeiend en het risico op een misstap met een verzwikking loert steeds om de hoek.
Daar zit je dan alleen in de nacht op de GR10. Op de briefing had men ons gezegd dat op de GR route de linten verder uit elkaar zouden geplaatst worden. Dan bekruipt je plots weer de twijfel : zit ik nog wel op het juiste pad. Terug naar boven gelopen, niets te zien van een afplitsing, dan maar gewacht op het volgend groepje lopers, wat overleg en dan toch maar verder op hetzelfde pad verder gelopen : ditmaal zonder erg.
We bereiken na 31 km de volgende bevoorrading in Tournaboup. Heerlijk warme soep, wat zoute koekjes, waterzak bijvullen en daar gaan we weer moederziel alleen op pad.
Via een verharde weg gaat het in een flink tempo bergafwaarts. Weer hangen de linten om de 300 m. De twijfel komt weer opzetten en bij elk lint dat je ziet hangen slaak je een diepe zucht van opluchting. Dit constant opletten vergt een serieuze inspanning van je. Plots kom ik op de openbare weg. Geen lint te bekennen. Vermits we in de afdaling naar Luz zitten besluit ik maar om verder te dalen. Ik zie een dorp in de verte, maar geen lint. Zucht na 500m weer een lint. We zitten nu in Barèges op 1260 m. Halverwege het dorp via een klein steegje aan linkerkant terug het bos in voor de volgende klim naar Artiguette.(1460m).
Bergop is het tempo prima en haal ik meerdere lopers in. Wat babbelen en verder in eigen tempo omhoog. De dag begint, de koplamp uit en in de rugzak. In de diepte (800 m lager) verschijnt Luz St Saveur. De zon liet ondertussen snel de temperatuur oplopen en ik dwong me om om de 10 minuten enkele stevige slokken te drinken. Het wa een helse afdling over paden tussen varens, losse stenen en beken tot in de vallei. We liepen waar we ons staande konden houden.
In Luz St Saveur zelf (km 45) staken een weg over en aan de andere kant moesten we een straatje in met een pijl in en een pijl uit. Je kwam op een pleintje zonder uitgang. Links van me stond een gebouw met een poort. Een paar keer op en af gelopen en maar geen uitgang te vinden. Plots kwam een andere loper aan en zei me dat we de poort van het gebouw in moesten : het was het bevoorradingspunt in Luz. Anders had ik deze post gemist.

Ik zat nog vrij fris, maar er waren al wat lopers in moeilijkheden na deze eerste nacht. Zelfde ritueel en de tijd genomen om een vers paar kousen aan te trekken. Op naar de beklimming van de Col de Riou op 1945 m : weer een klim, nu van 1260 m.
Het klimmen ging me nog steeds prima af en regelmatig stak ik iemand voorbij. De temperatuur liep ondertussen wel al flink op. Vlakbij het ski station van Luz Ardiden ging het GR pad steil omhoog dwars door S bochten van de weg.
Welgekomen bevoorrading met water en cola (zelfbediening) op de parking in Bederet (1670 m). In volle zon via de skihellingen naar de top van Col de Riou. De enkele lopers voor je waren een mikpunt zodat je niet altijd achter die linten moest uitkijken. Even genieten aan de top en dan in een groepje naar onder lopend tot in Cauterets, 1400 m lager. Onderweg begon ik wat zeurende pijn in mijn linkerkuit te krijgen. Het verontruste me niet al te erg. Dan zou ik maar afwisselend wandelen en lopen in de volgende afdaling.
In Cauterets (63,4 km) een uiterst vriendelijke ontvangst door de helpers en een uitgebreide bevoorrading in het gemeentehuis.
Vol moed starten we aan de beklimming van Cabaliros op 2300 m, 1400 m hoogteverschil te overbruggen op het warmste moment van de dag. Petje uitgehaald en bij elke beek (uiteindelijk maar 2) ondergedompeld : heerlijk fris. Eénmaal uit bos moest je in zig zag steil de helling onder een genadeloze zon omhoog. Maar het was prachtig dit heidelandschap in volle bloei. Steeds meer lopers kregen het moeilijk.
De laatste bochten waren in zicht, we waren er bijna. Maar na de laatste bocht wachtte ons de volgende verrassing : een houten bord met die o zo vervloekte tekst : „Sommet Cabaliros à 45 min“.
Verderop overal langs het pad lopers in het gras, uitgeteld, doodop, aan het slapen.
Ik kreeg het serieus moeilijk om dat laatste steile stuk te overbruggen.
Boven op de Cabaliros was het panorama gewoon adembenemend : 360° uitzicht op zowel de vlakte aan de voet van de Pyreneeën als de bergtoppen van de hoge Pyreneeën op de grens tussen Frankrijk en Spanje. Niet dralen en weg waren we. Afdalen dwars door de hoge graszoden, steeds weer zoekend naar die vervloekte linten. Na 3 km kwamen we weer op een open vlakte zonder markeringen. We waren met enkele lopers aan het zoeken in alle windrichtingen. Na 10 minuten zegt iemand een markering en waren we weer vertrokken op weg naar de bevoorrading in Turon de Bene.
Tot mijn grote verbazing ben ik op dat ogenblik 64 ste op de 216 gestarte deelnemers. Voor het sluiten van de tijdsbarrière in Luz waren er daar uiteindelijk 164 deelnemers vertrokken : dus nog 100 deelnemers die de calvarieweg op de Caliberos moesten gaan.
„Direct loop je in het bos en in de schaduw“, monterden de vrijwilligers ons op. Alleen duurde het een eeuwigheid voor we aan het bos waren. Bijna 1900 m diende gedaald te worden vanaf de top van Cabaliros tot in Pierrefitte. Ook hier weer deze zeer steile afdalingen vooraleer Pierefitte te bereiken. Om het verkeer te mijden in Pierrefitte, had men een ommetje voorzien met op het laatste een zeer steile afdaling. Dit had ik nog onthouden van de briefing. Een gewaarschuwd man is er twee waard. Zeer voorzichtig naar beneden, maar ik bleef achter een stok hangen en ging in duikvlucht naar onder met mijn bezweet lijf neerploffend in het stof. Enkel stoffelijke schade Nog een kilometer en aankomst in Villelongue, de eerste grote bevoorradingsplaats.

Ondertussen was het al 19u30. Wat verse kleren aangetrokken, spaghetti met kaas gegeten, cola gedronken, waterzak vullen en iemand gezocht om samen mee de volgende nacht in te gaan.
Niemand van de lopers die ik vroeg wou nog vertrekken. Ik zat met een probleem : zou ik hier nu moeten opgeven ?. Naar buiten gewandeld en daar zag ik 2 lopers Pascal en Edouard zich gereed maken om te vertrekken. Ik vroeg hen om 5 minuten te wachten en onder de aanmoedingen van de toeschouwers vertrokken we om 20u10, 10 minuten na de tijdsbarrière.
Ik was me helemaal niet meer bewust van die tijdslimieten en bleek dus dat ik door het oog van de naald was. Meteen besefte ik dat de 100 deelnemers die na mij nog op het parkoers zaten in Villelongue uit de wedstrijd zouden genomen worden.

Een klim van 1400 m naar de Hourquette d’Ouscouaou voor de boeg. Edouard had geen stokken mee en kreeg het moeilijk om het tempo bergop te volgen. Af en toe een kleine pauze zodat hij weer kon aansluiten : we geraakten vrij snel vooruit. De tweede nacht was ingegaan en de hoofdlampen werden weer aangestoken. Op enkele honderden meters van de top werden we ingehaald door de vrijwilligers van de verderliggende bevoorradingspost. Ze moedigden ons constant aan in de beklimming naar de top waar we om 23u45 aankwamen. Daar kreeg Pascal het moeilijk en besloot om een uiltje te knappen tot 1u00. Ik was niet echt moe maar kon niets anders dan wachten. Alle veldbedden in de tent waren bezet : dus maar achter het stuur van de bevoorradingscamionnette gekropen. Een dutje van 30 minuten en ik was als herboren. Om 0u50 werd iedereen gewekt. Uiteindelijk waren we met 6 lopers om te vertrekken en 2 begeleiders uit Barèges die het parkoers hadden uitgezet.
Ze liepen achter ons aan om de markeringen te verwijderen.
Na 20 minuten lopen verzwakte het licht van mijn hoofdlamp. Ik besloot om mijn reservelamp uit de rugzak te halen. Het hele maneuver duurde maar enkele minuten, maar de groep was ondertussen volledig uit zicht in het donker verdwenen. Terug kon niet meer want de markeringen waren verdwenen. In zeven haasten de achtervolging ingezet en uiteindelijk na 10 minuten de groep weer bijgebeend.
We zaten nu in de laatste 50 km die als de technisch zwaarste aangekondigd waren. Een understatement zou je kunnen zeggen. Een nacht met 4 zeer zware beklimmingen (Col de Bareilles, Col d’Aoube, Col de la Bonida (met een stijgings% van 30% over 1,5 km) en Col de Sencours), helse afdalingen op los puin en paden op steile kliffen langs diepe meren.
Aan de foto’s te zien van de deelnemers van de korte trail van 75 km overdag gelopen op hetzelfde parcours, moet het een prachtig landschap geweest zijn. Wat mij betoverde waren de duizenden fonkelende sterren aan een pikzwarte hemel.
Als groep bereikten we uiteindelijk bij dageraad de verversingspost op de Col de Sencours. Een zeer hartelijk onthaal. Ik was zonder problemen de 2de nacht doorgekomen, een hele opluchting. Daarna volgde een lange afdaling richting het skistation van La Mongie : samen met Pascal begonnen we in een flinke draf aan de afdaling. Na enkele kilometers tijdens het springen op de rotsblokken voelde ik plots de huid onder de hiel van mijn linkervoet loskomen. Gedurende 10 minuten een stekende pijn en ik had alle moeite van de wereld om Pascal te volgen. Nog wat klimwerrk en anderhalf uur later waren we in de La Mongie.
Wat drinken en eten, mijn zak met vers gerief gehaald en naar de verpleger voor verzorging van mijn reuzeblaar. Toen ik mijn schoen uitdeed, bleek ik een kanjer van een opgezwollen linkervoet te hebben. Ik voelde nattigheid, maar kon de verpleger ervan overtuigen dat ik enkel een stram gevoel had bij het lopen en niet het wandelen. : voet 10 minuten in het ijs, blaar gedesinfecteerd, andere kleren aangetrokken en om 9u30, 30 minuten voor de tijdsbarrière, vertrokken Pascal en ik voor de laatste 30 km. We schatten tussen de 8 en 10 uur nodig te hebben. Het zou alweer een snikhete dag gaan worden en we waren toch al 35 uur onderweg.
Na meerdere kilometers op een smal pad langs een bergflank begon de loodzware klim naar de Barrage de Castillon. De vermoeidheid begon nu echt zwaar door te wegen en van lopen was er geen sprake meer.
Na de barrage was het gedurende meerdere kilometers springen over de granietblokken langs de prachtige bergmeren. Nog een korte klim naar de Refuge de Campana en daar wat tot rust komen in de schaduw en water bijvullen.
Nog 2000 m zei de vrijwilliger om ons wat moed in te spreken. Een mokerslag, de moed zonk me in de schoenen : dit kon toch niet, bijna aan de meet en nog 2000 m hoogteveschil te overwinnen.
Gelukkig een misverstand : hij bedoelde nog 2000 m tot aan de top van de Col de Bastanet (2507 m en hoogste punt van de wedstrijd) en ongeveer 300 m te klimmen.
Nog 2 km over rotsblokken tot aan de top waar we aangemoedigd werden door 2 vrijwilligers : nog enkele kilometers tussen de rotsblokken en dan lopen jullie op een vlak GR pad, onmiddellijk na de volgende Refuge.
Zeer gevaarlijke afdaling op los puin en laveren op en tussen rotsblokken gedurende enkele kilometers vooraleer de Refuge de Bastan te bereiken. Water bijvullen aan de kraan en een kort gesprek met enkele vissers. Forellen van 40-45 cm in de meren : straffe verhalen vind je in elke hobby.
Na de Refuge snakte ik naar dat vlakke pad waar we uiteindelijk op terecht kwamen. Na een kilometer een grote ontgoocheling. We werden op een zijpad vol met losse stenen gestuurd. De marteling onder mijn voetzoelen herbegon.
Na een half uur werd het terrein vlakker toen we op de skipistes kwamen. Het leek wel eindeloos te duren en de zon brandde ongenadig op onze lichamen. Uiteindelijk nog een klim van 100 m, een bocht en we bereikten de laatste verversingspost op de Col de Portet. Nu kon het niet meer misgaan. Je voelde dat je het ging halen. Pascal even de vrouw bellen om zijn verwachtte aankomsttijd door te geven.
Toffe bende daar om ons te helpen. Door het geringe aantal finishers waren ze ook niet echt overwerkt. Er stond nog voldoende water om een zwembad mee te vullen.
Nog 1400 m dalen over een afstand van 11 km onder een brandende zon. Pascal had het laatste stuk nog willen lopen maar het vet was bij beiden van de soep. In de volgende kilometers verloren we geen hoogte en ik begon te vrezen voor een loodzware afdaling in de laatste kilometers. Zoals gevreesd ging het plots bijna loodrecht naar onder, eerst dwars door de varens en later op een verharde weg. De bovenbenen waren nog in een verwonderkijk, goede staat maar die laatste afdaling was het echt doorbijten en afzien voor de quadriceps.
Eindelijk Vieille Aure in zicht en dolgelukkig liepen we naast elkaar de laatste meters tot over de eindstreep, verwelkomd onder luid applaus van de toeschouwers.
Een droom in vervulling gegaan, een onbeschrijflijke herinnering aan de prachtige landschappen van de Pyreneeën, je eigen grenzen verlegd.

Dank aan de organisatoren, de vele vrijwilligers, de verpleger in Mongie, die het voor ons mogelijk gemaakt hebben om dit prachtige avontuur te beleven in een werkelijk uniek decor.

Hoe kijk ik er achteraf naar ?

Positieve punten

zeer selectief en prachtig parkoers in een buitengewoon mooi landschap.
zeer goede bevoorrading in de stopplaatsen. Ruime keuze en zeker voldoende.
enthousiaste vrijwilligers
goede medische verzorging
geen afval onderweg. Respect voor de natuur

Punten voor verbetering

de briefing. Uitleg over wijzigingen aan een parkoers waar je nog nooit geweest bent is voor mij verloren moeite.
Je kan niet verwachten dat alle deelnemers vooraf een verkenning van het traject gemaakt hebben

de bewegwijzering van het parkoers. Enkele tips vanuit wandelwedstrijden :

* 30 m na een splitsing wordt langs de ingeslagen weg een nieuw lint gehangen. Je weet
dan onmiddellijk dat je juist bent
* op 100 m voor de bevoorrading hand je een bord op. In een vreemde stad is je niet
meteen duidelijk welk gebouw (school, gemeentehuis) je moet binnengaan
* uniforme aanduiding en uniforme aanduiding (via een mal) van de symbolen op de
grond . De oranje cirkels van de 2de nacht waren groter en anders van kleur. Ik wist niet
of ze van een ander evenement waren of niet

Op één van mijn trainingen op de GR10 heb ik rond 2200 m in een miezerige mist gelopen met een zichtbaarheid van max. 20 m. Het liep mis toen ik op een plaats kwam waar 15 parallelle paden van schapen liepen over een breedte van 50 m. Onmogelijk om het GR teken op de rotsen te vinden. Ik ben moeten terugkeren. Met een dergelijke zichtbaarheid en zo weinig markeringen zou ik nooit het GRP parkoers kunnen beëindigd hebben.

de eerste grote bevoorrading moet niet in Villelongue zijn maar in Cauterets. Na een nacht en ochtend zwoegen is het fijn om rond de middag jezelf in verse kleren te kunnen steken

Tot slot

Een must voor iedere ultra-trailer. Een echte challenge om het einde te halen. Geen gedrum op het parkoers. Een uniek decors. Enthousiaste vrijwilligers en een keuze bij de bevoorrading die niets te wensen overlaat.


Theo Leroy 
 
[ top pagina ]
 

 
 
 
Bron: http://www.karelpardaens.be/?pg=triatlonfront-full&newsid=110

30.10.2006 » De Spartathlon: het walhalla van de ultralopers

Leo Pardaens, broer van mijn vader Jos en 62 jaar jong, nam dit jaar voor de tweede opeenvolgende maal deel aan het officieuze, maar eigenlijke WK voor de ultralopers. De opdracht luidt al even simpel als uitdagend: de 246 km van Athene naar Sparta al lopend zien te overbruggen in een tijdsspanne van 36 uur. De Spartathlon is het oudste evenement in zijn soort, en vindt zijn roots ergens ver weg in onze geschiedenisboeken. Het kan inderdaad in meerdere opzichten de vergelijking doorstaan met wat de Ironman van Hawaii is voor triatleten. Straffer nog: je komt er niet in als je niet aan een aantal vereisten hebt voldaan, en een kwalificatie via triatlon-artefacten als “age-groups” bestaat niet. Het is heel eenvoudig: alleen de – fysiek én mentaal – taaiste gaat met de lauwerenkrans lopen. Controleren op EPO is overbodig, in een evenement wars van commercie, met weinig of geen media-aandacht: er is geen cent te verdienen. Hier wil elke sterveling zich voor zichzelf naar de onsterfelijkheid lopen. In mijn optiek zijn eigenlijk niet alleen alle finishers, maar zelfs alle starters Winnaars!

Ik laat mijn nonkel aan het woord. Hieronder volgen de meest frappante passages van zijn wedervaren in 8 delen (origineel 22 blz.!). Zet je effe schrap of leun rustig achterover, en droom weg...

Deel 1. De reis naar de race van de waarheid

Woensdag 27 september 2006
Na een vlucht van 2u 55’ met Virgin Express, Zaventem – Athene, landde ik om 19u50 (Griekse tijd) bij zwaar bewolkt weer en een temperatuur van 24°C, op de moderne, kleinschalige en nieuw aangelegde luchthaven (tegen de OS-2004) ‘Marco Polo’ te Athene.
Griekse bodem betekent voor mij de eigenlijke start van het Spartathlonavontuur !

Donderdag, voorbereidingsdag…
Heus een fulltime job voor wie het ernstig meent en enige kans op succes wil vrijwaren !
(...) Vooral tijdens de maaltijden verzeilde ik bij onze landgenoten en zoals het ‘goede buren’ past, ook bij onze Noorderburen, de Nederlanders. Wij vormden een groep van 7 starters, zij waren met evenzoveel inschrijvingen. Bij de Belgen waren de oud-gedienden en al minstens éénmaal finisher, de 53-jarige Linternaar (chef bij de NMBS) Josef Buteneers (dertiende deelname, éénmaal gefinisht),de 54-jarige Wilson Dammekens uit Galmaarden, ooit een oog verloren, en dus extra moeilijk in het gebergte en bij duisternis, maar toch reeds driemaal Sparta gehaald en nu maar half voorbereid, door familiale omstandigheden, aan zijn vijfde poging toe. Alain Poncelet, 40 jaar, uit Flémalle, werknemer in een kaasfabriek (Kraft), was de enige Waal in het ons vaderlandse midden, toch ook goed voor 2 aankomsten, probeert het nu voor de zevende keer. Vader en zoon Verdonck uit Beveren, een onafscheidelijk duo… of toch niet, vader William, 62 jaar electrabelbediende en gepensionneerd, al goed voor 6 lauwerkransen, met een rijkgevulde voetbalcarrière in eerste nationale en 25 internationale ultraloopprimussen achter zijn naam, blijft proberen en… hoopt om er nog eens een krans aan toe te voegen. De dertiende keer zal hij morgen starten. Zoonlief Philip, op zijn twintigste de jongste finisher ooit (!), nu al 34, heeft 4 trofeeën, en moest vorig jaar voortijdig opgeven met maagproblemen. Hij hoopt dit jaar gespaard te blijven van lichamelijk ongemakken, maar kopzorgen nu, nav een prille relatie, baarde hem hier, meer dan zorgen. De nieuwkomer, een totaal onbekende in het ultrawereldje, was Kamiel Gysenbergs. Deze 60-jarige gepensionneerde apotheker uit Kozen (Nieuwerkerken bij St-Truiden) had wel al uithoudings- en avonturen’races’ in verschillende werelddelen tot een goed einde gebracht, maar vreesde nu wel de ‘wedstrijd’ op zich en de ‘tijdsdruk’ hieraan verbonden. (...) Wij keken met z’n allen met spanning, gretigheid en gemengde gevoelens uit naar morgen, vrijdag 29 september!
Ik kroop ‘tijdig’ dwz om half tien, onder de wol om voldoende uitgerust de extra-lange tweedaagse aan te kunnen. Ik sliep dun die nacht , het waren meerdere ‘hazeslaapjes’, met toiletbezoek...

Deel 2. Het avontuur kan beginnen … ‘D’-day !

Vrijdagochtend 4u50
De gsm-wekker van één der kamergenoten sloeg alarm toen ik me al een 5-tal minuten half-wakend, half-slapend had toegespitst op ontwakende hotelgeluiden.
‘Alles’ lag instapklaar ! Ieder deed gedisciplineerd zijn ding.Geen aanschuiftoestanden in de enge badkamer met WC, de ordening was perfekt, mijn organisatie liep gesmeerd !
Mijn ontbijt-als-naar-gewoonte, zelfbereidde muesli-pap ging ik beneden in de refter op het gelijkvloers aanvullen met yoghurt.
Om 5u45 vertrokken we naar de voet van de Acropolis in hartje Athene. De dag gloorde, grijze schimmen bewogen behoedzaam en gedempte stemmen stegen zacht hemelwaarts tussen de bosjes en struikjes bij een schaars verlicht, grotesk, in marmer gehuld, historisch kader. De massa zwol aan, trappen nodigden uit opwaarts te gaan naar een groot plein… de ‘voet’ van de Acropolis. De stemming werd ‘heviger’, klanken weerklonken scherper, geluiden omhulden de menigte, lopers en sympatisanten. Zenuwachtigheid werd troef. Nervositeit gaf prikkels aan het lichaam, het vertaalde zich in ‘ontlasting’. Menig atleet verdween stiekem in het struikgewas, zelfs bij bosjes streken ze er neer.

7 uur stipt, het laatste nachtelijke grijs vervaagde, een immens uitgebreid kleurenpalet
lachte ons vrolijk toe, de start van de 24ste editie van de Spartathlon was een feit.
Met 268 (volgens de organisatoren – 246 volgens de papieren) liepen we in gestrekte, voorzichtige vaart de brede trappen afwaarts, naar de drukke Avenues die ons op de kortste tijd richting Corinthe moesten loodsen. Van bij de start, op de schotse en scheve stenen en in de putten, de gewone wegobstakels, werd al menig deelnemer slachtoffer van een valpartij.

“De eerste pasjes.”
Athene kende eens te meer haar dagelijks, nu wel abnormaal, verkeersinfarct ! Wij stoorden er ons niet aan, wij hadden andere dingen om het hoofd. De zon was al vroeg van de partij. De baan golfde op en neer. De weg was stofferig, vuil. Uitlaatgassen verontreinigden de lucht, wij ademden gelijkmatig, oppervlakkig en liepen gewoon door... De checkpoints volgden mekaar vlotjes op, eerst om de vijf, later ongeveer om de drie kilometer. Aan punt 3, na 15,2 km passeerde ik in 1u17’, ik had een bonus van 8 minuten opgebouwd.

Ik liep met een T-shirt van Runnersworld, daaroverheen een splinternieuw singletje van Spiridon-Leuven, speciaal voor deze gelegenheid bewaard. Daaronder een hemelsblauw, ‘versleten’, maar gemakkelijk zittend loopbroekje. Om mijn lenden had ik een grijsblauw tasje van Spiridon-Leuven-Belgium gegespt, en, eerst op de rug, later, gemakkelijkheidshalve op de buik, droeg ik in een houder, een halve-liter drinkbus. Voor het eerst in gebruik, nog een verjaardagscadeau gekregen van mijn vrouw en de kinderen enkele jaren geleden ! Vanbij de eerste, stekende zonnestralen had ik, het door mijn zus Chris gestikte hoedje-met-voile opgezet.

Ik cijferde niet, ik piekerde niet, ik genoot van het landschap en trachtte me sommige plaatsen, waar ik vorig jaar passeerde, nog te herinneren. Zo ook de steile afdaling langs het water waar ik vorige editie door mijn linkerknie zakte… Maar alles trok zo fel op mekaar,
Ja , hier moest ik toen al stappen. Leo-zaliger, mijn compaan van toen, vermaande me ‘dat is te vroeg’ en ook dacht ik telkens aan Leo als ik wateren moest. Hij had me toen geleerd en gedemonstreerd hoe je al lopend, zonder tijdsverlies, plassen kan… Een techniek die ik nu goed onder de knie heb, ‘steeds’ – gezien de omstandigheden – toepaste en me heel wat tijds’winst’(en soms ook een natte broek) bezorgde. Een item waar Leo erg gevoelig voor was. Altijd lopen, niet treuzelen, was zijn slogan – een advies dat ik steeds probeerde toe te passen! Eén minuut in elke post geeft 75 minuten stilstand in de eindafrekening, zo rechtlijnig redeneerde Leo… en hij, onder de Belgische ultralopers, “mister Spartathlon” genoemd, met 9 aankomsten aub (!), sprak met kennis van zaken en… gezag, hij kon het weten!

De ‘ancient wall of Hellas Can’ km 81, checkpoint 22, het eerste derde was volgemaakt!
Ik liet me neerzakken op de een klaarstaande stoel. Er heerste een gezellige drukte, naast mij vroegen een groep schoolmeisjes uit het hoger middelbaar naar mijn nationaliteit. Ik verorberde een potje gezoete rijstpap, dronk gulzig een bekertje water, en toog weer op pad. Ik had een bonus van één uur en een kwart bij mekaar gesprokkeld… Een zachte avond kondigde zich aan, de Peloponnesos lachte me toe. Het tweede derde van het Spartathlontraject kon beginnen.

Reikhalzend keek ik uit naar de post met nummer 27, bij Mrs Screechs villa, waar ook druiven worden gepresenteerd. Al geruime tijd maakte ik uitvoerig gebruik van de aangereikte emmers met sponzen om mijn hoofd nat te maken en aldus af te koelen, ook hier was dit weer het geval. Ik vulde er mijn bedon met de klaarliggende energiepoeder met zout, bij elke post met een nummer dat veelvoud is van drie, of zoals je verkiest, deelbaar is door drie – een gewezen wiskundeleraar kan ook nog tellen in zijn pensioen en maakt hier handig gebruik van zijn weleer vaak aangeleerde methoden – had ik dus zo een plastiek zakje laten afgeven, nog een halve liter water erbij en daar gingen we weer op naar de volgende post en zijn tussenliggende ‘obstakels’. (...) De duisternis ‘viel’ in vrij korte tijd, hoe dichter bij de evenaar hoe plotser de nacht invalt. Mijn attente begeleiders staken me mijn koplamp toe.

Halkion village, checkpoint 32, km 113,1
Hier gaf ik er vorig jaar, noodgedwongen, de brui aan. Ik had een dikke knie, zelfs normaal stappen lukte me niet meer. Alles komt me glashelder voor de geest. Het is 19u30, mijn bonus loopt op tot 1u50’, vorig jaar zat ik hier als een geslagen hond, ’t was toen 20u45.
Het kan verkeren. Ik prees me gelukkig als een prins en dankte de hemel voor deze overwinning, dit was mijn moment van binnenpretjes en innerlijke triomf. (...) Ik liep nog soepel en gezwind en ik had een moreel om ‘ijzer te breken’! De maan ‘hing’ aan haar laatste kwartier, ‘ze zat op haar gat’ en lachte, krekels sjirpten hel en scherp alom. De nacht ontwaakte in al zijn aspecten. Honderden, wellicht duizenden, piepkleine vliegjes speelden dartel in het schemerlicht van de stralenbundel van mijn koplamp, voor het eerst in gebruik, op de vooravond van mijn vertrek, als geschenk van Joost gekregen, om het nachtelijk avontuur ‘zichtbaar’ en zonder averij door te komen ! Mijn lamp danste mee, op en neer, op het kadans van mijn looppas. Onderaan mijn gezichtsveld verscheen telkens een zwarte rand, het leek als het ware of ik een bril droeg… Dikwijls poogde ik de bril wat hoger te schuiven… Het deed raar, ‘hallucinaties’ vroeg ik me af ? (...) Ik loop het benzinepompstation binnen waar checkpoint 35 geïnstalleerd is. Maar oh wee, een heuse betonnen drempel doet me struikelen en ik val, als een bloemzak, languit op het beton. Knie, schouder, broek en elleboog hebben enige averij. Het medisch team ter plekke, lapt me op. Hopelijk is het een ‘aksident’ zonder gevolgen. Ik eet intussen wat rijstpap, drink cola en water, pik mijn W-cup energy gel op, deponeer het in mijn buideltasje, en stoom weer verder.

Middernacht, Malandreni village, km 140,2
De verrassing van mijn tocht, zoonlief Wouter meldt zich met een brede smile. Dat had ik nooit verwacht. Wouter was namelijk, na zijn werkweek, op weg van Athene naar Leonidio, zijn week-end thuisbasis. Een klein ommetje en een juiste inschatting van afstand, tijd en loopvermogen van vader, brachten ons hier en nu, in het holst van de nacht, midden in de Peloponnesos, bij mekaar. Van een toevalstreffer gesproken ! (...) Dit gaf me extra vleugels, voor een poosje althans. Intussen wist ik dat al de Belgen waren gestopt.

Met bevoorradings- en hoofdcontrolepost aan km 148,5 werd het plaatsje Lyrkia bereikt. Eric, van mijn begeleidingsteam, zei dat er hier massage mogelijk was, ik accepteerde. Twee Griekse ‘schonen’- kinésisten?- namen me ‘onder handen’. De toenemende stramheid was toch nog aanwezig, vooral mijn dijspieren waren hard en stijf. Het moet rond 1 uur geweest zijn dat ik het gebergte introk op zoek naar de voet van de Sangaspas.(...) Verdiept en onder de indruk als ik was, vergat ik tijd en plaats, en voor en achter mij was er geen levende ziel meer te bespeuren. Voor het eerst heb ik me een klein beetje ongerust gevoeld. Ik zag nergens nog helrode spartathlon-pijlen, er was maar één weg, maar had ik soms een eerdere afslag niet gemerkt en gemist? Goddank doken er plots, achter een flauwe bocht, recht voor me uit, na de volgende haarspeldbocht, drie schaarse koplampjes op. Ik verademde, dit is wel degelijk de enige, echte weg naar ‘the base of the mountain’, de Sangaspas !

Km 159,3 checkpoint nr 47
Het is 3 u 35 nog een bonus van een kleine 2 uur. Rond plaats 40 of 50 ?
Ik trek mijn training overaan, eet nog wat rijstpap, drink nog eens goed en dan ben ik er weer klaar voor. “Op naar de top”, zeg ik tegen mezelf.

Deel 3. Het Keerpunt

Op handen en voeten, me vastklampend aan een schaarse bloem of dwergstruik, doorn-achtigen vermijden, vorder ik met mondjesmaat op het dunverlichte ‘pad’ in haarspeldbochten slingerend naar boven. Rood-witte plastieken linten markeren de diepten. In een wankel evenwicht probeer ik, voor mij uit, de weg te volgen, manoeuvrerend van de ene steen naar een andere ‘vastere’ stek. Van deze klauterpartij krijg ik het warm, dat trainingspak hoefde niet echt. Eindelijk zag ik de top, het was een hele opluchting. 124 zouden er deze top overschrijden, dat is, op één na, de helft van het deelnemersveld ! Ik schatte me in de buurt van plaats 60. Het moet ongeveer iets voor half vijf geweest zijn, bij dit checkpoint 48 aan km 161,1.

Bij de eerste stap ‘downhill’ sloeg de schrik me om het hart en in mijn benen. Ik blokkeerde, dit werd het keerpunt in mijn race, mentaal brak de veer. Wanneer alles tot hiertoe zo goed was gegaan, was het, alsof de wereld waarmee ik bezig was, in één klap als een pudding in mekaar stortte. (...) Steeds weer kreeg ik het warm en koud, rillingen langsheen mijn rug, ik riep de hemel ter hulp… meermaals riep ik op mijn moeder-zaliger… Hier geraak ik nooit beneden, verbeelde ik me, dit was voor mij ‘de hel’! Hoeveel medelopers en -loopsters ik zien komen en gaan heb, weet ik niet precies, maar ik schat op een 25 à 30-tal…
“Do you need some help ? “ of “Can I do something for you ?” ... “You need salt, ask for it “ ! Raad en dienstbaarheid in, ook voor hen, die al zover waren gekomen, moeilijke omstandigheden. Fierheid, rechtvaardigheid en zelfrespect bedankten de uitgestoken handen (waar ik achteraf heel, heel veel spijt heb van gehad en me misschien wel de eindstreep hebben gekost !?) Na een kleine 2 uur stapte ik gehaast Sangas binnen. Tegen de muur naast de kerk was er bevoorrading in checkpoint 49, km 164,3. Het was tegen zes uur in de ochtend, zaterdag 30 september. Na een 100-tal lange, bange minuten, over een traject van 2,7 km, was het moeilijkste stuk van de Spartathlon voorbij. Maar er was een nieuw gegeven, mijn ‘wereldbeeld’ was op 5 kilometer afstand en in een tijdspanne van iets meer dan 2 uur, verandert van ‘een hemel’ in ‘een hel’ !
Ik heb om chips en water gevraagd, mijn drankje bereid en al mijn moed bij mekaar gepakt en ben weer op pad gegaan! Aan tijdsbonus had ik bijna niets meer over, zo voelde ik het aan en aan een ‘goede plaats’ dacht ik al lang niet meer. Zwarte gedachten overheersten, ik dacht alles is toch voorbij en ik stapte maar… tot ik na een 500-tal meter plots de knop omdraaide en me moed insprak : “Allé Leo probeer weer te lopen”. Ik zette aan en als bij wonder lukte het me ook nog, weliswaar hoekig en met pijn, maar… ik was weer op loop naar… Sparta !

Deel 4. Een anticlimax… de opgave !

Ik naderde checkpoint 52, Nestani village square ! km 172 “Gij hebt nog een bonus van een half uur”. Ach zo, nu wist ik echt ‘hoe laat het was !’ Ik tankte bij, at chips en dronk cola en water, maar vergat mijn hoofdlampje af te geven. (...) Ikzelf stopte, vanaf nu, met Leo’s techniek, om al lopend te wateren. Nu nam ik wel de tijd om een plasje te maken ‘langs de kant van de weg’ want een natte onderbroek irriteerde me, het ‘pikte’. Mijn urine tekende licht roze - water met bloed vermengd - maar toch maakte ik me niet ongerust, want met regelmatige tussenpauzen kon ik mijn afvalstoffen kwijt, mijn nieren bleven het goed doen, en daarenboven was ik blij even te kunnen stoppen bij zo’n plasmoment… vage tekens van een toenemende vermoeidheid ! (...) Het vaste ritme van voor de pas was houterig geworden, elke stap die ik zette veroorzaakte pijnscheuten in de voorste dijspieren en ook mijn paslengte krimpte en werd korter van stuk, mijn snelheid taande ! (...) Ik rekende, het verstand kreeg de bovenhand. Ik liep links, op de boord, tegen het drukke verkeer in. De baan slingerde zich op en af - duidelijk meer op dan af - doorheen het ruige, groene, rotsachtige landschap. Ik liep op de vlakke stukken en bergaf, en toch keek ik uit naar… bergop, om te ‘mogen’ stappen. Fysiek ging elke looppas moeizaam en was pijnlijk voor de dijspieren. Ik liep gebogen en had de neiging naar rechts te hellen, de zon klom hoog en prikte.(...) Rechts van de weg reed, aan lage snelheid, een wagen van de organisatie, hij hield halt bij tussenpozen. De twee inzittende dames volgden me met argusogen. De medische staf, dacht ik, die komen zeker controleren of alles motorisch nog goed zit.

Vanaf toen liep ik laatste, 99ste, naar ik later vernam. “Zouden ze me uit de wedstrijd nemen?”, die gedachte spookte door mijn hoofd. Eigenlijk hoopte ik het heimelijk, dan was ik uit deze ‘lijdensgang’ verlost. Ik voelde me namelijk mentaal murw en ‘rijp’ om gesloopt te worden. Mijn lijf smeekte me om te stoppen, maar mijn wil, nog sterk genoeg, dikteerde me de wetmatigheid: “Lopen Leo, daarvoor ben je hier, laat je niet kennen, laat zien dat je nog lopen kan.” En weer trok ik me nog maar eens op gang…

Lopend bereikte ik Manthyrea,km 202,1, post 62. Henk Harenberg, reeds eerder uit de wedstrijd gestapt, en nu met de laatste bus ter plekke, briefde me onmiddellijk rechtlijnig, afgemeten en correct : “Leo, je bent 12 minuten buiten tijd, maar zojuist zijn er nog 2 Koreanen nog mogen vertrekken, jij mag ook nog als je wil, maar dan moet je dadelijk doorgaan. De volgende post ligt 4 kilometer verder en daarvoor krijg je 45 minuten !” Klare taal van een bezorgde, meevoelende Nederlander. De verantwoordelijke dame, goedlachs en gemoedelijk gaf volmondig toestemming. Toch voelde ik dat het ‘over’ was, maar ik wou niet opgeven – kampioenen geven nooit op! – da’s voor ‘slappelingen’, ik klampte me vast aan die laatste strohalm, - misschien kom ik er weer bovenop – dacht ik tegen beter weten in… Helaas, de wil was er nog wel, maar mentaal was ik gebroken en fysiek voelde ik me te moe. Het werd een kat en muis spel, stappen, lopen, stappen, lopen,… Plots stopte weer de volgwagen. De dames stapten uit en staken de drukke baan over naar de linkerzijde, mijn stapzijde. Ik voelde aan wat er komen ging... “Zou het niet beter zijn dat je stopt ?” was hun retorische vraag ! Dus ik moest nog niet stoppen… in feite wou ik niet stoppen. Ze lieten me beleefd de keuze. Mijn hart zei nee, maar mijn verstand zei ja. Ik wierp de handdoek en gaf me over.

Checkpoint 63, km 206 – 13u15 ... 20 minuten over de deadline, dus buiten tijd (53’ over de laatste 3,9 km). Alhoewel ik nog ‘maar’ 39,3 km te gaan had en ik hiervoor nog ‘een zee van tijd’ kreeg (5 u45’) was voor mij ‘game over’… gestrand in het zicht van de haven !
Diep van binnen schreide ik bitter, maar ik had geen tranen meer. Op een stoel gezeten, liet ik gelaten mijn borstnummer afspelden, leverde mijn identiteitsbadge in en… ondertekende mijn vonnis : opgave ! Ik nam mijn plaats in de volgersbus in. Ik had geen oog voor de anderen, ik wou alleen gelaten worden en likte mijn wonden.

Deel 5. De ontknoping met apotheose

Alle Belgen hadden voortijdig de strijd gestaakt. Jef, al eerder vermeld, hielp me onderhands onderweg, hij was de eerste opgever. Alain en Wilson hadden, gehaaid als ze zijn, aan km 81, de eerste bezembus, Sparta-en-direct genomen ! Philip Verdonck had een hele poos in Corinthe in’t ziekenhuis verpleegd moeten worden.
Geplaagd door diarree en overgeven, betekende een leeg en uitgeput lichaam …tot km 113 had hij het uitgehouden. Vader William had er al 3 kilometer eerder de brui aan gegeven . En tenslotte Kamiel, wel die was tot halfweg gekomen, hij had 124 km rond gemaakt. Hij flirte voortdurend met de sluitingstijd … Kamiel zag er goed uit en stond, samen met zijn vrouw Lieve, ons aan de inkom van het hotel op te wachten.
Zij waren voor mij één en al bekommernis en hulpvaardigheid. Zij leenden me hun hand of arm en hesen me trap op of hielpen me trap af.

Ik deelde de kamer met twee Polen, beiden finishers. Met de 34-jarige Piotr Kurylo maakte ik eerst kennis, hij was klein van stuk, had een superkorte bros en een rond en gaaf gezicht. Hij eindigde 18de. Een echt gesprek was onmogelijk. Zijn maat daarentegen, de 52-jarige Zbigniew Malinowski, een robuste, stevige bonk met zwart krullend haar en paardenstaartje, had wel enige kennis van de engelse taal. Hij realiseerde met 3 deelnamen evenzoveel finishen. Hij vergezelde als 19de zijn landgenoot bij de aankomst. Dappere kerels wist ik bij mezelf ! Laatstgenoemde gaf me tips voor een volgende keer, 3 massagebeurten van telkens 10 minuten had hij gekregen in de ‘main’ checkpoints en … hij demonstreerde hoe ik bergaf moest leren lopen.

De lichamelijk schade viel al bij al nogal mee. Een dikke bloedblaar onder de nagel van linker dikke teen en een stekende eksteroog aan de linker kleine teen, ook een lichte schaafwonde aan de elleboog en de rechterknie als gevolg van mijn val in Nemea.

Deel 6. Onze weg terug, de keerzijde van ‘onze medaille’, een metamorfose

De Spartathlon is en blijft ‘een rare wedstrijd’ die zijn geheimen niet zomaar prijs geeft !
Otmar Witzko, vaalblond, met snor en ovaal gezicht, van het Duitse Würzburg, had nog nooit in een wedstrijd opgegeven, ook nu niet. Deze Spartathlon was voor éénmalig gebruik, hij finishte 68ste. Zo ook in een 24uursrace, éénmaal, meer dan 200 km en daarmee uit ! Wel had deze 49-jarige Duitse bediende (op het ministerie van financiën) reeds 100 maal een 100 km wedstrijd tot een goed einde gebracht, en dat in 25 verschillende landen. Het was een praatwaterval met schelle stem en guitige, prettige oogjes. Wat hem meest typeert is dat hij al die wedstrijden loopt met in zijn rechterhand een plastiek zak… Rare wedstrijd, speciale mensen, zoals ik al zei !

Al van bij het ontbijt, na een nachtje slapen, was de stemming : ‘Dat nooit meer !’gekeerd.
Het was alsof we het hele gebeuren door een andere bril bekeken. Schoorvoetend biechtte de ene na de andere op, “Ik weet nog niet !”, ja - er knaagt wat - … “Ik denk …”
Henk, Kamiel en ook ikzelf dachten plots in een andere, maar dezelfde richting. In de loop van de dag was de euforie bij het ‘feest’ van de voorbije avond weggeëbd, de gesprekken kanaliseerden zich en mondden uit in een kritische benadering en analyse van ‘wat’, ‘waar’ en ‘wanneer’ het was misgelopen. We sloegen een mea culpa, ons ‘akte van berouw’!

Hoe meer we Athene naderden des te meer waren we rotsvast overtuigd van onze ‘wederopstanding’. We werden strijdvaardiger dan ooit ! Eénieder zocht en bedacht zich een aanvaardbaar en haalbaar alibi om volgend jaar te kunnen en te mogen terugkeren, en ook ik grabbelde gretig in die ton ! Voor de debuterende Kamiel was het al eerder op de dag een bijna uitgemaakte zaak. Simon bleef stoïcijns op de vlakte. Henk wou eerst zichzelf bewijzen in een 24-uursloop en zou dan beslissen. Ik overwoog ernstig van terug te komen, maar ‘hoe ga ik dat thuis verkopen’, want reeds tweemaal was het de enige en de laatste keer, ook ik moet hier op ‘goodwill’ rekenen en voor volgend jaar had ik trouwens andere plannen... Waar ik het meest tegen opzie, is de voorbereiding van zo’n ‘wedstrijd’: ellenlange kilometers, ‘beestenwerk !’ Toch zal ik niet rusten voor ik mijn doel heb bereikt ! Dat stond als een paal boven water! William, die alleen was kordaat, “voor mij is het hier op”. Ook een dronkemanseed zo zou vlug blijken, want één week na thuiskomst kreeg ik een mailtje van hem, dat ook hij er ernstig over dacht, ‘indien hij de winter goed doorkomt’, het nog maar eens te proberen !

Deel 7. De verbroedering en het afscheid

Ik mediteerde wat ‘in de duinen’ en maakte aantekeningen en schoot ‘kiekjes’. Toen ik terugkeerde naar het hotel werd mijn aandacht getrokken op, en was mijn verwondering groot, toen een joggend viertal me passeerde … Vier ‘spartathlonatleten’, waaronder de winnaar liepen hun stijfheid weg ! Dat inspireerde me en na de maaltijd trok ik eveneens mijn loopplunje aan en… probeerde hetzelfde te doen. Een tweehonderdtal meter heb ik het volgehouden en voor de rest heb ik eens ‘flink’ doorgestapt.
Terug in ons hotel ontmoette ik Simon, Henk’s maat. Ik liet hem Henk de groeten doen, met de boodschap, dat ik al met de voorbereiding – de eerste loopmeters !- van de Spartathlon 2007 was gestart. Ook had ik op mijn lippen, maar kon me nog net bedwingen, om hem voor te liegen, dat ik me al had ingeschreven voor 2007. Het zou van mijnentwege een ietsje te cynisch geweest zijn ! Maar Simon deed nog straffer, die blies alles op wat achter hem lag … dumpte zijn gekregen polo-hemdje en verscheurde zijn – vooraf gekregen – diploma : “Daar heb ik niets meer mee te maken !” was zijn resoluut commentaar. En Henk ? Wel die was op zijn eentje gaan uitwaaien aan zee… Hij had de ganse dag zijn wonden ‘gelikt’ en schemata gebrouwd die zijn voorbereiding op de Spartathlon 2007 moesten optimaliseren. Als een volleerd trainer liet hij me fier zijn ‘proefschrift’ zien !

Deel 8. Bezinning en refleksie naar de toekomst

Op woensdag 5 oktober loodste Virgin Express me weer naar de heimat, België.
Onderweg en ook de twee dagen voordien had ik tijd zat om alles te herkauwen. Ik dacht veel en diep na, de occasie leende me de tijd… Deze opgave is geen nederlaag, maar een menselijke zwakheid in een levensproces – een leerproces – naar ‘goddelijkheid. Gingen we niet voor ‘eeuwige roem en onsterfelijkheid’?
Als het van mij afhangt, wel dan ga ik terug, dat was zeker. Maar alles moet dan meezitten, uiteraard en toch blijft er dan nog één levensgroot probleem… die vervloekte Sangaspas !
Buiten dat is er nog iets dat me verontrust, mijn leeftijd! Van de zeventien zestigplussers aan de start haalde er slechts één, een 66-jarige Duitser, de eindstreep… Ja mijn leeftijd heb ik tegen! Mijn biologische klok tikt onverbiddelijk verder… de verkeerde kant op, in mijn nadeel dus! Mijn 66-jarige Nederlandse ultramaat Vincent Schoenmakers drukte het gevat uit: “Hoe ouder, hoe harder en dus hoe langer je moet trainen en… hoe meer je moet rusten… voor een lager rendement en een steeds geringer resultaat !” Ja Vincent, tot het op is en het niet meer kan. En ‘op is op’, en… een dag telt voor jou en mij, voor ieder van ons ook maar 24 uren !

Gods wegen zijn ondoorgrondelijk… God schrijft recht op kromme lijnen !
Als het God-belieft en mijn frele, tengere, vege (oude) lijf het me toelaat, en ik het fiat en de zegen krijg van mijn thuis, dan probeer ik het in 2007 opnieuw, en sta dan gegarandeerd aan de start van de 25ste Spartathlon… Op hoop van succes… ‘That my dream comes true !’, namelijk, Sparta en Leonidas, als Goddelijke boodschapper, al lopend, na 246 km en binnen de 36 uren, te bereiken !
Daar alleen, en voor niets minder, daar ga ik voor !
“Ik heb gezegd en geschreven…!”

Getekend,
Leo Pardaens

Link: http://www.spartathlon.gr

Nawoord van Martien Baars. Bij de originele publicatie staan nog de nodige foto’s en illustraties.
Bij de editie van 2006 wist van de 7 Nederlanders en 7 Belgen alleen Paul Kamphuis de finish te bereiken. Hij finishte als allerlaatste en zijn relaas stond indertijd uitgebreid op UltraNed: http://www.ultraned.org/n_item/f3522.php
Leo Pardaens startte ook in de Spartathlon van 2007 maar moest wederom opgeven. Van de Belgen wist alleen Johan Bogaert de eindstreep te halen en bij de Nederlanders finishten Dik Jagersma, Carel Schrama en Simon Pols. 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ] - [1-2-3 Uitslagen ]