Ga naar de startpagina

Het laatste nieuwsGa naar de verslagenBekijk de komende evenementen in de kalenderGa naar de uitslagenGa naar het discussie forumTrainings tipsLinks naar andere pagina'sMeest gestelde vragen

Verslagen actueel
7 mei 2008
Willibrorduswandelpad etappe 5:
7 mei 2008
The Addo Elephant 50 Mile Trail Run Zuid-Afrika 2 Mei 2008
4 mei 2008
Nederland Zuid-Noord (24 – 28 april 2008)
4 mei 2008
Annapurna Mandala trail in Nepal
Verslagen in 2008
* Mei
* 7 mei 2008: Willibrorduswandelpad etappe 5:
* 7 mei 2008: The Addo Elephant 50 Mile Trail Run Zuid-Afrika 2 Mei 2008
* 4 mei 2008: Nederland Zuid-Noord (24 – 28 april 2008)
* 4 mei 2008: Annapurna Mandala trail in Nepal
* 4 mei 2008: Marathon Steenbergen
* April
* Maart
* Februari
* Januari
Verslagen in 2007
Verslagen in 2006
Verslagen in 2005
Verslagen in 2004
Verslagen in 2003
Verslagen in 2002
Verslagen in 2001
Verslagen in 2000
Verslagen in 1999
AltaVista
Zoek:
Discussies
Het web


 
VERSLAGEN van Mei 2008
 
Willibrorduswandelpad etappe 5: “Aan alles komt een einde, soms duurt het echter wat langer….”

Toevallig heb ik de afgelopen weekenden een aantal loopjes gedaan waarbij ik een startnummer mocht dragen. Om te voorkomen dat mijn favoriete shirtje, door het veelvuldige gehannes met veiligheidsspelden op een gatenkaas gaat lijken werd het weer tijd voor een loopje met veel plezier en weinig formaliteiten. Bovendien staat volgende week de zevendaagse Eifelsteig gepland. Dus de tijd was rijp om even het Willibrorduswandelpad af te maken. Na etappe 4 waren we in Baarn beland. Dus moesten we nog even van Baarn naar Utrecht. Bram had becijferd dat dit stukje circa 47 kilometer lang was. Ik telde dus op een loopje tussen de 45 en 50 kilometer. Precies de ideale voorbereiding.

Toevallig was ik dit weekend aan het logeren bij mijn schoonzus en zwager in Almere. Ondanks dat mijn vrienden van de NS (ik zit dit stukje in de trein te typen nadat ik dankzij een computerstoring ruim drieëneenhalve uur op een perron heb zitten luisteren naar een mevrouw die omriep dat de treinen niet reden maar dat nadere informatie omgeroepen zou worden. Vandaar “ vrienden”….) je via Weesp van Almere naar Baarn laten gaan was ik nu eens niet degene die bepalend was voor het starttijdstip. Sterker nog toen mijn lieftallige echtgenote zich realiseerde dat ik voor een ritje, dat met de auto een dikke 15 minuten duurde eerst naar het station gebracht moest worden (10 minuten) en vervolgens 50 minuten met de trein onderweg was bood zij spontaan aan om mij even met de auto te brengen. Ik heb het dus echt getroffen met een echtgenote die mij in mijn hobby zo ondersteunt. Voor de goede orde; ik ben die nacht drie keer opgestaan om te controleren of ik mijn creditcard inderdaad in mijn looprugzak gestopt had. Dit deed ik louter en alleen omdat wij lopers na afloop een hapje wilden gaan eten. Ik wilde voorkomen dat ik geen geld bij mij had en ik dan niet kon voorkomen dat Bram ons zou trakteren. Dus mijn onrustige slaap had niets te maken mijn avonturen in Rotterdam.

Mooi op tijd kwamen wij in een zonovergoten Baarn. Achteraf heb ik gehoord dat Baarn het enige station in Nederland is met nog een aparte eerste klasse wachtkamer. Had ik dit geweten dat had ik geheel in de traditie van Willibrammes wellicht nog een sociologisch experiment kunnen uitvoeren.

Mooi op tijd arriveerden ook de overige volgelingen van Willibrordus (Bram, Erwin en Wim) en konden wij onze tocht beginnen. Bram had uiteraard weer mooie routebeschrijvingen (zowel kaartjes als tekstuele beschrijvingen) gemaakt. Maar met onze ervaring hadden wij die niet die nodig. Wij liepen gewoon terug naar het punt waar wij de route vorige keer hadden verlaten. Meteen vonden wij ervaren spoorzoekers de inmiddels bekende blauw-gele markeringen. Om precies 9:46 stonden wij dan ook op het bordes van paleis Soestdijk. Om de een of andere reden was ik er van overtuigd dat Willem A. in een totaal afgedragen shirtje van de marathon van New York naar buiten gelopen zou komen en ons zou vragen of hij mee mocht lopen. Vervolgens zou Maxima in peignoir en pantoffels naar buiten komen en met een mededeling in de trant van “Sorry, Alex ist een beetje dom, hij wiet niet hoeverre joellie lopen”. Aan deze gedachten is denk ik wel te merken hoe warm het was…..

Vervolgens hebben we nog door een heel mooi stukje gelopen waarbij we een meertje omrond hebben en via het bedwingen van een apart toegangssysteem een heidegebied met mooie zandverstuivingen verkend hebben. Midden in het heidegebied waren de markeringen op. Een mooi moment om de verschillen in karakters tussen lopers waar te nemen. Sommige liepen alle kanten uit op zoek naar een volgende markering. Eentje ging de uitgereikte documentatie bestuderen en eentje wachtte af tot iemand het probleem opgelost had. Het verlossende woord kwam van Bram. “Ik heb een vervelende mededeling; wij zitten helemaal verkeerd. Meer specifiek: we hebben een heel andere route gelopen.” Achteraf bleek dat wij vrij snel van de route waren afgeweken en op een stuk rondwandeling waren uitgekomen. Vandaar waren wij ongemerkt overgegaan naar een andere wandeling namelijk “Rondom de Dom” Voor ons dus een heel toepasselijke naam. De verklaring was helder en de oplossing ook. Wij mochten weer terug naar het beginpunt. Dus stonden wij om 11:46 weer op Soestdijk. Willem A. was er nog steeds niet. Uiteindelijk waren we na zo’n 2,5 uur al ruim 1 kilometer van ons startpunt in Baarn verwijderd. We hadden inmiddels meer dan 20 kilometer omgelopen; omdat wij met zijn vieren waren, weet ik nog steeds niet hoe ik dit moet berekenen. Met 4 personen 20 kilometer verlopen is dit 5 kilometer per persoon of hadden we ons effectief 80 kilometer verlopen?

Ondanks dat we nu redelijk alert waren hebben we tijdens deze etappe nog regelmatig moeite gehad om de route te vinden en ook regelmatig weer een stukje terug mogen lopen. Uiteindelijk bleken we eerst naar Amersfoort te mogen. Dit was voor mij ideaal want op het station kon ik daar 1,5 liter Coca toverdrank kopen, wat gezien de zeer stevig gestegen temperatuur voor mij meer dan welkom was. Hier mochten we door de stationshal en werden de lopers voor het dilemma geplaatst: trap of roltrap. Ook geeft zo’n grote hoge stationshal heel mooie geluidseffecten aan de koolzuur die na het drinken van cola aan je mond ontsnapt.

Na Amersfoort ging het weer richting natuur. Via bossen en zandverstuivingen kwamen we weer op bekend terrein in Soest. Op dat moment belde Wilma die door een lichte blessure niet mee kon maar zich wel opgeofferd had om na afloop mee te gaan om een hapje te eten. Zij was in Utrecht gearriveerd en in de veronderstelling dat wij daar ook ongeveer zouden zijn. Wij konden heel trots vertellen dat wij na zo’n 6 uur minstens 5 kilometer van ons startpunt verwijderd waren. Wij stonden weer op het uitkijkpunt waar we een aantal uren geleden gestaan hadden en toen op een andere route uitgekomen waren. Eerlijk gezegd had ik het helemaal gehad. Mijn voorstel was om van daar via de normale weg naar Baarn te gaan en er mee te stoppen. We zouden dan zo'n 50 kilometer op de teller hebben en ik vond dat meer dan genoeg. Ik kan nu wel schrijven dat ik dat deed omdat ik mij zorgen maakte omdat Wilma helemaal alleen in de grote stad was, maar dat is niet waar. Ik draaide gewoon niet lekker. Ik had het behoorlijk warm en mijn voeten/tenen deden pijn. Uiteindelijk besloot de groep om toch de route te zoeken en de tocht af te maken. Ik wist op dat moment dat ik hier achteraf ook de meeste voldoening van zou hebben. Dus mijn laatste Cola maar genomen en doorgehobbeld.

Uiteindelijk hebben we ons in Bilthoven weer flink verlopen maar zijn daar wel bij de hockey club beland. Ik wil niet zeggen dat we daar uit de toon vielen maar ik geloof wel dat we enigszins opvielen. Hoe het ook zij, de cola was ijs- en ijskoud en ik was er aan toe. Uiteindelijk kwam het einde in zicht. Via Groenekan kwamen we in Utrecht binnen.

Voor al het moois dat we gezien heb verwijs ik naar mijn site; daar staan de ruim 120 foto’s die ik onderweg gemaakt heb. Ook staat daar de gebruikelijke animatie van de gelopen route.

Maar er was nog een kleine verrassing op het einde. In Utrecht moesten we over een brug. Alleen was de brug afgebroken. Er stonden nog een paar palen. Gelukkig stond er midden op een van die palen een markering, dus zaten we goed. Het hekwerk was uiteraard geen belemmering voor ons. Maar de burg die er oorspronkelijk was geweest was er niet voor niets geweest. Gelukkig is Wim een Rotterdammer en een ingenieur, dus lag er een oplossing in het verschiet. Wim begon te schouwen met planken en binnen een mum van tijd was er een perfecte hindernisbaan ontstaan. Dus na 60 kilometer mocht ik nog even mijn rek- en strekwerk gaan doen. Een heel aparte ervaring.

Na een ere rondje door de stad arriverende wij na 64,5 kilometer in het centrum van Utrecht. De eerlijkheid gebied mij te zeggen dat wij unaniem besloten hadden om op het eerste terras te landen. Dit was bewust omdat wij het voor de sfeer mooier vonden om de afsluitende foto bij het standbeeld van Willibrordus pas in het donker te maken. Toen ik eenmaal op het terras zat was natuurlijk alle leed geleden en was ik blij dat ik de hele tocht afgemaakt had.

De vijf etappes overziende voel ik mij een heel gelukkig mens dat ik dat weer heb mogen meemaken. Ik heb een stevig stukje gelopen, veel van Nederland gezien en mij kostelijk geamuseerd. Ik ben Bram dankbaar voor zijn initiatief en mijn medevolgelingen van Willibrodus voor hun aangename gezelschap. Voor de volgelingen staat het volgende avontuur weer gepland. Dit wordt de koninklijke weg die van paleis Noordeinde in den Haag naar het Loo in Apeldoorn zal gaan. Helaas zal ik door mijn werk niet in staat zijn om hier aan deel te nemen, wellicht is het feit dat ik er niet ben voor een aantal lopers het laatste zetje dat ze nodig hebben om de knoop door te hakken en ook mee te lopen.

Henk Geilen
Info provider Loopplezier.tk
http://www.loopplezier.tk
http://home.hccnet.nl/h.geilen/index.htm
 
 
[ top pagina ]
 

 
 
 
The Addo Elephant 50 Mile Trail Run Zuid-Afrika 2 Mei 2008

In de afgelopen jaren heb ik bijna overal een marathon gelopen onder alle omstandigheden op de meeste vreemde plaatsen, wat nog overbleef was een ultrarun te lopen in een wildlife park tussen de olifanten, leeuwen, luipaarden, buffels en Neushoorns oftewel de Big Five
Ik kreeg al vaker van EXTREME MARATHONS ZUID AFIKA MAILS HIEROVER EN HENK HARENBERG HAD IN 2006 OOK AL DEZE MOOIE TRAIL GELOPEN

MIJN INTRESSE WAS GEWEKT, IK KEEK NAAR HUN WEBSITE http://WWW.EXTREMEMARATHONS.COM EN ZAG OOK DAT ze DE BEFAAMDE KALAHARI AUGRABIES DESERT RUN ORGANISEERDEN.
Toen heb ik direct geboekt.

De voorbereidingen verliepen niet gunstig, ik had de marathon op de Duwbak goed gelopen en besliste daarna direct na de zes uren van Stein, de marathon van Kandel te lopen waar ik ooit in 1991 mijn beste tijd liep van 2.44.21 maar 2 dagen na de marathon liep een shinsplit en een ernstige kuitblessure op dus ik dacht wederom na mijn afzegging van Riad de Thai 2007 door een darmontsteking wederom geen avontuur in Zuid-Afrika.
Ik heb toen mijn vrienden Bert Hanckmann lasertherapie en John Snijders Fysiotherapeut geraadpleegd om de shinsplit en kuitblessure te laten behandelen en dus had ik in 2 maanden maar 3 maal een uur kunnen trainen.

Ben Maandag 28 april vertrokken via Schiphol-Munchen-Johannesburg-Port Elisabeth, de reis verliep vlot en goed. Ik arriveerde uitgerust op Dinsdag 29 April in PE Zuid-Afrika.

Ik had van de organisatie het adres gekregen van Yvonne van Tol van het Greater Addo Tourism. Haar man Aad kwam me ophalen op het Vliegveld van Port Elisabeth, ze hadden ook een huurauto voor mij geregeld. Toen reden we naar Kirkwood waar ze een Bed & Breakfast Magnolia hebben waar ik de komende 4 nachten kon overnachten, de weg naar Kirkwood ging door verschillende townships waar de arme zwarte bevolking in erbarmelijke omstandigheden leeft.

Aangekomen in Kirkwood ben ik direct doorgereden naar het op derde na grootste wildlife park van Zuid-Afrika namelijk het Addo Elephant Nationaal Park. De eerste dieren die ik zag waren een paar everzwijnen, verderop blokkeerde een hudoe de weg, ook heb ik nog een grote ronde gemaakt en hierbij veel Velvetaapjes, olifanten en buffels gezien, bij het verlaten van het park zag ik de schitterende ondergaande zon in het Nationaal Park.

Woensdag 30 april

Ik ging die dag naar Kenton on Sea voor een private Game drive door het Kariega Wildlife reservaat. Het is daar nu winterseizoen dus kon ik daar alleen in het park rondreizen met Ranger Juan. We gingen het wildlife park in zo groot als de Gemeente Utrecht. Ik heb apen, olifanten, leeuwen, en giraffen gezien.

Daarna zijn we weer terug gereden naar de lodge waar ik een lunch kreeg aangeboden met uitzicht over de valei. Toen we weer terug het park in gingen kwamen we direct buffels, zebra´s, neushoorns, gazellen, en nijlpaarden tegen. Na dit alles gezien reed ik weer via de kustlijn terug naar Kirkwood.

Donderdag 1 Mei

Ik ging op bezoek bij de Daniel Cheetah breeding farm waar ze cheetah’s houden, om ze weer wederom op 2 jarige leeftijd uit te zetten in de wildparken, hier komt men ook 2 cheetah’s tegen die te bewonderen zijn in de Walt Disney film: Duma.

’s Middags naar de briefing in het Addo Elephant park, hier kregen we uitleg van de organisator Estienne Arndt, hij wees erop dat iedereen een fluit, waterbelt van 1 liter, kompas, overlevingsdeken, slangenbeetset ,hoofdlampen en een Zwitsers overlevingsmes bij zich moest hebben.’s Avonds nog een body talk en Reiki massage gehad van de plaatselijke masseur Louis.

Vrijdag 2 mei

Start om 6 uur ´s morgens bij het Kirkwood hotel het is donker toen we starten en ik had mijn lamp in een dropbag laten leggen op checkpoint 11. We werden begeleid door de plaatselijke politie met zwaailichten. De eerste bergjes kwamen al in zicht en het begon gelukkig licht te worden. We bereikten het eerste checkpoint waar we moesten tekenen voor aanwezigheid zodat men kon controleren of er iemand verdwaald was. We liepen richting de stromende beekjes en riviertjes die we moesten doorkruisen. Het parcours was bezaaid met zoetdoornstruiken, deze struiken is een geliefde lekkernij voor de olifanten.

Maar de zoetdoornstruiken hebben lange doorns, wat resulteerde in wat schrammen op de bovenbenen en armen. Gelukkig had ik de kniekousen aan ter voorkoming van shinsplit. Ik voelde me goed en liep zelfs op een 13e plaats , we bereikten het checkpoint 6 op 20,3 km.

We moesten binnen vier kilometer 800 meter hoogteverschil overbruggen. Het parcours werd steeds grilliger, we bereikten gelukkig de top van de Paarde Kraal, we kregen toen een 20 kilometer lange afdaling maar het was alleen maar balanceren over dikke keien.

Hierdoor verloor ik heel veel goede plaatsen. Op 52,9 km Checkpoint 10 liepen we over het plaatselijke ruiterpad en door een vallei langs een kolkende beek richting de verschrikkelijke Suurberg die we moesten beklimmen. Op het laatste was het zelfs echt berg beklimmen.

Het begon heel zwaar te worden en ik bereikte de Suurberg eindelijk na 9 uur 14 min, ik was toen al aan het denken dat heel moeilijk zou gaan worden om nog binnen de 12 uur te finishen en zodoende te finishen met daglicht, bij de laatste beklimming van 10 km deed ik er ook al bijna anderhalf uur over. Ik heb gedurende de Trail, bij elk Checkpoint gepofte aardappels, krenten en rozijnenn gegeten.

We moesten nog 20 km afleggen en ik liep nu met Zuid Afrikaan Willem Muller, hij gaf me goede moed door te filosoferen dat we elke stap wat we deden een stap korter was om bij de finish te geraken.

We kregen nu 10 km bergaf over stoffige landwegen en het tempo begon weer te vloeien. In een haarspeldbocht werden bijna overreden maar dat gaf ons een kick waardoor we zelfs over de laatste 10 km in 50 minuten liepen en daardoor toch nog binnen de gestelde 12 uren konden finishen, uiteindelijk eindigde ik op de 23e plaats en ben daarmee eerste buitenlander, jammer dat ik in de afdaling veel plaatsen heb verloren. De Zuid-Afrikaan Michael Hendricks finishte in 8 uur 14 min, er deden 57 atleten mee aan deze trail waarvan 5 atleten niet de finish haalden.

Het was een hele zware en mooie trail die was voorzien van een schitterende natuur en landschap met een goede organisatie.

Han Frenken 
 
[ top pagina ]
 

 
 
 
Nederland Zuid-Noord (24 – 28 april 2008)

Pasen 2008. Na maanden toegeleefd te hebben naar de Jan Knippenberg Memorial, ontving ik van de organisatie slechts enkele uren voor de start een mailtje dat de loop niet doorgaat. Het weer zou te slecht zijn. Hoewel de organisatie alle recht had een eigen afweging te maken, was ik het er zeer mee oneens en ook de manier waarop werd gecommuniceerd zorgde voor veel ergernis. Toch zelf gaan lopen (mijn eerste gedachte) en ook nog Den Helder halen, was in de Noorderstorm zonder goede begeleiding voor mij beslist onmogelijk geweest. Wouter Hamelinck en Rut Zoutman gingen wel, volbrachten de tocht op eigen kracht, respectievelijk geheel zonder en met enige begeleiding onderweg. Maar dat mag een uitzonderlijke prestatie heten van 2 lopers die klassen beter zijn dan ik. Toch voelde ik me na dat weekeinde zeer teleurgesteld en zelfs wat ontdaan. Had ik toch moeten gaan, en dan maar halverwege kapot opgeven? Juist nu lopen in deze barre omstandigheden, was dat niet lopen in de geest van Knippenberg? Voor mij was er in ieder geval iets onherstelbaar beschadigd aan deze loop, veel van het karakter was hiermee verloren gegaan. Een nieuwe loop enkele weken later, was dan ook niet meer aan mij besteed – een puur persoonlijke afweging.

Na een slapeloze nacht was het besluit genomen. Een plan dat al jaren in de kast lag moest worden uitgevoerd: Nederland van het zuidelijkste naar het noordelijkste punt. Solo, alleen over Nederlands grondgebied en zonder gebruik van pontjes. In lengte en qua opzet vergelijkbaar met Knippenbergs rondes IJsselmeer, en dus des te passender. Ik overlegde met Monique, die enthousiast was en zich ook kon vrijmaken. Slechts 3 weken om alles rond te krijgen. Op 24 april van start.

Na enig zoekwerk vinden we de juiste grenspaal bij Sippenacken/Kuttingen, die het Zuidelijkste punt van Nederland markeert. We zijn beiden nerveus. Ik omdat ik weet wat me te wachten staat, Monique omdat ze dat niet weet. Zal ze de route kunnen vinden met het busje, mij niet kwijtraken, op tijd klaar staan met de bevoorrading? Ik ga op de foto en vertrek. Moet nu lopen, de spanning kanaliseren.

De tekenen zijn niet gunstig. Al dagen loop ik te kwakkelen met mijn gezondheid. Een keelontsteking zorgt voor hoestbuien met veel slijm (ik klink als Tom Waits) en ik ben erg zweterig. Te hard gewerkt de afgelopen weken, om nu te kunnen lopen.

De eerste dag gaat behoorlijk, en de uren en kilometers gaan vlot voorbij. De route blijkt overal goed te kloppen, ook met de bus is het goed te volgen en het weer is uitstekend. Om de paar kilometer staat Monique klaar met alle spullen die ik maar nodig heb. Ik navigeer met kaart en GPS, en in de rugzak zit ook drinken en een telefoon voor als we elkaar kwijtraken. Bijna 400 kilometer staat er op het programma, binnen 4 dagen moet ik aan de Groningse waddenkust staan. De eerste dag gaat ondanks maagproblemen met 105 kilometers op schema.

Nederland langs B-wegen, het valt niet eens tegen. Hoewel ieder gehucht tegenwoordig een eigen Vinex-wijk en bedrijventerrein wil bezitten, zitten er hele mooie stukken tussen. Scheurende auto’s en erfhonden zorgen voor angstige momenten.

De tweede dag begint nog goed, maar het hoesten wordt steeds erger en mijn lippen zitten vol pijnlijke losse vellen. Zwager Erik fietst mee vandaag. Richting Nijmegen heb ik een inzinking. Ik ben leeg, moe, ziek en mentaal raak ik de bodem. Het wil niet meer. De laatste 10 kilometers naar Arnhem gaan in meer dan 2 uur, als zelfs wandelen soms teveel is. Ik overweeg uren lang maar te stoppen. Vind dat ik dat niet kan maken naar mijn begeleiders. En wanneer zou ik dit nogmaals gaan doen? Gelukkig weet Erik met zijn gortdroge humor steeds de juiste snaar te raken en halen we in ieder geval Velp vandaag. Het duurt uren voor ik me weer redelijk voel, en ik lig ’s nachts te baden in mijn eigen zweet. Het 4-dagen schema ligt in de prullenbak.

’s Ochtends vroeg voel ik me stijf en brak, maar het lopen gaat niet eens zo slecht. Tussen de hoestbuien door geniet ik van de mooie Veluwezoom op weg naar Deventer. Mentaal hangt de vlag er weer aardig bij en eten en drinken gaat goed, al is het steeds met lange tanden. Jeffry Oonk belt enkele keren uit Uganda en SMS´t: ‘Run, run, run.’, wat de rest van de dagen door mijn hoofd blijft gaan. Onderweg vragen mensen soms wat ik aan het lopen ben. Ik houd me op de vlakte. Slechts een paar mensen weten van deze tocht en zo wil het voorlopig houden ook.

Vandaag mag ik me verheugen in de komst van Jaap Vis, de verse bondscoördinator ultralopen. Jaap is verrast dat ik er nog zo ‘fris’ uitzie, na het telefoontje van Monique had hij kennelijk nog veel slechter verwacht. De voortgang zit er weer beter in. We lopen urenlang parallel aan de Sallandse heuvelrug. Een vreemd gezicht om in het platte Nederland zo’n geïsoleerde ‘berg’ te zien liggen. Inmiddels valt me op dat mijn voeten zeer doen op de keiwegen en ’s avonds blijkt dan ook dat ze aardig gezwollen zijn. Jaap en ik praten inmiddels honderduit – zoals ook altijd als we samen trainen – over fietsen, lopen en de wereld in het algemeen. Maar toch vooral steeds weer over lopen. Wat is het toch met deze vreemde passie die we delen? Het lijkt het saaiste dat er is, is dat soms ook, en toch is er die drang die ons steeds weer op weg dwingt. Een drang die bij mij niet voortkomt uit willen, maar bijna meer uit moeten. Een vreemde stem die roept en trekt. Niet bedoeld als weg naar gezondheid (‘Moet dat dan?’ is het steevaste antwoord op die rare vraag “Is dat wel gezond?”), en met verslaving heeft het al helemaal niets van doen.

Na weer een slechte nacht, beginnen we bij Ommen aan de 4e dag. Hier worden de wegen steeds rechter en saaier, en de komst van Huib vandaag is dan ook prettig. Terwijl hij mijn rugzakje draagt, volgt zijn gebruikelijke spraakwaterval en ik dompel me er genoeglijk in onder. Inmiddels weet ik dat morgen de eindstreep gehaald zal worden. Hoewel mijn voeten en linker onderbeen steeds meer problemen geven, gaat het verder juist steeds beter. Het is het fysiologische wonder van het ultralopen: beter worden gedurende de inspanning. Je weet dat het kan, en toch word je er steeds weer door verrast. ´s Avonds bij de wok-Chinees wordt er voor het eerst goed gegeten, dat moet zich morgen uitbetalen!

Bij de laatste start, nu in Glimmen, zie ik dat mijn voeten flink dik zijn. Ook het linkeronderbeen ´loopt vol´, wat pijnlijk is. Het lopen zelf gaat desondanks makkelijk, en de kilometer vliegen voorbij. Jaap fietst wederom een stukje mee. De pijn in mijn linkerbeen belet me inmiddels normaal te lopen; er zit een ‘ei’ op mijn scheenbeen. Ik slik een handvol paracetamol en een uurtje later gaat het beter. We passeren wat oude waddendijkjes en zien de windmolens aan de kust dichterbij komen. Mijn ogen speuren de horizon af, op zoek naar het monument ´De Noordkaap` ­ het Noordelijkste punt op het vasteland. Eindeloos zijn deze lange rechte wegen. Een half uurtje later poseer ik voor de finishfoto. Het heeft uiteindelijk 7 uur langer geduurd dan de geplande 4 dagen. Mijn GPS geeft 391 km. Een 24-uurs gemiddelde van slechts 91 kilometer, vergelijk dat maar met de 400 km in 43½ uur van Knip’s rondje IJsselmeer. Ik voel geen blijdschap, vooral opluchting. En de tevredenheid zal later toch komen.

Wat dan altijd weer rest is die ene vraag. Waarom doorgaan, als alles in je lijf schreeuwt om rust, als je weet dat het eigenlijk een hopeloze zaak is? Het heeft in ieder geval weinig met trots te maken. Wel met een gevoel dat dit nou eenmaal moet worden gedaan, moet worden afgemaakt. Zoals een schilder moet schilderen, ook als de inspiratie is opgedroogd en zoals de schrijver ondanks zijn writers-block ook niet anders kan dan maar blijven doorworstelen. Het is een onduidelijke maar o zo sterke roep, en ik kan er geen weerstand aan bieden.

Ik ben loper.

Thijs Roest

Opgedragen aan de 2 giganten van het Nederlands ultralopen (Jan Knippenberg en Ron Teunisse) die me al 15 jaar blijven inspireren, en aan Monique zonder wie dit avontuur en vele andere nimmer plaats had kunnen hebben.

Ultrarunning: a little bit of pride and a lot of humility.

 
 
[ top pagina ]
 

 
 
 
De Annapurna Mandala Trail 2008 (AMT2008)
Buiten Frankrijk weet bijna niemand van het bestaan van de AMT. Globalisering...het zal best, Europa is net zo klein of groot als de taalkennis van haar bewoners. Wanneer Marjan en ik kennis maken met het het deelnemersveld aan deze 8e editie van een meerdaagse bergloop in het Annapurnagebied in Nepal blijken we – naast acht Nepalezen – de enige niet-Fransen in een veld van 48 deelnemers. Van die 48 zijn er 43 die de tocht als renners doen, met alles wat je nodig hebt op je eigen rug, en 5 (waaronder Marjan) als wandelaars, met de mogelijkheid om 10 kg aan bagage af te geven aan een drager. Behalve die rugzak, zijn de termen erg relatief, bergop zijn we allemaal wandelaars, en bergaf blijken sommige wandelaars niet vies van rennen. De voorzieningen in dit gebied zijn prima, we slapen in comfortabele ‘lodges’, voor ontbijt en avondeten wordt gezorgd, het is geen Marathon des Sables, maar omdat we voorbereid moeten zijn op alles tussen tropische temperaturen en -15, is die rugzak met een noodrantsoen en water toch rond de 11 kg bij mij. Het kan lichter, maar dan moet je minder pinnig zijn en dat zal ik de volgende keer zeker zijn...

Over het waarom van zo’n onderneming kun je elders wat vinden (http://www.roger-marjan.110mb.com, m.n de FAQ). Daar staat al wat in over m’n twijfels als ik de ervaring van de andere deelnemers schriftelijk onder ogen krijg. De Nepalezen zijn de elite van hun land. En wat de Fransen betreft: Rondje Mont Blanc, Marathon des Sables, och dat hebben de meesten al wel (vaak meerdere keren) achter de rug. En het zevental dat uit la Reunion kwam heeft natuurlijk allemaal (sommige schuiven ieder jaar aan) de Grand Raid gedaan. Ik ken Nepal. Kom er al sinds 1978 en heb er ook een aantal jaren gewerkt heb. In dat opzicht weet ik dus wel waar ik aan begin. Maar dat deze onderneming echt van geheel andere orde zou zijn dan een gewone trektocht, of dan een gewone bergloop, dat muntje viel pas echt toen ik kennis maakte met de rest.

Dat ik in Cambodja woon, grotendeels zo plat als Nederland en lekker ‘warm’ heeft de voorbereiding ook redelijk non-specifiek gemaakt. Zoveel lopen als er naast werk en gezin in zit, dat was het eigenlijk. In 2006 heb ik deelgenomen aan de Kinabalu Climbathon (http://climbathon.sabahtourism.com/2008/), een halve marathon in oost Maleisie, van 1865 meter naar 4095 meter en terug. Dat was me goed afgegaan. Je moet je vertrouwen ergens vandaan halen. Maar zo’n parcours, met rugzak, en dan de volgende dag opnieuw, en dan opnieuw, mmmmm.... Gelukkig ben ik niet de enige rookie in het gezelschap.

De groep komt op 12 april bij elkaar in een hotel in Kathmandu. De volgende dag wordt doorgebracht met formaliteiten als materiaalcheck, medische controle en geregel van vergunningen, en voor ons, bezoek aan vrienden in in de stad. Er hebben net verkiezingen plaatsgevonden en iedereen is opgelucht dat alles rustig verlopen is. Op 13 april vliegen we ‘s ochtends in twee ladingen naar Pokhara, meteen de bus in voor een tochtje naar Nayapul, en om een uur of half twee begint het inlopen: in drie etappes naar Machhapuchare Base Camp in het zogenaamde ‘Annapurna Sanctuary’ (voor een kaartje: kijk op m’n site). We hebben iedere middag flink regen, hogerop hagel, maar het landschap is spectaculair. Vanaf de tweede dag in een nauwe kloof, met schitterend uitzicht op o.a. de Matterhorn van de Himalaya (de ‘Fishtail’ of Machhapuchare). Marjan loopt helaas op de eerste lange afdaling een peesblessure op aan haar linkerknie en moet daarna flink doorbijten. De goep heeft een ervaren sportarts bij die haar behandeld met injecties en na wat zoeken naar de beste manier om de knie te ontlasten kan ze meekomen. Al worden het nog langere dagen voor haar dan het zowiezo al zijn.

Eerste etappe: op dag vier vertrekken renners en wandelaars rond vijf uur, de wandelaars naar beneden, de renners nog een dik uur naar boven, voor een start bij Annapurna Base Camp op 4150 meter. We vertrekken in een lang lint van hoofdlampjes en zien de zon opkomen in het basecamp. We staan in een cirque van zes tot achtduizenders. Het laat niemand onberoerd. Op een minuut van de start gaat het mis met de beoogde winnaar, de jonge Nepalees Phu Dorjee. Er ligt een beetje sneeuw, een snelle start is gevaarlijk, hij verstapt zich, scheurt een enkelband en de AMT is ten einde voor hem (hij wordt per helicopter geëvacueerd). De rest gaat voor een etappe van 42 km meer dan 3000 meter naar beneden en 1600 naar boven, grotendeels over de paden die we zijn ingelopen. Alleen het laatste stuk een steile klim van een goede 700 meter door schitterende bossen naar Tadapani (2620 m) zijn nieuw. Ik kom als 16e na 7,5 uur behoorlijk kapot over de finish. Kan me niet voorstellen dat Marjan dit met haar knie gaat redden maar tegen zessen, na bijna 13 uur komt bericht dat ze in aantocht is. Wat een doorzettingsvermogen! Later op de avond wordt duidelijk dat een drietal ‘ultras’, Spartathlon en Badwater finishers notabene, het opgegeven hebben. We zitten in een bloeiend rodondendronbos, in de verte een grote groep langur-apen, aan de horizon Annapurna-Zuid, Machhapuchare, Hiunchuli.

Tweede etappe: vandaag gaat het eerst door hetzelfde schitterende bos verder omhoog naar het bekende uitzichtspunt Poon Hill (3210 m). Het uitzicht vanaf hier is zo beroemd omdat je niet alleen het Annapurna massief maar ook de Dhaulagiri en zelfs delen van de Manaslu Himal ziet. Nadeel van een competitie is dat je daar niet veel oog voor hebt. Ondanks een afdaling naar het diepste rivierdal ter wereld, de Kali Gandaki heeft achtduizenders aan weerszijden, is deze dag net wat minder extreem is dan gisteren (37 km, -2720, +1450). De afdaling is wel veel steiler dan gisteren en min of meer ononderbroken, veel door kleine dorpen. Bij de rivier aangekomen is het over een jeepable weg, veel vals plat, nog een uur naar Dana (1450 m). Net als gisteren wordt iedereen met gejuich en veel zorg binnengehaald, iets wat me na 5:50 heel erg goed doet. Ik begin wat routine te krijgen: eerst een liter of anderhalf of twee naar binnen gieten, dan zo snel mogelijk installeren in een kamer, wassen en dan eten, eerst een soepje en dan minstens twee borden van wat de pot schaft. Ik loop Marjan op het eind van de dag tegemoet en geniet van de mogelijkheid om echt om me heen te kijken.

Derde etappe: de massa gaat sprintend van start en ik lig binnen no time uitgeteld aan de staart van het veld. Vandaag gaat het grotendeels heel geleidelijk naar boven en is de etappe weer net wat korter dan gisteren. Ook behoorlijk warm op deze hoogte en voor velen niet hun favoriete soort van parcours, omdat je bijna permanent met die rugzak aan het rennen bent. Mij gaat het uiteindelijk goed af – trainen in de tropen doet hier z’n voordelen gelden – en ik kom als 11e binnen. Inmiddels bevestigt de nieuwe ster van het veld z’n positie: Sonam Sherpa, jongere broer van de in Zwitserland wonende en in Frankrijk rennende Dawa Dachhiri, een door iedereen in onze groep bewonderd loper. Onderweg hebben we spectaculair uitzicht op Annapurna I. Het dorp waar we eindigen, Marpha (2650 m), is toeristisch maar een van de mooiere in de regio (dagtotaal vandaag 5:18). Vers appelsap, applecrumble pie, een schitterend uitzicht vanaf het dak van de lodge. Het aantal lopers dat zich door onze arts voor peesblessures laat behandelen neemt toe. Twee van de Sherpa’s en een van de Sherpani’s zijn ook al geblesseerd. We zijn nu duidelijk in Mustang beland, in de regenschaduw van de hoofdketen van de Himalaya, geologisch is dit onderdeel van het Tibetaans plateau. De bergen worden kaal, de rivier is hier een brede vlakte. ik loop Marjan weer tegemoet en geniet met iedere onbelast stap die ik zet.

Vierde etappe: vandaag een relatief korte etappe, eerst door het rivierdal en over de jeepweg naar Kagbeni, vandaar eerst steil omhoog, dan geleidelijker naar Muktinath (3700), een belangrijk Hindoe pelgrimsoord. Het landschap is hier buitenaards, maar ik voel het klimmen naar de hoogte nu het snel moet. Uiteindelijk ben ik nog geen 3:30 onderweg maar ik kom behoorlijk gesloopt aan. Gelukkig hebben we hier een rustdag. Die wordt gevuld met een fotoshoot in de ochtend en verder samen met Marjan fossielen zoeken (ik weet van een eerder bezoek dat er een enorm ammonieten veld op een half uur lopen is), bezoek aan de tempel, aan een ander dorp in de buurt en veel eten. We zien een grote kudde gemsen en we verbazen ons over de helikopter die wel een keer of acht die dag Indiase pelgrims per 20-tal aanvoert (en een uurtje later weer uitvliegt!). Het is volle maan.

Vijfde etappe: vanochtend gaan we om vier uur van start, 1700 meter omhoog naar de Thorong la (pas), die als ‘stage de liaison’ wordt gedaan: iedereen krijgt er vijf uur voor gerekend, onafhankelijk van de tijd die je er werkelijk over doet. Verstandig is natuurlijk om het dan op je gemak te doen en je krachten te sparen maar in dit soort dingen ben ik een weekdier, en ga standaard met degene mee die ik net bij kan houden. In dit geval betekent dat als gedeelde derde op de top na 3:30, op zich redelijk probleemloos, hetgeen voor zeker een 10-12tal groepsgenoten niet het geval is (hoewel er maar één echte problemen had en naar beneden geholpen moest worden), maar de eindeloze afdaling aan de ander kant – de eerste drie kwartier over sneeuw – gaan me niet gemakkelijk af. Ik drink voor het eerst een colaatje na 4:30 en moet dan nog 2:20 verder. Ik word door een paar lopers die later boven waren ingehaald. Maar het uitzicht op de Annapurna vergoedt veel. Wat ook leuk is zijn de aanmoedingingen van bijna alle naar boven komende trekkers. We zijn overal bekend als de ‘marathon’ en ons wordt regelmatig vrij baan gegeven door een groep klappende en van alles schreeuwende onbekenden. Ik arriveer voor de derde keer in m’n leven in Manang (eerder in 1981 en 2000) maar het is de eerste keer dat ik het dal zie zoals de meeste trekkers het zien: met vrij uitzicht. de veranderingen sinds 2000 zijn gering maar dat zal binnenkort veranderen als de weg af is.

Zesde etappe: de Manang marathon (iedere GPS geeft andere waarden dus we spreken af dat het 35 km is). Het is een rondje Pisang, heen over de valleiweg, terug over de hogere trail via upper Pisang, Gyaru, en Ngyawal. Een etappe met nauwelijks wat op onze rug! Het noodrantsoen, de medicijnen, overlevingsdeken, fluitje. Ik besluit m’n bidons niet te vullen en op cola te gaan. Omdat het een rondje is vandaag hebben we een latere start dus uitslapen en rustig ontbijten voor de verandering. Gisteren was een zware etappe, hoe ik vandaag snel moet gaan wezen is me een raadsel. Natuurlijk gaan de koplopers wel snel van start en trekken me binnen 10 minuten naar het einde van m’n latijn. Ik concentreer me op het vinden van een haalbaar ritme en verder alles uit m’n hoofd zetten. De etappe is typisch ‘Nepali flat’, dat wil zeggen toch nog +/- 1250 meter. Het gros van de positieve hoogtemeters zijn van Pisang naar Gyaru en het is duidelijk dat er meer zijn die moeite hebben met die muur van 500 meter. Maar zonder bagage, met permanent een spectaculair uitzicht om me heen, en wat snelle lopers die in het vizier blijven, eindig ik deze etappe heel behoorlijk in 4:13. Het is de enige etappe die niet door Sonam Sherpa gewonnen wordt (hij wordt ‘slechts’ tweede) maar door een andere Nepalees.
Net als andere dagen vul ik m’n middag met hier wat eten daar wat kletsen. M’n lijf schreeuwt om brandstof. ’s Ochtends komt het meeste er wat vloeibaar weer uit zodat ik de dagen altijd van start ga op het ontbijt en weinig anders. Het kletsen klinkt meer ontspannen dan het is. Ik kan me in zowel het Frans als het Nepalees wel redden maar het is toch behoorlijk werken geblazen. Zeker als ik in een groep zit en ze met elkaar in gesprek zijn.

Zevende etappe: na veel discussies besluit organisator Bruno Poirier om de doorsteek naar Jomosom via het Tilicho meer en de Mandala pas niet te wagen. Er ligt behoorlijk wat sneeuw, er is geen groep vóór ons die een pad getrokken heeft, en wij hebben te veel mensen in de groep die mogelijkerwijs in de problemen zouden komen omdat deze doorsteek minimaal drie a vier uur boven de 5000 vereist. Er is wat gemor onder de gelederen maar de autoriteit van Bruno is (geheel terecht) meer dan voldoende om verdere discussie af te kappen. We gaan dus dezelfde weg terug als heen: over de Thorong La. Vandaag een klim naar Thorong Phedi High Camp (4700 m); ik ben wat huiverig voor overnachten op zo’n hoogte maar we zien wel. De klim vanaf de andere kant ging me verbazingwekkend goed af, vanaf deze kant en twee zware etappes later, heb ik er veel meer moeite mee. Met name de laatste 200 meter, een steil klim van Phedi naar High Camp krijg ik maar net voor elkaar. Ik doe er 3:35 over en zie grijs. We hebben bijna een hele dag hier en die is uiteindelijk heel leuk. Naast de grote lodge ligt een klein uitzichtspunt, ik schat nog geen 100 meter hoger. Ik klim naar boven met Robin, mijn meest directe concurrent en zie dan pas echt waar we zijn. 360 Graden betovering. Ik ben volledig van de kaart, de tranen lopen over m’n wangen. Iets wat daarbij zeker meespeelt is dat er beneden in de lodge en jong Amerikaans stel met hun twee kinderen zit (anderhalf en vier jaar oud), die zich al kleurend, spelend en kletsend prima vermaken. Ik ben acht jaar eerder zelf met mijn bende van vier over deze pas gelopen; m’n jongste was toen vijf. En nog veel langer geleden met een kleintje op m’n rug over een andere vijfduizender.

Achtste etappe: we vertrekken vroeg in de hoop de trekkers voor te zijn. Het pad naar boven is smal en het is zeker het eerste stuk moeilijk passeren. We vertrekken zelf ook in drie groepen – in klassementsvolgorde – telkens 30 seconden van elkaar gescheiden, om te verhinderen dat de snelle jongens te veel opgehouden worden. We zijn de anderen niet voor maar het blijkt allemaal geen probleem want iedereen laat ons meteen door. Het kost me een heel hard uur om boven te komen en ik blijf nog geen minuut op de pas. De energie is op en ik weet dat ik 2650 meter moet dalen en nu heel erg op moet passen. Inderdaad struikel ik verschillende keren en blijf maar net overeind. Wat lager op de berg gaan de warme kleren uit en gaat het – net zoals bijna de gehele tocht – verder in short en t-shirt. Van de pas naar Muktinath duurt 1:30 en ik stop even voor een cola. Van Muktinath is de afdaling heel geleidelijk en ik heb voortdurend Robin in het vizier. Ergens op een volkomen vlak stuk gaat het struikelen eindelijk mis en klap ik vol tegen de grond. De schade valt gelukkig mee, wat wondjes aan de linkerhand, een open knie, een grote bult op het hoofd. Robin komt terug om me overeind te helpen. De val zorgt voor een broodnodige stoot adrenaline die me de laaste twee uur doorhelpt. Het laatste uur is weer door het brede rivierdal van de Kali Gandaki, volkomen plat, rennen/sjokken met rugzak. Het doet me denken aan m’n trainingsparcours buiten Phnom Penh – heet, plat en eindeloos – en dat maakt volhouden makkelijker. Ook de zekerheid dat – als ik overeind blijf – Robin me niet voorbij gaat in het klassement helpt. En dat Marjan daar ergens staat te wachten. Dat ergens blijkt een paar honder meter voor de finish, meters die we samen rennen. De lodge blijkt bijna een echt hotel. Als ik eindelijk zit komen de tranen en de opluchting, ontlading, vermoeidheid en reiniging voelen prima.
Ik eindig 15e in het eindklassement (zie http://www.basecamptrek.com/french/classement.php)

De volgende ochtend vliegen we naar Pokhara, voor een dag aan Lakeside, een dag van vooral veeeel eten en rondslenteren. Behalve voor een kleine groep die-hards die aan het eind van de middag toch nog even voor een herstelloopje van 2 uur naar een paar honder meter hoger gelegen stupa vertrekken. De dag erna terug naar Kathmandu, afscheid nemen van vrienden, laatste inkopen, en ’s avonds een gezamelijk diner met prijsuitreiking. Wow wat een trip!

Voor info over volgende trails (o.a. een 10-daagse in het Everest gebied, november 2008; de volgende AMT in 2009 – info volgt nog – en een nieuwe drieweekse himal race in 2010):
Base Camp Trek & Expéditions, PO Box 3491 Kathmandu Nepal.
Tel : (977 1) 44 11 504/44 15 573 - Fax - 44 12 337.
E-mail : info@basecamptrk.com
Site : http://www.basecamptrek.com
Vertegenwoordiger van Base Camp Trek & Expéditions : Bruno Poirier, 19 Rue des Douettes,
85130 Saint-Aubin-des-Ormeaux. France.
Tel : 06.81.82.08.01. Fax : 02.51.47.62.26.
E-mail : bruno.poirier@ouest-france.fr

Roger Henke
 
 
[ top pagina ]